De onderkruipers te slim af

Vijf jaar is Rijkman W.J. Groenink topman van ABN Amro (wereldwijd 97 duizend werknemers). Dit jaar stond hij maandenlang in de internationale schijnwerpers: ABN Amro poogde als eerste buitenlandse partij een Italiaanse bank te kopen....

Twee weken lang liep Rijkman Groenink dit voorjaar rond met een baksteen in zijn maag. ABN Amro was in Italië in een wespennest beland. En van Groenink werd een beslissing verwacht.Wat er gebeurde in die maanden werd wereldnieuws. In Italië zijn de eerste boeken over de affaire al verschenen. En nog altijd is de zaak-Antonveneta niet afgewikkeld. ABN Amro, dat deze bank uiteindelijk kocht voor 7,2 miljard euro, wacht nog steeds op zijn aandelen - het justitiële beslag dat hierop rust is nog niet opgeheven.

Ex-bankier Gianpiero Fiorani, een van ABN Amro`s belangrijkste tegenstanders, zit al achter de tralies. De verdenking: deelname aan een criminele organisatie, handel met voorkennis, valse verklaringen plus het betalen van steekpenningen. Centrale-bankpresident Antonio Fazio, het brein achter het anti-Nederlandse verzet, zwichtte deze week voor de druk om af te treden. Tegen hem loopt eveneens een onderzoek.

ABN Amro heeft al tien jaar belangen in Italiaanse banken. Een interessante markt vanwege zijn rijke bevolking. De vele kleine en middelgrote lokale banken zijn inefficiënt - nergens in Europa betalen klanten zo veel voor bankdiensten als in Italië. Kansen dus voor Groenink, die ABN Amro flink saneerde.

Maar tot dusver vond elke buitenlandse bank in Italië een groot obstakel op zijn weg. Fazio, president van de centrale bank, wilde `zijn` banken zo Italiaans mogelijk houden - zonder toestemming van Banca d`Italia is het onmogelijk meer dan 15 procent van een Italiaanse bank te kopen. Extra complicatie: Fazio was benoemd voor het leven.

Om toch invloed te kunnen uitoefenen, opereren buitenlandse banken daarom vaak in een pact met Italiaanse partners. Bij Antonveneta waren ABN`s bondgenoten bijvoorbeeld de steenrijke familie Benetton en verzekeraar Lloyd Adriatico. In april moest het pact vernieuwd zijn. Maar ondanks alle ervaring die Groenink had in Italië, kon hij niet bevroeden dat Fazio dit moment zou aangrijpen om ABN Amro te `wippen`.

`Wij hadden twee scenario`s bedacht`, vertelt Groenink in zijn kamer op de 21ste verdieping van het Amsterdamse hoofdkantoor. `Ofwel verlenging van het pact op basis van een belang van 15 procent, en wachten op de kans dat we ooit een bod konden doen. Of er kwam een grote Italiaanse bank die op Antonveneta zou bieden. Dat zouden we zeker hebben verloren.`

In plaats daarvan begon een nachtmerrie. `Midden in de gesprekken over een nieuw pact werd ons duidelijk dat onze partners werden beïnvloed niet te tekenen. Dat ging zeer suggestief. Natuurlijk nooit van: u mag niet met ABN Amro praten. Maar als je als Italiaanse bankier een telefoontje van de centrale bank krijgt met de mededeling: weet u wel dat er ook Italiaanse oplossingen mogelijk zijn, en zou u daar niet graag naar willen kijken... Dat is voor de goede verstaander genoeg hè?`

De machtige Fazio had meer ijzers in het vuur. Het piepkleine Banca Popolare di Lodi (BPL), geleid door Fiorani, ontpopte zich als ABN Amro`s tegenstrever. Later bleek uit taps dat de banden tussen Fazio en Fiorani innig waren.

Groenink viel van de ene verbazing in de andere. `BPL bleek via stromannen aandelen Antonveneta te kopen, gedekt door de centrale bank.` De transacties liepen onder meer via vastgoedmagnaten en firma`s op de Kaaiman-eilanden.

`Dat was voor ons zó buiten de orde. Ik heb een beeld van toezichthouders die rechtlijnig zijn, heel strak de stabiliteit van het financiële systeem en de gezondheid van de onder toezicht gestelden in de gaten houden. Je gaat toch niet uit van andere bedoelingen? We hadden ook niet in ons hoofd dat de centrale bank een financiële onderkruiper zou gebruiken om Antonveneta in Italiaanse handen te houden.`

Lange tijd leek het erop dat Fazio`s opzet succes zou hebben. Een smadelijke aftocht met een verlies van honderden miljoenen euro`s dreigde voor Groenink. `Toen moesten we met een antwoord komen. De belangrijkste keuze was dat we niet op dezelfde wijze te werk zouden gaan. Wij hadden ook stromannen kunnen inhuren. Daarvan zeiden we: dat doen we niet. We wilden het door de voordeur doen.`

Groenink stond voor een duivels dilemma. `Als je niks doet, kun je als minderheidsaandeelhouder alleen nog tegen een lage prijs je aandelen verkopen. Daar gaat je investering.` Maar de andere optie, een bod uitbrengen, had ook nadelen. `Onze aandeelhouders vonden het geen briljant idee`, zegt hij met gevoel voor understatement. Elk gerucht over een bod op Antonveneta leidde tot een koersdaling voor ABN Amro. Een gevoelig punt voor Groenink, die de belangen van aandeelhouders tot het centrale doel van de bank heeft gemaakt.

`Ik heb die beslissing als heel persoonlijk ervaren. Ik voelde op mijn schouders direct de last: als ik nu zeg: we doen het toch niet, gebeurt het ook niet. Dan is er niemand die zegt: ben je gek, kom op. Als ik toen nee had gezegd, was het niet doorgegaan. Ik moest zelf ja zeggen. Twee weken lang had ik zoiets van: tsjongejongejonge.`

Groenink gaf het groene licht: ABN Amro bood op 30 maart 7,2 miljard euro voor Antonveneta. `Daarmee hebben we het scenario van de centrale bank en BPL doorbroken, want daar hadden zij weer geen rekening mee gehouden. Ze dachten dat we dat nooit zouden doen. Ja, daar kan ik nu nog van genieten.`

Er volgde een lange reeks rechtszaken en tegenzetten die internationaal met argusogen werden gevolgd. Want de strijd om Antonveneta ging om veel meer dan een middelgrote Italiaanse bank: het draaide om de vraag hoe ver Europa is met een vrije bankensector.

`We dachten dat het helemaal verkeerd ging toen BPL razendsnel toestemming kreeg van de centrale bank aandelen op te kopen. Dus wij naar de rechter, maar die durfde niet te beslissen, en ook de beurstoezichthouder zag geen kans zijn toestemming te onthouden. Alles wat we aanvoerden werd vriendelijk in ontvangst genomen, maar er werd niet op geacteerd. Toen we moesten beslissen of we ons bod zouden verlengen, zeiden we tegen elkaar dat het toch geen zin zou hebben.`

Terneergeslagen meldde ABN Amro dat het bod niet werd verlengd. `Toen het de openbare aanklager duidelijk werd dat we zouden afhaken, is hij erin gesprongen. Het OM dacht: ``Als we nu niets doen, komen we voor een voldongen feit te staan. Dan hebben die criminele activiteiten succes. Dan krijgen we misschien de top van BPL ooit nog in de gevangenis, maar die transactie draai je niet meer terug.`` Toen hebben ze, boem! (Groenink slaat met zijn vuist op tafel) tot onze stómme verbazing ingegrepen. Op vrijdag 22 juli leek het voorbij, maandagmiddag waren we terug in de race.`

Hij is door vrijwel alle topbankiers in de wereld gefeliciteerd. `Per mail, telefoon en op bijeenkomsten. Iedereen was blij dat het recht had gezegevierd.` Wat hij nog kwijt wil: `Zonder advocaten waren we nergens geweest. We hadden de twee beste kantoren van het land ingehuurd. In Italië heb je consiglieri nodig met de juiste contacten.`

Het leven van Rijkman Groenink is niet altijd zo opwindend als in zijn Italiaanse maanden. `Mijn dag begint met het aankleden van de kinderen en het gezamenlijke ontbijt. Vaste prik omdat het vaak gebeurt dat ik ze `s avonds niet zie.` Want Groenink kan 365 avonden per jaar naar recepties, etentjes of lezingen - hij vindt dat hij goed nee kan zeggen. Eenmaal per week brengt hij de kinderen naar school. Groenink, kunstverzamelaar en bewoner van een oude molen, is zodoende meestal `rond tien voor negen` op kantoor. Rituelen heeft hij amper. Op zijn etage staat prominent een scherm met beurskoersen, maar bij aankomst is de handel meestal nog niet begonnen.

`Wel check ik vaak waar onze boten liggen in de Volvo Ocean Race. We willen winnen. Waarom zou je anders aan zo`n zeilrace meedoen? Daarom geven we meer uit dan wanneer je met moeite een boot in elkaar timmert en rondvaart op een houtje. We hebben aan die twee boten 20 miljoen euro uitgegeven. En aan het circus eromheen nog eens 20 miljoen.` Groenink is tevreden over de `enorme uitstraling` voor ABN Amro. `We zitten in zestig, zeventig landen. We meten elke communicatie-uiting, waar de race in beeld komt, in welke media. En we liggen voorop. Dat helpt.`

Anders dan een leek zou vermoeden, houdt Groenink zich niet meer bezig met `bankieren of risico`s`. Sterker nog: `Formeel worden er helemaal geen deals besproken in de raad van bestuur. Allemaal gedelegeerd. Alleen bij héle grote aandelen-emissies of kredieten worden we informeel wel eens gepolst.`

Wat Groenink dan de hele dag doet? `Lezen doe ik nauwelijks. Dat bewaar ik voor `s avonds. Tijd om een uurtje te gaan zitten nadenken, geef ik mezelf niet. Dan val ik waarschijnlijk in slaap. Ik heb debat nodig. Dus praat ik vooral. Met de bazen die gaan over de strategie, toezicht, communicatie en het personeelsbeleid bijvoorbeeld. In principe heeft iedereen die wil toegang tot mij. Ik bekijk mijn eigen mail.`

Groenink blijkt vooral rondreizend ambassadeur. `Ik draag intern de strategie, de ambities en de cultuur uit. Het gevoel van trots versterken. Liefst op grote vestigingen zoals in Brazilië of Chicago, zodat ik in één keer driehonderd man toespreek. Daar waar concentraties van talent zitten. Niet naar Kazachstan, waar weliswaar honderd man werken, maar dat rendement is me te laag.` Groenink steekt ook veel tijd in het bijpraten van aandeelhouders. `Laatst ben ik in anderhalve dag op en neer geweest naar Californië. Dat is een krachttour hoor. Terug mocht ik gelukkig first class vliegen.`

Reizen in Nederland vindt Groenink niet meevallen. Tien voor negen op kantoor lukt niet altijd. `s Middags ziet hij vanuit zijn raam de A10 dichtslibben. `Elke avond kijk ik naar buiten: zal ik al naar huis gaan of niet? Het wordt steeds erger. We hebben het niet meer over geïsoleerde problemen in de doorstroming, alles lijkt met elkaar verknoopt.`

Een pasklare oplossing heeft hij niet: `Ik ben maar een simpele bankier`. Hij wijst echter op Londen en New York. `Dat zijn sterke voorbeelden waar sinds jaar en dag gebruik wordt gemaakt van openbaar vervoer om van huis naar het werk te komen. Iedereen stapt in de ondergrondse, van topbankier tot schoenenpoetser. Ik heb in New York gewoond - iedereen staat. Het is absolute waanzin om per auto van midtown-Manhattan naar downtown te rijden. Dat is gewoon onzin. Dat besef moet hier doordringen. Ondanks dat we een goed OV-net hebben, beginnen we op Los Angeles te lijken, dat veel te weinig OV heeft. Omdat mensen niet uit die auto te branden zijn. We moeten de Randstad als metropool gaan behandelen.`

Groenink hekelt het huidige beleid. `Werk moet je niet spreiden, maar juist concentreren. Alleen dan kun je geconcentreerde vervoersstromen creëren met bijbehorende voorzieningen. Zolang we elk dorp een bedrijfsterrein laten bouwen of uitbreiden, stimuleren we de mobiliteit. Iedereen zijn eigen kantorencentrum: dat wordt onhoudbaar.`

Hij heeft ook zorgen over het imago van Nederland onder buitenlandse werknemers. `Ik las in de krant dat veel expats ons land niet prettig meer vinden. Infrastructuur, veiligheid, school, zorg en cultuur zijn kernwaarden. Kinderopvang is te duur, dat hoor je Nederlanders ook zeggen. Onderzoek bewijst dat de habitat voor degenen van buiten ongelofelijk belangrijk is. Dus als er dit soort signalen doorkomen, we`d better do something about it. Ons gebrek aan ruimte en zon moeten we compenseren. Natuurlijk zijn er pluspunten. Nergens hebben kinderen het zo fijn in de wereld als hier. Op de fiets of lopend naar school. Maar dan moet je zorgen voor veiligheid. Het moet schoon zijn; buitenlanders ergeren zich daar vreselijk aan. Dat kunnen we veranderen. Die zon, daar kunnen we geen fok aan doen.`

Dat neemt niet weg dat Groenink politici niet benijdt. `Het besturen van een samenleving wordt steeds complexer. Net als ons eigen werk. Neem duurzaamheid: dat is een randvoorwaarde geworden. Dat was er twintig jaar geleden niet.` Groenink wijst ook op de strengere beursregels, en op de fraudegevoeligheid van banken.

`Die is de afgelopen jaren toegenomen. Je zou denken dat het afneemt dankzij alle automatisering en beveiliging. Daar staat tegenover dat je met de juiste codes overal toegang hebt. Vroeger ging een transactie langs 25 bureaus voor ie werd uitgevoerd. Als je wilde frauderen moest je 25 man misleiden. Tegenwoordig kun je met een code en een elektronische handtekening aan de slag.`

Vandaar dat Groenink veel tijd steekt in het interne toezicht. Pijnlijk genoeg ging het vorige week toch nog mis in de VS: de bank kreeg een boete van 80 miljoen dollar. Groenink besloot 40 procent van zijn bonus van 805 duizend euro in te leveren. `De bank is tekortgeschoten in het toezicht`, geeft Groenink toe. `Uiteindelijk is het onze verantwoordelijkheid als bestuur.`

Een grote deal à la Antonveneta verwacht hij niet snel meer. `We kunnen morgen niet nog eens zeven miljard uit onze zak trekken. Maar ik zie niet waarom we binnen - zeg - vijf jaar niet meer van dit soort stappen kunnen zetten.` Groenink hoopt er dan nog te zitten. `Maar ook ik heb een houdbaarheidsdatum. Als mijn vijf collegae morgen bij elkaar komen en concluderen dat het absoluut niet meer gaat met die Groenink, ben ik weg.`

Meer over