De van iedereen avenue

Nog steeds is de Champs-Élysées ‘de duurste 1.800 meter van Europa’. Maar het winkelaanbod verschraalt doordat kledingketens de ene na de andere vestiging openen....

‘Hier kun je ervaren hoe de stemming is in Parijs, in het hele land zelfs’, zegt Christophe Pinguet. Hij buigt zich op zijn dakterras over de rand naar de straat, diep onder hem. ‘Als de beurzen instorten, is het stil. De mooiste jongens en meisjes van de wereld zie je hier lopen en op de eerste lentedag hoor je hoe ze lachen.

‘Je voelt de emotie als de president bij een plechtigheid langskomt, dan merk je of de mensen tevreden zijn over hoe het gaat in het land. Je hoort van overal het ‘ja’ als Frankrijk scoort bij een kampioenschap. Geeft Madonna een concert in de stad, dan hangt hier de uitbundigheid.’

Hier, dat is de Champs-Élysées, de duurste 1.800 meter van Europa.

De planten kan hij alleen ’s morgens in alle vroegte water geven. Op elk ander tijdstip loopt hij de kans tegelijk ook passanten te begieten. ‘Het is mijn straat, maar tegelijk die van de hele wereld. Daar wil ik rekening mee houden.’ Die hele wereld, dat zijn honderd miljoen passanten per jaar, plus een niet aflatende stroom verkeer over acht rijbanen.

Even ter oriëntatie: vanaf het dakterras van Pinguet zie je links de glazen koepel van het Grand Palais, ’s avonds feëriek verlicht. Schuin voor je rijst de Eiffeltoren boven de daken uit. Helemaal rechts is de Arc de Triomphe, decor voor veel grote plechtigheden: erepodium Tour de France, kranslegging op 14 juli, nieuwjaarsvuurwerk, huldiging na het WK voetbal.

Met enige verbeelding kun je je achter de Arc, nog voorbij de rondweg, de geblokte Grande Arche voorstellen, die toegang geeft tot de kantoren- en bankenwijk La Défense. Naar links gaat het in een rechte lijn door naar de obelisk op het grote plein Concorde, dan dwars door de Tuilerieën heen, onder de kleinere Arc de Triomphe du Carrousel door, totdat de blik stuit op de façade van het Louvre.

Dit is zonder twijfel een van de mooiste zichtlijnen op de planeet, daarenboven voorzien van een niet te missen symbolische lading: een kaarsrechte streep van een kleine tien kilometer die de wereld van de kunsten verbindt met die van het geld.

Zo’n wiebelig Frans liftje brengt je naar het dakappartement dat Pinguet, eigenaar van een pr-bureau, sinds een jaar of tien bewoont. Aan het interieur te zien heeft de recessie hier nog niet toegeslagen. Boeken over Beckham, Armani en Warhol liggen in slagorde voor het grijpen op de salontafel.

Pinguet mag graag zeggen dat hij de laatste bewoner van de Champs-Élysées is. In werkelijkheid zijn er nog zo’n twintig woningen aan deze duurste straat van Parijs.

‘De economische long van de stad’, noemt Pinguet zijn avenue. De grote merken – Louis Vuitton, Nespresso, Virgin, Marriott, Disney, Adidas – hebben hier een prachtzaak. Maar de Champs-Élysées is van oudsher ook de straat waar de Parijzenaar naar de film gaat. En er zijn restaurants, nachtclubs en vooral ook autoshowrooms.

Citroën liet er vorig jaar een kinky etalage met glazen V-vorm bouwen. Renault heeft al een eeuw een dependance op la plus belle avenue du monde, deze dagen overigens vooral gevuld met het goedkope zusje uit Roemenië, de Logan. Maar ook het Russische Aeroflot en Air Iran houden er kantoor. Alleen al het adres geeft een zaak aanzien.

Na Fifth Avenue in New York en de Causeway Bay in Hong Kong is het de duurste straat ter wereld. De huurprijzen kunnen oplopen tot tienduizend euro per vierkante meter; privé-eigenaren zijn er amper nog. Zelfs Renault heeft zijn pand van de hand gedaan. Hier is het grootkapitaal koning.

Vandaar ook dat het een komen en gaan van winkelneringen is. Club Med en Planet Hollywood, in 1995 met veel tamtam door Sylvester Stallone en Arnold Schwarzenegger geopend, werden dit jaar gesloten. McDonald’s, gekomen in 1989, hangt met de nagels aan de stoeprand.

Ook van nachtclub Le Queen, voorvechter van de homo-emancipatie in Parijs, en broodjeszaak Pomme de Pain is niet zeker of ze het redden aan de Champs-Elysées.

Het postkantoortje op nummer 71 houdt al sinds 1952 stand. Het is een merkwaardig geval, een buurtwinkeltje dat wordt omringd door flagstores en megaboetieks. Pinguet spreekt er schande van. ‘Prima dat er een postkantoor zit. Maar waarom zo lelijk? Maak er dan wat bijzonders van. Frankrijk heeft prachtige postzegels: waarom zou je die niet in de etalage leggen?’

Niemand kijkt er van op als weer een winkel aan de Champs-Élysées moet sluiten. De huren zijn hoog; wie het niet redt, kan vertrekken. Zelfs het verdwijnen van Pharmacie Lincoln, de laatste echte apotheker, wordt niet echt betreurd. Als er in Parijs ergens een overvloed aan is, dan zijn het wel pharmacies. Veel belangrijker is de vraag: wat komt er voor terug?

De charme van de Champs-Élysées schuilt in de mengeling aan activiteiten. Overdag is de straat voor toeristen, maar ook voor zakenlui die in de buurt moeten zijn. ’s Avonds gaat de Parijzenaar er wat drinken. In het weekeinde komen de jongeren uit de voorsteden met het lokale treintje op de nachtclubs af.

En toen Sarkozy zijn overwinning in de race om het presidentschap wilde vieren, deed hij dat bij Fouquet’s aan de Champs-Élysées. Ooit begonnen als eenvoudig tentje voor vliegers en automobilisten die met een glaasje warme wijn wilden bijkomen van alle tegenwind; inmiddels uitgegroeid tot een zaak met allure.

Die mengeling, daar dreigt de klad in te komen: de mooiste avenue ter wereld lijkt op weg een textielstraat te worden. Recent onderzoek wijst uit: het aantal bioscopen is sinds 1980 met 67 procent afgenomen, terwijl kledingwinkels nu 39 procent van het aanbod vormen. Gap, Benetton, Zara, Celio, Esprit, IKKS, Dolce & Gabbana – ze hebben of krijgen er allemaal een winkel. Het Amerikaanse jongerenmerk Abercrombie & Fitch popelt om de plaats van Thai Airways in te nemen.

De kledingketens vechten om een etalage aan de Champs-Élysées en drijven de prijzen zo hoog op dat andere winkels de huren niet kunnen opbrengen. ‘Iedereen leeft hier in conflict met zijn huisbaas.’

Emblematisch is de komst van H & M, na een lange strijd met het stadsbestuur. Het Zweedse modeconcern kreeg vorige maand van de rechter dan eindelijk toestemming zich aan de Champs-Élysées te vestigen. Waar tot voor kort Club Med een reiswinkel had, zal straks een conceptstore van 2.800 vierkante meter komen.

‘Het is treurig dat de Champs-Élysées in een textielstraat verandert en almaar banaler wordt’, zei wethouder Lyne Cohen-Solal na de beslissing. H & M neemt voor het project de Franse toparchitect Jean Nouvel in de arm, ontwerper van onder andere het nieuwe museum Branly. De opening wordt niet voor eind 2010 verwacht.

‘Kijk naar Oxford Street in Londen’, zegt Edouard Lefebvre, de jonge secretaris van het Comité Champs-Élysées, belangenbehartiger van de avenue en naar verluidt de oudste vereniging van Parijs; zijn verre voorgangers zaten met keizer Napoleon III om de tafel. ‘Op zaterdag om half drie kun je daar over de hoofden lopen. Kom je om half acht terug, dan is er geen mens. Dat is het bezwaar van een monocultuur.’

De mix is nu ideaal, vindt hij. Iedereen heeft zijn eigen redenen om te komen. Je kunt komen winkelen, drinken, een film bekijken, wandelen. ‘Als je jong bent, ga je met je ouders auto’s kijken; als adolescent ga je hier wat drinken en daarna naar de film. Mensen komen voor de straat, daar alleen al hebben ze genoeg aan. Dat succes moet je koesteren.’

De oorsprong van de straat ligt in het begin van de 17de eeuw, toen Maria de Medicis een brede laan met bomen liet aanleggen door wat toen nog de weilanden en velden ten westen van Parijs waren.

Heel lang bleef het de favoriete wandeling voor stedelingen die behoefte aan frisse lucht hadden. Pas in 1828 werden de trottoirs aangelgd. In de film À bout de Souffle is nog te zien hoe Jean-Paul Belmondo en Jean Siberg over een Champs-Élysées rijden met ventwegen aan weerszijden, en overal parkeerplaatsen. Pas bij de laatste opknapbeurt, in 1994, kregen de trottoirs hun huidige breedte.

De straat heeft een mindere periode gekend, weet Lefebvre. ‘Er zijn tijden geweest dat je hier ’s avonds laat beter niet kon komen.’ Toch vindt hij het belangrijk dat de horeca blijft. ‘Zoals Saint-Germain er is voor de filosofie, zo is de Champs-Élysées er voor het nachtleven.’

Dat de burgemeester van het achtste arrondissement, waaronder de avenue valt, van ‘pigallisation’ spreekt, vindt hij belachelijk. ‘Hij lijkt eerder burgemeester van het achtste dan van de Champs-Élysées. Ik woon zelf in Pigalle en heb hier nog nooit animeermeisjes in de bars gezien. Maar zou ik dat in een Franse krant zeggen, dan word ik ontslagen.’

Laatste bewoner Pinguet ziet louter positieve kanten aan de globalisering die zijn straat in de greep krijgt. ‘De architectuur wordt mooier, de kwaliteit neemt alleen maar toe. Er is één grens: de Franse identiteit van de Champs-Élysées moet behouden blijven.’

Meer over