De ijskoning van Ecuador

'Ik reken in ijsjes, niet meer in Ecuadoriaans geld', zegt Jaap Hoebé, ijskoning van Ecuador en eigenaar van een ijswinkel in Cuenca, de derde stad van het Andesland....

door Ferry Haan

DAT HAD toch helemaal geen zin meer. Dat Ecuadoriaans geld, de sucre, duikelde dagelijks zoveel omlaag dat ik het niet meer bij kon houden. Alleen al vorig jaar verloor de sucre 70 procent ten opzichte van de dollar.

De huur voor mijn ijssalon moet ik betalen in Amerikaanse dollars. Mijn ijsjes verkoop ik voor sucres. Dat ging dus niet goed. Ik ben gestopt met het betalen van de huur.

In Ecuador kan dat. Daar raken mensen niet zo snel in paniek van economische tegenslag. Het is niet dat ik mijn huur niet wil betalen. Ik kan het gewoon niet meer.

Dollars, sucres, voor mij is dat allemaal niet zo relevant. Ik ben gaan rekenen in de enige valuta die voor mij telt: een ijsje. Een hoorntje met één bolletje ijs, dat is mijn munt.

Vijfduizend ijsjes ben ik maandelijks kwijt aan huur. Dat was altijd gelijk aan 2,5 duizend dollar. Dat is niet veel voor een pand in het centrum van Cuenca, de derde stad van dit land.

Maar ja, mijn ijsjeshuur schoot door het plafond door de economische crisis en de val van de sucre. In ijsjes omgerekend verdriedubbelde de huur zelfs naar vijftienduizend. Zoveel ijsjes verkoop ik maandelijks niet eens.

Toen was er maar één oplossing: ruzie maken met de huurbazin. Zij wil het bedrag nog steeds in dollars ontvangen. Ik wil in sucres betalen. IJsjes accepteert ze natuurlijk al helemaal niet.

Zij zit in hetzelfde schuitje als ik. De leegstand van winkels in Ecuador is enorm. Tegenover ons staat al een jaar een winkel leeg. Overal in Cuenca zijn lege plekken in het centrum.

In zo'n onderhandeling is het de vraag hoe hard zij haar geld nodig heeft. Zij heeft meer panden in de stad en ik weet niet of ze daar wel huur op binnen krijgt.

Zij kwam toch in beweging, want we zijn nu dicht bij een oplossing. We betalen niet meer in dollars. Het bedrag dat wij maximaal willen betalen is 35 miljoen sucres of negenduizend ijsjes. In dollars is het een grote verbetering. Een dollar is nu 25 duizend sucres waard. De nieuwe huur komt neer op veertienduizend dollar, elfhonderd dollar minder dan de voorheen.

Net nu wij er bijna uit zijn, komt ineens die dollarisering. Dollars, sucres, ijsjes, dat maakt nu allemaal niet meer uit. De vorige president Mahuad wilde alle sucres vervangen door dollars. Een fantastisch idee.

Mahuad werd meteen een week na de aankondiging van zijn plannen afgezet door een bonte coalitie van Indianen en militairen. Er zijn geen doden gevallen bij deze coup, volgens de militairen. Ik heb daar zo mijn twijfels over.

Gelukkig hebben ze onder druk van de Verenigde Staten nu toch een democratische president benoemd. Veel verschil is er niet. Ook de nieuwe man houdt vast aan de dollarisering. Iedere Ecuadoriaan kan dus zijn sucres onbeperkt inwisselen.

Ja, hier kan dat zomaar. Voor mijn personeel is het een ramp. Zij verdienden vorig jaar gemiddeld 1,2 miljoen sucres. In dollars is dat tegen de huidige koers ongeveer 48 dollar. Het grootste gedeelte van het vorig jaar was ditzelfde salaris nog 120 dollar waard. Het spaargeld van mijn personeel is in de tussentijd navenant minder waard geworden.

Voor mij en de ijssalon is de dollarisering een zegen. De rente daalde in één week van 280 naar 24 procent. Voor ons betekent dat we weer geld kunnen lenen om te investeren.

Belangrijker voor mijn ijswinkel is dat ook mijn klanten weer wat armslag krijgen. Veel Ecuadoriaanse vrienden moesten het afgelopen jaar hun auto verkopen omdat ze de maandelijkse rentelasten niet meer konden opbrengen.

Ik wilde de klanten per se behouden en heb dus de prijzen van mijn ijsjes nauwelijks verhoogd. Een hoorntje met één bolletje ijs kost nu vierduizend sucres, drie dubbeltjes. Toen ik in 1983 mijn ijswinkel begon, kostte eenzelfde ijsje tien sucres - een prijsstijging van 400 procent in 17 jaar. Toch is dat weinig vergeleken met de inflatie in dit land.

Als ik de kosten van mijn ijsjes niet laag houd, lopen mijn klanten weg. Als het straks economisch beter gaat, komen ze ook niet meer terug.

Dat werkt goed. Vorig jaar heb ik meer ijsjes en taarten verkocht - ja, taarten verkopen we ook - dan het jaar daarvoor. De klanten kochten echter steeds goedkopere ijsjes. Een luxe ijscoupe zat er niet meer in. De omzet van de winkel is dus gekelderd, maar de klanten zijn gebleven.

Prijzen verhogen gaat hier ook wel grappig. De laatste keer dat ik dat deed was eind vorig jaar. Ik belde mijn Italiaanse concurrent, de enige andere ijssalon in de stad en zei hem dat ik mijn prijs van 3500 sucres naar vierduizend verhoogde. Dan weet ik dat hij zijn prijzen ook verhoogt, want hij heeft dezelfde problemen als ik. Gezamelijk zijn wij het ijskartel van Cuenca. Daar doet niemand hier moeilijk over.

Voor mij is deze winkel een soort oudedagsvoorziening. Sinds enkele jaren woon ik weer in Nederland en bestier ik de winkel op afstand. Ik reis een paar keer per jaar naar Ecuador om de contacten te onderhouden.

Vanwege onze kinderen gingen mijn vrouw en ik destijds weer terug naar Nederland, naar Winterswijk. De dagelijkse leiding van de ijssalon is in handen van mijn Duitse compagnon. Hij meldde mij vorig week dat hij de prijzen weer moest verhogen. Nu kost een ijsje 4500 sucres. Dat wordt weer rekenen.

Meer over