NieuwsTata Steel

De Nederlandse en Britse Tata Steel staan op het punt van scheuren

De twintig jaar oude fusie tussen de staalbedrijven in Nederland – het voormalige Hoogovens – en Groot-Brittannië – het voormalige British Steel – staat op springen. Dat laten ingewijden aan de Volkskrant weten.

Tatasteel in IJmuiden, een van de modernste hoogovens van de wereld.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Nu alleen het Britse onderdeel voor 500 miljoen pond staatssteun heeft aangeklopt bij de eigen overheid, lijkt de enige oplossing ontvlechting van het staalconcern. Zou de fusie blijven bestaan, dan zou Brits belastinggeld in Nederland kunnen belanden, een moeilijk voorstelbare situatie. Tata Steel is voor Nederland essentieel omdat staal onmisbaar is voor onder meer verpakkingen en veel producten.

Binnen het bestuur en de commissarissen van Tata Steel Europe, en die van de Britse en Nederlandse vennootschappen die eronder hangen, wordt ‘een zelfstandige toekomst van de onderdelen en een deconfiture van het Britse deel’ veelbesproken, bevestigt een ingewijde.

Hans Schenk, emeritus-hoogleraar economie in Utrecht en voorheen adviseur van de ondernemingsraad van Tata, denkt dat ontvlechting onontkoombaar is. ‘Het is een optelsom van Brexit, het besluit van het Indiase moederbedrijf om de onderdelen in Europa niet meer te helpen en de coronacrisis, waardoor het Britse onderdeel zonder staatssteun failliet zal gaan.’

Schenk denkt dat de beste oplossing is om de huidige Britse onderdelen van Tata – met name het staalbedrijf Port Talbot in Wales – samen te voegen met de door Tata verkochte onderdelen in Scunthorpe en Teesside, die sinds maart in Chinese handen zijn. ‘Dan heeft het land weer een eigen nationaal staalbedrijf. Dat wil de regering van Boris Johnson graag. Ieder land probeert internationale knooppunten in te wisselen voor nationale.’ Als de staatssteun wordt gegeven, zal de Britse overheid waarschijnlijk ook een aantal zetels in het bestuur opeisen.

Voortouw

Het Nederlandse deel van Tata zou dan zelfstandig het voortouw kunnen nemen in de Green Deal van de EU, suggereert Schenk. ‘De steun die de Nederlandse belastingbetaler ongetwijfeld zal moeten gaan verstrekken aan dat Nederlandse deel van Tata, kan dan worden ingezet bij die gehoopte vergroening van het bedrijf, zonder dat het wegvloeit naar buitenlandse beleggers of eigenaren.’ 

Tata Steel heeft in Groot-Brittannië achtduizend werknemers, waarvan zesduizend in Wales. De Britse regering kan dit bedrijf onmogelijk failliet laten gaan. Maar ze zal ook niet zomaar 500 miljoen pond staatssteun geven. ‘Als het alleen is bedoeld om de uitbetaling van de salarissen aan werknemers te verzekeren, is het geld over negen maanden weer op’, zegt een ingewijde. 

In een brief aan de minister van Financiën noemde Roy Rickhuss, leider van de bond van werknemers in de staalindustrie, het deze week ‘waanzin om in een tijd van hernieuwd protectionisme een basisindustrie als staal verloren te laten gaan. We hebben dat nodig voor onze auto-, vliegtuig- en defensie-industrie, en de bouw.’ Een bron bij het bedrijf: ‘De Nederlandse directie staat pal voor IJmuiden. En de Engelse overheid zal bij daadwerkelijke staatssteun pal voor het bedrijf in Port Talbot staan. Daar zit weinig gemeenschappelijks in, zou je zeggen.‘

Eigen broek ophouden

Op hulp van het Indiase moederbedrijf Tata Sons hoeft het staalbedrijf ook niet te rekenen. Die wil zijn handen er zo snel mogelijk van aftrekken en heeft eerder dit jaar al gezegd dat het bedrijf in Europa de eigen broek moet ophouden. Sinds de coronacrisis heeft het conglomeraat ineens talrijke andere zorgenkinderen, zoals de autofabriek Jaguar Land Rover en onderdelen in India, zoals de vliegtuigmaatschappijen Vistara en AirAsia, waarvoor een noodfonds van 1,5 miljard dollar klaarstaat. In de Indiase zakenkrant The Economic Times liet de leiding van Tata Sons deze week weten geen geld meer in de Europese staaloperaties te steken, waar sinds ‘2014 al 3 miljard euro aan cashflow is verbrand’.

Ook het staalbedrijf in IJmuiden kan niet langer het Britse deel helpen. ‘Sinds de fusie is er al 2 miljard euro van IJmuiden naar Engeland gegaan: 100 miljoen euro per jaar. Maar door de crisis kan IJmuiden dat geld niet meer opbrengen’, zegt FNV-bestuurder Roel Berghuis. ‘Wat er ook gebeurt, IJmuiden moet zijn zeggenschap behouden over de cashflow en benodigde investeringen.’ Hij noemt de situatie rond de fusie ‘tricky’.

Tata Steel Nederland draait wel veel beter dan het bedrijf in Wales. Weliswaar is de omzet met 20 procent gedaald – vooral bij de divisie die staal levert voor auto’s – maar andere onderdelen, zoals de verpakkingstaaldivisie, verloren nauwelijks orders. Frits van Wieringen, voorzitter van de centrale ondernemingsraad, zegt dat Tata Steel Nederland de coronacrisis redelijk doorstaat. ‘Er is een coronateam dat dagelijks de operatie bekijkt, de centrale ondernemingsraad is daar nauw bij betrokken. Ik voorzie in Wales echter grote problemen, wij hebben aangegeven dat ze die zelf moeten oplossen. Ook in India wordt men bij Tata Steel getroffen door de lockdowns.’ 

Van Wieringen wijst er ook op dat de regelingen in Groot-Brittannië en Nederland enorm verschillen. ‘Wij krijgen hier in IJmuiden geld om mensen niet te ontslaan en aan het werk te houden. In Port Talbot krijgen werknemers alleen geld als ze werkloos thuis gaan zitten.’

Meer over