De Noord-Ierse tijgerin

Redelijke groei, relatief lage werkloosheid, een nieuw Hilton Hotel in Belfast: het economisch herstel van Noord-Ierland begon al jaren vóór het vredesreferendum....

door Nanda Troost

HET stadhuis van Belfast staat ongeveer halverwege tussen het Europa Hotel, doelwit van dertig bomaanslagen en symbool van het oude Belfast van vóór het vredesreferendum, en het Hilton Hotel, dat nieuwe tijden aankondigt. Alban Maginness heeft het gebouw zojuist ontruimd. Tot 1 juni was hij de eerste katholieke Lord Mayor (burgemeester) uit de geschiedenis van Belfast.

Maginness nam met een gerust hart afscheid: booming Belfast ligt volgens hem binnen handbereik. 'Mits de situatie stabiel blijft, kunnen we de prestaties van het zuiden van Ierland evenaren. Daar bloeide een van de armste gebieden van Europa op tot een van de snelst groeiende economieën - een soort Keltische tijger.'

De tekenen van de relatieve voorspoed in Noord-Ierland zijn zichtbaar in de skyline van Belfast. De gele kranen van Harland & Wolff, de scheepswerf die begin deze eeuw de Titanic bouwde, krijgen steeds meer concurrentie. Verder landinwaarts, langs de rivier de Lagan, schiet het ene na het andere kantorencomplex uit de grond. Vooruitlopend op de vrede verrijzen regionale hoofdvestigingen van British Telecom, banken, verzekeraars en supermarktketens. Voorlopig hoogtepunt is de bouw van het Hilton Hotel, dat met tweehonderd kamers het grootste hotel van de Noord-Ierse hoofdstad wordt.

The Troubles, zoals de Noord-Ieren hun semi-burgeroorlog van de afgelopen decennia eufemistisch noemen, hebben de economische ontwikkeling vertraagd, niet geblokkeerd. Neem de ontwikkeling van het prestigieuze Laganside, waarmee in 1989 werd begonnen, ruim voordat de IRA in 1994 het eerste staakt-het-vuren afkondigde. De sterk vervuilde rivier werd schoongemaakt voor vier miljoen Britse pond. De Lagan Weir werd aangelegd, een dam die het waterniveau kan regelen. Kosten: veertien miljoen pond. Daardoor kan de rivier weer voor recreatieve doeleinden worden gebruikt.

In januari vorig jaar ging de Waterfront Hall open, sindsdien Belfasts belangrijkste concertzaal annex conferentieruimte. In totaal is er 200 hectare waarop kantoren, huizen en recreatieve voorzieningen worden gebouwd. Naar verwachting is er in het jaar 2000 een half miljard pond in de ontwikkeling van Laganside gestoken - honderd miljoen voor rekening van de overheid, de rest privaat geld. De eerste huizen die in 1994 konden worden gekocht voor vijftigduizend pond, gaan nu weg voor 130 duizend.

De verwachting is dat er nog zeker tot 2007 aan Laganside zal worden gebouwd. Tot de eeuwwisseling heeft het megaproject tienduizend nieuwe banen opgeleverd.

Het gaat al een aantal jaren goed met de economie van Noord-Ierland. Vorig jaar bedroeg de groei 3 procent. Ook de werkgelegenheid nam vorig jaar opnieuw toe, met 2,2 procent, en de werkloosheid heeft het laagste punt in zeventien jaar bereikt: van 12 procent in 1990 naar 8 procent in 1997. Daarmee zit Noord-Ierland beduidend onder het Europese gemiddelde van 10,6.

De economie van de 1,6 miljoen Noord-Ieren is voor een deel een kunstmatige. Londen steekt jaarlijks zeven miljard pond in the province, met daarbovenop nog eens 1,2 miljard voor het handhaven van law and order. De overheid is dan ook een navenante werkgever: daar werken 193 duizend van de 681 duizend werknemers.

Bij de politie en in de gevangenissen werken zestienduizend personen, drie keer zoveel als nodig is. 'Daar zullen geleidelijk tienduizend banen verdwijnen. Zeer goed betaalde banen: de gemiddelde politieman verdient hier een jaarsalaris van tussen de veertig- en vijftigduizend pond', zegt Graham Gudgin. Hij is directeur van het Northern Ireland Economic Research Centre en economisch adviseur van de Noord-Ierland-commissie van het Britse Lagerhuis.

Vooral het toerisme zal profiteren van de vrede, met twintigduizend nieuwe banen als verwacht resultaat. John Stringer, directeur van de Noord-Ierse Kamer van Koophandel: 'Toerisme is in Ierland goed voor 6 procent van het bruto nationaal product, in Noord-Ierland ligt dat onder de 2 procent. Een dramatisch verschil.'

NAAST Groot-Brittannië is ook de Europese Unie een belangrijke geldschieter. De Noord-Ieren krijgen, net als de Grieken en Portugezen, miljoenen uit het Structuurfonds.

De speciale status heeft Noord-Ierland sinds 1989 2,4 miljard ecu opgeleverd. Daarnaast heeft de EU sinds 1989 160 miljoen ecu gestort in The International Fund for Ireland, gericht op Noord-Ierland en de zes grensprovincies in het zuiden van het eiland. Ook de VS, Nieuw-Zeeland en Canada betalen aan dit fonds.

En dan is er nog het speciale programma voor Peace and Reconciliation, door de EU opgezet na het staakt-het-vuren van de IRA: honderd miljoen ecu tot 2000. Hieruit zijn elfduizend zogenoemde cross community projecten gefinancierd, gericht op het bevorderen van samenwerking tussen protestanten en katholieken. Jim Dougal, vertegenwoordiger van de Europese Commissie in Belfast, verwacht dat deze Europese geldkraan tot 2006 al blijven stromen.

Esmond Birnie is econoom aan Queen's University in Belfast. Hij behoort tot een stroming van Noord-Ierse economen die hun vraagtekens zetten bij de gulle hand van Brussel. Als voorbeeld noemt hij Belfast City Airport; de aanleg werd gefinancierd door het Structuurfonds van de EU. 'Dat vliegveld was er ook gekomen met private financiering.'

En aan het Peace and Reconciliation-programma houdt Birnie een ongemakkelijk gevoel over. 'Naar mijn mening is het een groot experiment van social engineering, gericht op het creëren van betere mensen. En dat is toch uit de mode sinds de dood van het socialisme in Oost-Europa. Bovendien zijn de resultaten van dergelijke experimenten niet meetbaar.' Wel erkent ook hij dat de Europese subsidies goed zijn geweest voor de Noord-Ierse infrastructuur. Belfast kreeg een eigen vliegveld, en wegen en spoorwegen zijn of worden verbeterd.

NA DE vrede de welvaart, beloofde de Britse minister van Financiën Gordon Brown de Noord-Ierse bevolking, nog vóór het referendum over het vredesakkoord. Hij beloofde Noord-Ierland nog eens 350 miljoen pond extra. 'Maar de Britten zullen hun Noord-Ierse uitgaven straks kritischer gaan bekijken', zegt Graham Gudgin. Nu durfde Londen nog nauwelijks op leger of politie te bezuinigen, uit angst voor een storm van kritiek na iedere dode die ongetwijfeld nog zal vallen.

Gudgin: 'Maar de regering weet natuurlijk dat daar veel geld te halen valt. De handhavers van de openbare orde in Noord-Ierland - het Britse leger, de Royal Ulster Constabulary (de politie, red.) en de gevangenissen - kosten Groot-Brittannië jaarlijks 1,2 miljard pond.'

Minder geld uit Engeland is niet het enige probleem van de Noord-Ierse economie. Het voortdurende geweld kostte naar schatting 25- tot veertigduizend banen. De werkloosheid mag dan laag zijn, meer dan de helft van de werklozen is wel langer dan een jaar zonder werk. De Noord-Ierse boeren zijn zwaar getroffen door de BSE-boycot van de Europese Unie, al mag er sinds kort weer rundvlees worden geëxporteerd. Tenslotte zijn ingrijpende economische hervormingen nodig.

Toch denken velen dat Noord-Ierland uiteindelijk goed zonder Britse steun zal kunnen leven.

Oud-burgemeester Maginness: 'Noord-Ierland heeft de potentie een Ulster tijgerin te worden. En wie weet wat er nog van komt als er iets moois groeit uit een relatie met de Keltische tijger?'

Meer over