De varkenspest? De varkenspest is nergens; Varkenspest woont achter een woedende blik

Wim de Jong..

WIM DE JONG

Van onze verslaggever

VUGHT

Het gekke is: er is wel een drama, en het gebied waarin het zich afspeelt ligt ook zowat naast de deur, maar als je eenmaal in Brabant bent, in de Meijerij, in Geffen, in Boxtel, in de Peel, de Kempen, in de Langstraat of in een dorp als Schayk, dan is ie ineens helemaal niet meer zo dichtbij, die ramp, dan lijkt hij verder weg dan ooit, ja, dan kan je hem eigenlijk met de beste wil van de wereld niet meer vinden.

Waar is de varkenspest?

De varkenspest is nergens. De varkenspest vertoont zich hooguit in rauwe tv-beelden van een paar minuten, op een dodebeestenfoto in de krant, in een nieuwsbericht vol met cijfers, of in de grimmige, afgemeten grammatica van de verbodsborden langs de provinciale wegen (Varkenstrans.ri.st.M.Gestel verb.). Maar voor het overige is de epidemie net zo onzichtbaar als bijvoorbeeld het mestoverschot onzichtbaar is.

En het lijkt er alle betrokkenen om te doen dat vooral zo te houden. De buitenwereld moet er maar gewoon zo min mogelijk van willen weten, van de branche en de problemen daarbinnen. Het is als in de bio-industrie of in de nertsfokkerij: alle kale, zakelijke informatie erover valt per definitie al in verkeerde aarde, laat staan dat er begrip zou bestaan voor zoiets als nertsfokkers- of varkensboerenverdriet.

Varkensboerenverdriet bestaat niet, varkens smaken lekker, een hamlap is een hamlap is een hamlap, en de varkenspest heerst dus gewoon ergens anders. Hij heerst in elk geval zeker niet bij de boeren die donderdag en vrijdag in hun rubberlaarzen naar de voordeur liepen om daar nota bene voor een verslaggever te moeten opendoen.

De varkenspest heerst dus niet bij boer Van der Zanden in Cromvoirt, wiens erf op last van de autoriteiten is afgesloten. Hij heerst niet bij Ad van Erp in Geffen, want zijn varkens zijn deze week gestikt omdat ze met te veel waren en omdat de ventilator van de stal stuk ging. En hij heerst ook niet in de fokkerij van zijn plaatsgenoot Van den Heuvel, want die weet zeker dat hij ten onrechte verdacht is, en dat er hooguit sprake zal zijn van een griepje onder de dieren.

En omdat hij er domweg niet is, de pest, hoeven er ook geen tranen om te worden gelaten. Welnee, zegt boer Van den Heuvel, hij huilt er niet om. Goed, het gaat hem aan het hart dat zijn stal letterlijk dichtgroeit met volgevreten biggen die hij niet kan afmaken of verkopen, maar van slapeloosheid is nog geen sprake. Hij pakt voor het slapengaan altijd een pilsje, en dan lukt het wel met de nachtrust.

Daarbij, hij hoort het niet, hè, The Silence of the Pigs. Het gillen van de biggen, als ze elkaar de oren en de staart afbijten, of als ze elkaar verdrukken. Daarvoor liggen de stallen te ver van zijn bed. Hooguit zal hij wakkerschrikken van het roepen van de zeugen.

Nog vier weken moet hij op de uitslag wachten van het bloedonderzoek, boer Van den Heuvel, en als het toch geen griepje is, dan zal hij weer gewoon opnieuw beginnen met varkens en niet terugkeren in de bouw waar hij, tot voor vijftien jaar geleden, timmerman was.

De bouw! Pfff! Steeds maar kouwe handen, voortdurend dat gezeik van een baas boven je, man!, nooit meer zou de varkensboer dat willen. Varkens, echt, iedere worp is mooi, het ontroert elke keer weer.

Honderdtwintig zwangere zeugen heeft boer Van den Heuvel op dit moment in zijn hokken, en als ze even willen wachten met biggen baren, dan komt over een maand de fax dat ze gezond zijn, en dat ze weer naar het slachthuis kunnen worden gereden.

Boer Van den Heuvel weet dat het daarop zal uitdraaien. Vandaar ook: idioot dat hij moet wachten op de opheffing van het transportverbod. Een hele provincie platgooien, ja toe maar.

'Ik denk', zegt boer Van den Heuvel, 'ik denk dat het allemaal onzin is'. Hij heeft geen pest, zeker weten, klaar. Misschien dat hij elders in het dorp rondwaart. Of in een gehucht verderop.

Waar is de varkenspest? De varkenspest woont achter de woedende, ijskoude blik van Paul van der Ven in Schayk, wiens varkens onlangs met grijpauto's zijn opgehaald en tot meel zijn opgestookt, en de varkenpest heeft absoluut geen behoefte om achter die woedende blik vandaan te komen en net te doen alsof hij varkensboerenverdriet kan veroorzaken.

'De varkenspest', zegt een Brabander als hij om de weg wordt gevraagd, 'is iets tussen mannen met witte jassen en boeren. Mensen zonder varkens zien ook nooit varkens, omdat ze hier allemaal in schuren verborgen zitten. Mensen zonder varkens kennen bijna geen mensen met varkens. Je leest erover, over wat ze nu overkomt, maar je weet eigenlijk niets'.

De varkenspest woont in het hoofd van Geert Boink, een veearts uit Udenhout die al heeft gedacht om zijn praktijk naar Ierland te verhuizen omdat hij zijn inkomen 'niet meer afhankelijk wenst te laten zijn van het stress-niveau van varkens'.

Wil je weten wat veeartsenverdriet is, zegt Geert Boink, hier, daar heb je het. Veeartsenverdriet:

Het besef dat een beroepsethiek zich niet verenigt met de werkelijkheid in het varkensbedrijf. Het besef dat die branche zich op industrieterreinen zou horen te vestigen, en niet tussen koeienboeren. Koeienboeren hebben een band met hun koeien, bij varkenshouders is die afstand veel groter.

Het besef dat een veearts bij varkensboeren alleen maar wordt ingeschakeld om de pijn van de beesten enigszins te verzachten. 'Een varken', zegt Boink, 'is in heel zijn korte bestaan niet in staat om aan leven toe te komen. Precies daar ligt mijn probleem.'

Veeartsenverdriet is het besef ook dat er niets aan te doen valt, aan dat probleem. Zijn vrouw wil niet naar Ierland, en wat meer is: de varkenshouderij wil niet veranderen. De macht van het geld is veel te groot, zegt Geert Boink, en tot een ecologisch verantwoord beleid zal het in de bedrijfstak niet komen, zolang de onderlinge concurrentie in de varkensteelt zo scherp blijft als die nu is.

Zo zal het blijven in Brabant, zegt Geert Boink, en het kan niet anders of hij zal er zich mee moeten verzoenen. 'We zijn allemaal passanten. Je kunt orenbijten bij biggen voorkomen door de deur van de stal open te zetten, of door ze medicijnen te geven.'

Waar is de varkenspest? Overal in Brabant, maar niet bij Geert Boink in de achtertuin. Daar lopen Lakervelder koeien, paarden, Nederlandse Landgeiten en twee varkens. Loopvarkens! Kei-mooi. 'Gezellig man'

Meer over