De OndernemingYoYo!

De man die Nederland met bubble tea liet kennismaken

Een Aziatisch concept dat hier nog niet bekend is voor de massa toegankelijk maken. Wing Chung Li deed het met de theebar Yoyo! en doet het nu met Koreaanse barbecue in de Seoul Sista-restaurants. Die all-you-can-eat-formule wordt door Nederlanders gretig omarmd.

Wing Chung Li, oprichter en ceo van YoYo!. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Wing Chung Li, oprichter en ceo van YoYo!.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Met vastberaden tikken zoeft een man door het menu op het touchscreen van theebar YoYo! aan het Kruisplein in Rotterdam. Verse thee als basis, een topping erbij – hij zou het met zijn ogen dicht kunnen, suggereren zijn bewegingen. ‘Kijk, hij weet precies wat hij wil’, glundert de 48-jarige Wing Chung Li, die hem verderop vanaf zijn stoel bekijkt. Hij leunt voorover. ‘En dat is gewoon een Nederlandse jongen.’

Li is de oprichter en ceo van YoYo!, de theebar die inmiddels is uitgegroeid tot een keten van vier eigen zaken, vijf franchisefilialen in Nederland én een franchise in Barcelona, die wordt uitgebaat door ex-profvoetballer Patrick Kluivert. Hij wordt gezien als de man die bubble tea – thee met (fruit)balletjes die je door een dik rietje opslurpt – naar Nederland bracht, maar benadrukt zelf dat dat slechts één van de theesoorten is die YoYo! aanbiedt. Toen koffiezaken als Coffee Company en Starbucks tien jaar geleden in de Randstad aan terrein wonnen raakte Li overtuigd van het idee dat dat met thee ook moest kunnen. In Aziatische landen bestond thee-to-go immers al lang, wist hij. Hij moest alleen een manier vinden om het Nederlandse publiek mee te krijgen.

Hockeymeisjes komen nog steeds

In een huurpandje van zestien vierkante meter opende Li in 2012 zijn theebar, op een steenworp afstand van het filiaal waar hij nu tevreden zijn klandizie bestudeert. Het huidige pand is een stuk ruimer, het proces is gestroomlijnd, maar het logo – een knalroze cirkel met YoYo! in witte letters – en de huisstijl zijn onveranderd. Li besloot vanaf het eerste moment dat zijn zaakje de allure moest hebben van een moderne keten, om zo een brede doelgroep aan te spreken. Toch duurde het even tot dat ook daadwerkelijk lukte.

‘In het begin kwamen er vooral Aziaten en early adopters’, zegt Li. Al snel volgden de hockeymeisjes uit Hillegersberg, die afkwamen op de vrolijk gekleurde bubble tea. De hockeymeisjes zijn geen meisjes meer, maar komen nog steeds. Ze hebben volgens Li toppings als zoete fruitballetjes grotendeels ingewisseld voor de minder toegankelijke tapiocaparels, de originele vulling van bubble tea – zwarte, kleverige balletjes van cassavewortel. De basis van het drankje is niet langer ice tea, maar thee met melk, zoals ze hem in Azië graag drinken. ‘Bijzonder om een hele groep vertrouwd te zien raken met het product.’

‘Nu zie je weer een hele andere doelgroep.’ Li wijst naar twee jonge vrouwen in een hijab, die kletsend op hun drankje wachten. ‘Inmiddels komt alles voorbij – hele gezinnen, urban dance-groepjes, Surinamers, Turken, Marokkanen. Ik ben trots op die diversiteit’, zegt Li.

Het laatste restje tea wordt uit de kan geschonken bij de theebar in Rotterdam. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Het laatste restje tea wordt uit de kan geschonken bij de theebar in Rotterdam.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Li ziet zichzelf als Rotterdammer, maar groeide op in Winterswijk en verhuisde op zijn twaalfde naar de stad Bielefeld, in Duitsland. Zijn ouders hadden een Chinees restaurant. ‘Ik voldoe wel aan het clichébeeld van de tweede generatie Chinezen’, zegt Li. ‘In die dorpen waren wij vaak de enige buitenlanders, mijn ouders werkten zeven dagen in de week.’ Zelf had hij geen ambitie om de horeca in te gaan, hij ging bedrijfskunde en informatica studeren. Als uitwisselingsstudent belandde hij van Duitsland in Rotterdam, waar hij bleef hangen.

Li werkte zo’n 20 jaar in de ict. ‘Ik was bijna 40, en toen dacht ik: wil ik nog twintig jaar in het bedrijfsleven blijven of ga ik proberen een eigen droom te realiseren?’ Hij besloot naast zijn vaste baan zijn theebar op te zetten. ‘Ik had gelukkig van het begin af aan een sterk team om me heen, waarvan een groot deel nog steeds in dienst is. En ik heb gewoon honderd uur per week gewerkt’, lacht Li. Toch is er aan zijn werkregime inmiddels weinig veranderd. ‘Kom, we gaan even kijken’, zegt Li.

Een straat verderop kijkt Li met zijn hoofd in zijn nek naar een grote muurschildering van een zwarte vrouw in traditionele Koreaanse kleding. ‘Is van de graffitikunstenaar Royyaldog, ik heb hem laten invliegen uit Zuid-Korea. Het is een eerbetoon aan diversiteit.’ De vrouw siert de gevel van Seoul Sista, het restaurant dat hij met een paar compagnons in 2017 begon. Hier kunnen mensen rondom een tafelgrill kennismaken met Korean barbecue: gemarineerd vlees, groente en vis die ze zelf bakken, vergezeld van bijgerechten als kimchi (gefermenteerde pittige kool) en gimbap (Koreaanse sushirol).

Doorzettingsvermogen

Iets totaal anders dan afhaalthee, maar de strategie van Li is hetzelfde: een Aziatisch concept dat hier nog niet bekend is voor de massa toegankelijk maken. Bij Seoul Sista eet je all-you-can-eat, een door Nederlanders gretig omarmde formule. ‘Ik ben daar normaal niet dol op, maar hier werkt het omdat mensen laagdrempelig met verschillende gerechten kennismaken’, zegt Li terwijl hij de deur van het restaurant van het slot haalt. In Rotterdam heeft Seoul Sista twee vestigingen, in Amsterdam opent binnenkort de derde.

En dus loopt Li ook hier weer af en toe met dienbladen – niet veel anders dan hij vroeger in het restaurant van zijn ouders wel eens deed. Zij zijn inmiddels gepensioneerd. ‘Ik denk niet dat ze in deze tijd een restaurant zouden kunnen exploiteren’, zegt Li terwijl hij zijn blik door de ruimte laat gaan. Een containerwand als knipoog naar de Rotterdamse haven, hippe groene metrotegels rondom de open keuken.

‘Alles is moeilijker geworden: personeel, hygiëneregels, sociale media. Het spel van de horeca is echt veranderd door de online recensies, die zijn leidend geworden.’ Toch plukt Li op zijn eigen manier de vruchten van de ervaring van zijn ouders. ‘Ze hebben me laten zien dat je met doorzettingsvermogen al de helft bereikt.’ Er valt een stilte. ‘En dan moet je doorzetten. Besluiten nemen over groeimodellen. Strategieën uitwerken, delegeren.’

Waar: Rotterdam

Sinds: 2012

Aantal werknemers: 250

Jaaromzet: ‘Boven de 1 miljoen’

Meer over