De paniek is voorbij, nu de crisis nog

De economie groeit weer. Maar is de crisis al echt voorbij? Mark Roscam Abbing is de man achter de CPB-ramingen....

Door Elsbeth Stoker

Het probleem van Mark Roscam Abbing (35) is dat hij té serieus genomen wordt. En dat terwijl hij vorig jaar zijn werk helemaal niet goed heeft gedaan, grapt hij. ‘Maar waarschijnlijk wel het minst slecht van iedereen’, zegt hij terwijl hij er een grafiekje bij pakt om te laten zien hoe ver onder meer het IMF, de Europese Commissie en de OESO er naast zaten met hun economische voorspellingen.

Roscam Abbing – blond ringbaardje en pak zonder stropdas – is sinds oktober 2008 de man achter de CPB-ramingen. Hij is – samen met zijn team – verantwoordelijk voor de gisteren gepubliceerde voorspelling dat de Nederlandse economie in 2011 met 2 procent groeit en dat een half miljoen Nederlanders dan werkloos zijn.

Voorheen werkte Roscam Abbing als hoofd begrotingsbeleid op het ministerie van Financiën, daarvoor bij De Nederlandsche Bank en het IMF. Op de dag dat de paniek echt losbarstte in Nederland, verliet hij het pand van Financiën. ‘Enkele van mijn collega’s moesten mijn afscheidsborrel voortijdig verlaten omdat ABN Amro genationaliseerd werd. Dat was wel heel spannend.’

Maar van zijn overstap naar het het rustieke pand van het CPB in een Haagse buitenwijk heeft hij geen spijt. ‘Want ook hier is het best spannend. In december 2008 is onze economie echt langs het randje van de afgrond gegaan. Iedereen was in paniek.’ Afgelopen jaar hebben hij en zijn collega’s vele ‘theesessies’ gewijd aan het doorgronden van de economische ontwikkelingen.

En dat was best lastig. Nog meer dan voorheen stond het werk van het CPB in de belangstelling. ‘Afgelopen jaar hing iedereen aan onze lippen; elk woordje van ons werd meteen voorpaginanieuws. Zoveel aandacht is natuurlijk ontzettend leuk, maar mensen moeten ons ook weer niet te serieus nemen. Het zijn maar ramingen, nog geen werkelijkheid.’

Voorspelden de Haagse rekenmeesters in september 2008 nog dat de Nederlandse economie in 2009 met 1,25 procent zou groeien in december van dat jaar werd dit bijgesteld naar een krimp van 0,75 procent, om vervolgens in februari 2009 veranderd te worden in een krimp van 3,5 procent.

Nooit eerder stelde het CPB de ramingen zo sterk en zo vaak naar beneden bij. ‘Het is wel frustrerend en er zijn zeker dagen geweest dat ik ervan baalde als we de ramingen moesten aanpassen. Dat doet gewoon pijn, mij persoonlijk ook.’ De ramingen hebben immers grote invloed. Niet alleen worden de begroting en het beleid erop afgestemd, ook vakbonden en werkgevers kijken naar de inflatiecijfers om hun inzet aan de cao-tafel mede te bepalen.

De steeds wisselende voorspellingen leverden het CPB dan ook een hausse aan kritiek. ‘Ik vind het altijd grappig dat als wij onze ramingen bijstellen, gezegd wordt: het CPB zat er de vorige keer naast, kijk maar naar de nieuwe CPB-cijfers. Maar die nieuwe cijfers zijn ook ramingen, geen feiten.’

Waar hij het meest van baalde was de twijfel aan de onpartijdigheid van het CPB. Vooral tijdens de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd kwam die naar voren. Hij en zijn team moesten doorrekenen hoeveel het oplevert als Nederlanders voortaan op hun 67ste met pensioen gaan. ‘De belangen zijn heel groot. Wij moeten onpartijdige informatie geven, maar tegelijk moeten we wel kiezen hoe je bepaalde effecten inschat. Economie is immers geen exacte wetenschap. Dan er is altijd iemand die wel blij wordt van je inschatting en iemand die dat niet wordt.’

De meest hectische periode is nu voorbij. Althans dat denkt hij. Nu wordt het tijd om de crisisbrokstukken op te ruimen én door te rekenen. Binnenkort ontvangt hij de voorstellen van de heroverwegingscommissies. ‘Het is goed nieuws voor Nederland als mijn werk saai wordt, maar voorlopig zal dat nog niet het geval zijn.’

Meer over