De snijbrander in de twistappel

Het reusachtige olievat Brent Spar, ooit onderwerp van felle milieudiscussies, wordt voorzichtig gesloopt. Volgende week wordt er een tweede stuk vanaf gezaagd....

ALS DE BRENT Spar, 's werelds meest besproken offshore-constructie, in zicht komt, borrelt een enigszins katterig gevoel op. Is dat nu alles? Heeft de wereld zich daar vier jaar geleden zo druk over gemaakt? De voormalige olieopslagtank van Shell wordt op dit moment ontmanteld in het Yrkefjord, niet meer dan veertig kilometer van Stavanger.

De tank zal in stukken worden gezaagd en als fundering gaan dienen voor een toekomstige pier in een haven even verderop. Dertig meter van het stalen gevaarte steekt boven water uit. Nog eens drie maal zoveel staal bevindt zich onder de waterspiegel. En wat er bovenuit steekt, wordt - althans van veraf gezien - aan het oog onttrokken door een immens ponton, de H-851 van het Nederlandse offshorebedrijf Heerema.

De drijvende bak van bijna driehonderd meter - de grootste ter wereld - wordt normaal gebruikt om offshoreplatforms in de Golf van Mexico op de zeebodem neer te zetten. Op het achterschip staan de vijzels van een soort liftconstructie met als basis een dikke stalen plaat die onder de vijftienduizend ton wegende Brent Spar is geschoven. Deze kan, hangend aan tientallen dikke stalen kabels, omhoog worden getakeld.

De buitenkant van de Brent Spar is wit uitgeslagen. Talloze kalkskeletjes van algen hebben zich erop afgezet. De tank lijkt daardoor meer van beton te zijn dan van staal. Delen van de stalen wand zijn bedekt met mosselkolonies.

De Brent Spar heeft meer dan twintig jaar dienst gedaan als opslagvat voor olie die in het Brent-veld op de Noordzee werd gewonnen. Het is een soort ronde dobber van staal met een diameter van dertig meter. In grote tanks onderin werd ruwe olie opgeslagen, die van tijd tot tijd met tankers naar het vasteland werd gebracht.

Begin jaren negentig werd de opslagtank uit bedrijf genomen. Na talloze studies besloot Shell, met toestemming van de Britse regering, het olievat te dumpen in een diepe trog ten noordwesten van Schotland. Die oplossing was het veiligst en het minst belastend voor het milieu, en bovendien het goedkoopst, aldus de oliemaatschappij.

In april 1995 kwam de milieuorganisatie Greenpeace daartegen in verzet. Er kwamen acties, onder meer een consumentenboycot van Shell. Na heftige disputen in de media, vele weken achtereen, zag de Shell-top af van dumping. De Brent Spar werd naar een fjord in Noorwegen gesleept in afwachting van een definitieve oplossing. Daarvan stond bij voorbaat vast dat die héél milieuvriendelijk moest zijn.

Er zijn tientallen oplossingen ingediend waaruit in 1997, na diverse inspraakrondes, uiteindelijk één werd gekozen: het voorstel van Wood/GMC. Dit Noors/Engelse consortium wil de Brent Spar in vijf grote stukken zagen om die te gebruiken als fundering voor de havenpier. Op die manier zou meer dan 80 procent van het stalen gevaarte opnieuw te gebruiken zijn.

Eind vorig jaar werd een begin gemaakt met de sloop. Als eerste werd het bemanningsverblijf, inclusief helikopterdek, met snijbranders losgesneden van de rest van de tank en met een hefschip daarvan afgetakeld. Dit deel is inmiddels afgevoerd naar Schotland, voor verwerking tot schroot.

In januari werd de Brent Spar tussen de twee uiteinden van het reuzeponton van Heerema gevaren en in de speciaal geconstrueerde lift gehangen. Het innovatieve liftidee heeft het Noorse/Engelse consortium de opdracht bezorgd, zegt Eric Faulds (55) van Shell uit Aberdeen, sinds 1991 de verantwoordelijke voor de ontmanteling van de Brent Spar. De sloop van de tank is zijn laatste klus. In september gaat hij met pensioen.

Met de lift is het stalen gevaarte met grote precisie verticaal uit het water te tillen. Zo wordt voorkomen dat op de wanden al te grote krachten worden uitgeoefend. Met name de stalen tussenschotten tussen de zes opslagtanks kunnen niet veel hebben, bleek in 1996 uit stressberekeningen.

Het opslagvat is namelijk tijdens de plaatsing in 1976 rechtop getakeld vanuit een drijvende positie. Er zijn toen fouten gemaakt waardoor enkele delen van de wand onevenredig grote krachten te verwerken kregen. Hierbij zijn in twee van de zes olieopslagtanks scheuren ontstaan; die tanks zijn nooit gebruikt.

'De omgekeerde operatie, het terug takelen in verticale, drijvende positie, brengt zodoende te veel risico's met zich mee', meent Faulds. Vandaar de keuze voor een liftconstructie die het vat zeer precies in balans kan houden. Hiervoor zijn aan weerszijden negen takels op het ponton neergezet, die onafhankelijk van elkaar kunnen draaien.

Het geheel wordt bestuurd met computers, die onder meer de krachten meten die op de hijskabels worden uitgeoefend. Op basis daarvan worden de takels zo bijgestuurd dat de Brent Spar in balans blijft. De drie computers zijn ondergebracht in een tent op het achterdek van het ponton, beschut tegen weer en wind.

Met een simpele druk op de knop is de lift in beweging te stellen - de speciaal ontworpen programmatuur voorkomt dat het vat tijdens takelen scheef komt te hangen. Op de beeldschermen zijn plaatjes op te roepen waarop is te zien of er onbalans is, en waar.

Om ongevallen te vermijden wordt er langzaam getakeld. Het duurt ongeveer twee dagen om het vat dertig meter omhoog te tillen. De lift kan maar een beperkt gewicht aan, wat betekent dat er eerst ballastwater uit de tanks moet worden gepompt om het geheel meer drijfvermogen te geven.

Dat ballastwater, waarin een onverwachte hoge concentratie zwavelwaterstof werd aangetroffen dat er eerst uitgehaald moest worden, mag niet worden geloosd in de fjord. Het wordt gezuiverd op een speciaal ponton met filtratieapparatuur. Het gereinigde water wordt tijdelijk opgeslagen in tanks aan boord van het ponton. Het wordt van tijd tot tijd met een tanker opgehaald.

Wanneer er voldoende ballastwater uit de tanks van de Brent Spar is gehaald, wordt er getakeld. Steekt er zo'n dertig meter staal boven water, dan kan het werk daaraan beginnen. Eerst wordt een waslaag aan de binnenkant van de tank met krachtige waterjets weggespoten. In de loop der jaren zijn de lichtere fracties uit de ruwe olie verdampt. De zwaardere componenten zijn in de vorm van een waslaag van zo'n halve centimeter dik op de wand achtergebleven.

Die laag moet weg om te voorkomen dat straks bij hergebruik als fundering het water ermee wordt bevuild. Bovendien vergroot de aanwezigheid van brandbare was het risico op explosies tijdens het snijden van het staal. Het eerste segment, het smalste, is er vorige maand afgezaagd. Dit stuk is inmiddels met een aantal hijskranen op het ponton neergezet. In de loop van volgende week gaat het tweede segment eraf, een ring van ruim 23 meter hoog.

'Tien man zijn een etmaal bezig met dat lossnijden', zegt Alf Robertson van Wood/GMC, de verantwoordelijke op het ponton. 'De meeste tijd gaat zitten in de voorbereidingen, toch wel enkele weken per segment.'

De Brent Spar is een unieke offshore-installatie, en dat levert voortdurend onverwachte situaties op die om een oplossing vragen. In het onderste deel van het stuk dat er nu afgezaagd gaat worden, bevinden zich de bovenkanten van de opslagtanks. In de ruimte waar straks de lassers moeten werken heeft zich benzeen opgehoopt, afkomstig uit de waslaag.

In de lucht binnen zitten zo'n vijf delen benzeen per miljoen delen lucht, is uit metingen gebleken. Die concentratie is te hoog voor de lassers, die enige uren achtereen in de tank aan het werk zullen zijn. Er wordt nu door de ruimte continu lucht geblazen om het overgrote deel van de benzeendamp te verwijderen. De lassers krijgen straks bovendien zuurstofapparatuur mee. Is dit segment weg, dan staan opslagtanks in een open verbinding met de lucht en zal er zich geen benzeendamp meer kunnen ophopen.

Als gevolg van tegenslagen, waaronder die hoge concentratie benzeen, ligt het sloopwerk twee maanden achter op schema. Eric Faulds van Shell maakt zich er niet druk over. Zolang er maar geen onnodige risico's worden genomen, is hij tevreden. De veiligheid van de werknemers staat voorop, vindt hij, wetende dat het geringste probleem Shell op een nieuwe golf van slechte publiciteit zal komen te staan.

Tijd is echter geld, met name het huren van het reuzenponton is extreem duur, aldus Faulds. De ontmantelingskosten werden tot voor kort geschat op meer dan tachtig miljoen gulden. De sloop van de Brent Spar gaat Shell echter veel meer kosten.

Faulds wil er daar nu niets over kwijt. 'Wanneer die eerste grote sectie eraf is, zijn we in staat betere kostenschatting te maken. We zijn daar nu mee bezig. Bij dit soort eenmalige projecten is een kostenoverschrijding van 10 à 15 procent gebruikelijk.' De uiteindelijke kosten zullen daar vermoedelijke nog flink boven zitten.

De Shell-man hoopt vóór de zomer - juni, mogelijk juli - de vijf segmenten met het reuzeponton bij het haventje van Merkjavik, iets boven Stavanger, te kunnen afleveren. Daar komt de pier die door de stukken Brent Spar zullen worden geschraagd. Roll on/roll off-schepen zullen eraan afmeren. De pier kan, als alles meezit, begin volgend jaar in gebruik worden genomen. Faulds: 'Misschien krijg ik tegen die tijd wel een uitnodiging.'

Meer over