De Eikenboom die de goudoorlog won

Deze week toonde Hans Tietmeyer zijn macht. De Bundesbank verijdelde de Operatie Goldfinger waarmee minister van Financiën Theo Waigel zijn begrotingszorgen wilde verlichten....

WILLEM BEUSEKAMP

BEWAAKT door twaalf herdershonden, een eigen veiligheidsdienst van honderdtwintig man en omringd door autosnelwegen bevindt zich aan de rand van Frankfurt de Duitse Bundesbank. Een staat in een staat, zeggen sommigen. Op de twaalfde verdieping zetelt professor doctor Hans Tietmeyer.

De afgelopen dagen heeft Tietmeyer als president van de centrale bank laten zien hoe ver zijn macht reikt. Aangevuurd door postzakken vol fanmail van de eenvoudige burger legde hij minister van Financiën Theo Waigel over de knie. Zelden moest een politicus zo diep buigen voor de opperbewaker van het nationale symbool, de mark.

Winnaar van de spectaculaire goudoorlog is onbetwist Hans Tietmeyer. Hij deelde uit tot zijn tegenstander definitief te boek stond als een scheve rekenaar, die volgens Josepf Fischer van de Groenen een gouden medaille verdient voor creatief boekhouden.

Als de Europese regeringsleiders volgend jaar bepalen wie mag meedoen aan de Economische en Monetaire Unie zal Waigel zich in elk geval een paar nummertjes kleiner moeten opstellen dan zijn gewoonte is. De 'stabiliteitscommissaris' van Europa bleek een Duitse Goldfinger, tot genoegen van zijn ambtgenoten uit Italië en Frankrijk. 'Wij zijn niet langer het zwarte schaap', concludeerde Carlo Ciampi, de Italiaanse minister van Financiën, handenwrijvend.

Dinsdagavond meldde Waigel dat hij die dag een compromis had bereikt met de Bundesbank. De Duitse goud- en deviezenvoorraden zouden worden opgewaardeerd en de boekwinst mocht worden aangewend voor het verlagen van de staatsschuld. De uitkering, zo'n 20 miljard mark, zou echter niet dit jaar worden gestort, zoals Waigel wilde, maar in 1998. Tietmeyer, voor het spoedoverleg even overgewipt naar Bonn van een bankierscongres in Zwitserland, verbaasde zich over de interpretatie van Waigel.

'Er is helemaal geen compromis', luidde 's nachts de alarmmelding. De volgende ochtend, midden in het gouddebat in de Bondsdag, volgde de schriftelijke reactie van Tietmeyer. Er was hooguit overeenstemming over de formulering, die zei dat beide partijen aan een compromis zouden werken. Tietmeyer zette de puntjes op de i: hij ging er van uit dat de herwaardering van het goud zou kunnen plaatsvinden zonder parlementaire dwang. De Bundesbank is onafhankelijk, wilde hij maar zeggen.

In tegenstelling tot zijn recente voorgangers is Tietmeyer (65) iemand die een discussie graag helemaal ten einde voert, het liefst in het openbaar. Bij een eerder conflict tussen Bonn en Frankfurt hield de toenmalige president van de Bundesbank, Karl-Otto Pöhl, zijn mond. Via de Financial Times liet Pöhl later uitlekken dat hij zich niet kon vinden in de door Helmut Kohl gedicteerde en veel te dure ruilverhouding tussen DDR-mark en D-mark. Het was 1990, vlak voor de Duitse vereniging.

Pöhl trok pas in mei 1991 zijn conclusie en stapte op. De steile Helmut Schlesinger nam het roer over als tussenpaus. In 1993 werd Hans Tietmeyer de nieuwe president.

Een nieuw type deed zijn intrede. Pöhl was een bon-vivant, zat 's morgens al aan de champagne. Schlesinger had veel weg van een wijze, maar wereldvreemde kamergeleerde. Tietmeyer is de Pruisische ambtenaar ten voeten uit. Hij dient, de mark in dit geval en daardoor indirect ook een stabiele euro. En als er iets niet klopt, zegt hij het luid en duidelijk, in het volle besef dat de financiële markten elk woord op een goudschaal wegen.

Wie zo'n dienaar onderuit wil halen, moet van goede huize komen. Zelf noemt de plichtsbewuste functionaris zich een civil servant. Voor wie dat wat te mager vindt, voegt Tietmeyer er immer aan toe: 'Ik ben een eik uit Westfalen, die de storm trotseert'. Het is zo'n beetje de enige frivole opmerking waarop hij ooit is betrapt. Tietmeyer zegt het tegen iedere journalist: 'Vergelijkt u mij maar met een eikenboom.'

Het beeld past bij de inrichting van zijn kantoor: veel rustiek hout en een enkel kunstwerk aan de muur. In de hal van de Bundesbank bevindt zich een bewegend kunstobject. Der Spiegel weet deze week te melden, dat na kantoortijd de stekker uit het contact wordt getrokken. Want Tietmeyer let ook op de kleintjes en wil geen stroomverspilling. Onder zijn bewind is de jaarlijkse winstuitkering van de bank aan de schatkist hoger dan ooit tevoren.

Anders dan andere leden van de financiële jetset is Tietmeyer het tijdverdrijf uit zijn jeugd trouw gebleven. Waar iedereen, die denkt dat hij erbij hoort, tegenwoordig in z'n vrije tijd gaat golfen, zweert Tietmeyer bij pingpong. De president van de Bundesbank speelt het spelletje niet onverdienstelijk; hij was ooit jeugdkampioen van de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Tietmeyer is een aardige man zonder poespas of kapsones. Nooit heeft hij ineens een gek kapsel of een andere vrouw. Z'n kostuums verraden niet dat hij 620 duizend mark per jaar verdient. Geregeld stelt hij zich ter beschikking voor 'indringende vragen' van de buitenlandse correspondenten. Bij elk antwoord gaat hij netjes staan en geeft hij naar eer en geweten een uitvoerige toelichting. Tussendoor slaagt hij er ook nog in zijn bord leeg te eten.

Wie tegensputtert, krijgt de tijd argumenten te verzamelen. Stuk voor stuk worden ze vervolgens door Tietmeyer weerlegd. Niet arrogant, maar duidelijk, met als rode draad 'stabiliteit'. Want hij is ambtenaar van nature en zijn wettelijke opdracht luidt nu eenmaal te zorgen voor een stabiele mark.

Hij is dus allergisch voor begrotingstekorten en wijst telkens op de risicovolle werkgelegenheidsprogramma's van landen als Italië en Frankrijk (en Duitsland). Hij wordt niet moe zijn gesprekspartners te herinneren aan de kwalijke gevolgen van dergelijk beleid. Zijn credo: monetaire en begrotingsstabiliteit leiden automatisch tot meer groei en werkgelegenheid.

Dat alle EU-lidstaten er nog steeds een van elkaar afwijkend fiscaal systeem op nahouden, kan Europa wel eens lelijk opbreken, zei hij eerder dit jaar. Maar ja, dat is een probleem voor de nationale parlementen. Meer convergentie is niettemin dringend geboden. Vandaar zijn stabiliteitspact, dat niet door Theo Waigel, maar door Tietmeyer is bedacht. Zonder enige schroom beweert hij regelmatig dat de toelatingseisen voor de euro wat hem betreft te slap zijn. Een financieringstekort van drie procent noemt hij 'veel te hoog'.

Het levert hem steevast klinkende koppen op in de internationale pers, vaak met toevoegingen als 'nazaat van de Hunnen' (La Stampa), 'grauwe gnoom uit Markopoli' (Corriera della Sera) of 'Bikkelharde beul' (Le Monde). In eigen land ligt hij eveneens onder vuur, al kan hij na zijn corrigerend optreden tegen Waigel niet meer stuk. Zelf zei Tietmeyer ooit tegen Die Zeit: 'Het is de taak van de Bundesbank om de wijn van tafel te halen op het hoogtepunt van de feestelijkheden. Dat vinden sommige feestgangers niet sympathiek.'

De krachtmeting met Tietmeyer moet de ijdele Waigel slapeloze nachten hebben opgeleverd, waarbij persoonlijke motieven beslist meespelen. Want zijn tegenspeler in Operatie Goldfinger is nog heel even zijn staatssecretaris van Financiën geweest. In die hoedanigheid, met zijn benoeming als lid van de centrale bankraad al op zak, werd Tietmeyer begin 1990 aangesteld als persoonlijk adviseur van Helmut Kohl inzake de komende economische en monetaire unie tussen West-Duitsland en de DDR.

Ook in die functie was Tietmeyer de trouwe dienaar, de civil servant, die doet wat de baas of de wet hem opdraagt. Achteraf kan het op z'n minst pikant worden genoemd dat Tietmeyer als koerier tussen Kohl en Frankfurt akkoord ging met de dure ruilverhouding van 1:1. Als gevolg van de operatie werd de complete industrie van de DDR van de wereldmarkt geveegd.

Het was een politieke en geen monetair-technische beslissing. Toen Karl-Otto Pöhl zich beklaagde over te weinig overleg kon Kohl zich achter Tietmeyer verschuilen. 'De Bundesbank was via de heer Tietmeyer overal van op de hoogte', zei Kohl later.

Niemand had kunnen bedenken dat diezelfde Tietmeyer, lid van de CDU, de regering van Kohl zeven jaar later zo publiekelijk zou vernederen. Niet de oppositie in de Bondsdag, maar de president van de Bundesbank in Frankfurt bezorgde het deo-liberale kabinet het grootste gezichtsverlies uit Kohls vijftienjarige bewind - in Duitsland, maar ook ver daarbuiten. Sommige zwartkijkers menen dat door Tietmeyer het einde van Kohl nabij is.

Is Tietmeyer eigenlijk wel zo'n voorstander van de euro, zoals hij wil doen geloven? Helmut Schmidt kent het antwoord. Vorig jaar november schreef de voormalige bondskanselier een open brief naar Frankfurt. Met 'pissig' is de inhoud zwak omschreven.

'U wekt op penetrante manier telkens de geheel onjuiste indruk als zouden de vijf euro-criteria in het Verdrag van Maastricht absoluut bindend zijn. De in artikel 104c vastgelegde beslissingsruimte van de ministerraad, die veel verder gaat dan alle criteria, wordt door u stelselmatig verzwegen.' Tietmeyer is volgens Schmidt in z'n hart tegen de euro. Hij weet ook waarom:

'Het is niet aangenaam als een koning der valuta's wordt gedegradeerd tot filiaalhouder van de Europese Centrale Bank. Uw argumenten leiden er uiteindelijk toe precies dit te verhinderen. Uw argumenten wekken in het buitenland diep onbehagen. In het binnenland leiden zij tot een stijging van de hypochondrische Duitse angst voor vernieuwing. Heel Europa ergert zich aan de Bundesbank. Onze buren willen niet langer naar uw pijpen dansen.'

Tietmeyer mist volgens Schmidt strategisch inzicht. Hij heeft niet in de gaten dat de euro een voorbode moet zijn van een veel verder geïntegreerd Europa, waarin het historisch zo belaste Duitsland definitief wordt kaltgestellt. Schmidt toont zich een slecht kenner van de Pruisische ambtenarij. Waar staat geschreven dat een president van de Bundesbank zich moet bezighouden met buitenlandse politiek en veiligheidsbeleid?

Schmidt, rancuneus als hij is, wees op een ander voorbeeld waarbij Tietmeyer zich als trouwe dienaar had laten misbruiken. Het was 1982 en de Vrije Democraten (FDP) stuurden aan op een breuk in de toen door Schmidt geleide coalitie. Tietmeyer was ambtenaar op Economische Zaken en ontwierp in opdracht van zijn minister, Otto Lambsdorff, het zogenoemde Lambsdorff-document, een waslijst met klachten over het economische beleid van de sociaal-liberale regering-Schmidt.

De gevolgen zijn bekend. Schmidt moest het veld ruimen, de FDP liep over naar de christen-democraten en Helmut Kohl is sindsdien niet meer weg te branden. Schmidt stelt terecht vast dat het sindsdien met de Duitse schulden de verkeerde kant is opgegaan en geeft, ten onrechte, Tietmeyer de schuld.

Zo mogelijk nog verwerpelijker, in de ogen van Schmidt, is het rentebeleid van de Bundesbank sinds de Duitse vereniging. Als reactie op de enorme geldstroom van west naar oost moest de Bundesbank de rente hoog houden om inflatie te voorkomen. Het gevolg was een explosie van het Europese muntstelsel (EMS), het kind van Schmidt en zijn Franse vriend Giscard d'Estaing. Schmidt: 'Ein böser Fehler, Herr Bundesbankpräsident'

Niet lang na deze beledigende brief schoof Tietmeyer weer eens aan bij de buitenlandse pers. Over 1982 wilde hij niets zeggen, maar alle overige punten uit de brief werden uitvoerig en vooral to the point van commentaar voorzien. Een stayer, die Tietmeyer.

Wie hem ziet, denkt dat er iemand met de fiets is gearriveerd in plaats van in een gepantserde Mercedes, en kan zich nauwelijks voorstellen dat hij als ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken ooit de aandacht trok van de Rote Armee Fraktion. In 1988 ontkwam hij ternauwernood aan een aanslag van de terreur-organisatie, die een jaar later Alfred Herrhausen van de Deutsche Bank vermoordde en drie jaar later Detlev Rohwedder van de Treuhand.

Het viel destijds op dat Tietmeyer geen enkele drukte maakte over de aanslag. Hij ging de volgende dag gewoon weer aan het werk. Gevraagd naar het mogelijke motief van de RAF zei hij dat er geen motief kon zijn geweest en dat de daders derhalve niet serieus konden worden genomen. Het is een toevallige samenloop van omstandigheden, dat Karl-Otto Pöhl in 1991 beweerde op de dodenlijst van de RAF te staan, een van de redenen dat hij aftrad, zo zei hij. Sindsdien hoort de Bundesbankpresident tot een van de best bewaakte personen van de Bondsrepubliek.

Hans Tietmeyer heeft, zoals eerder vermeld, veel bijnamen. In Duitsland wordt hij vaak de aartsbisschop van Frankfurt genoemd. Het is een verwijzing naar de Engelse kanselier Thomas Becket, die in 1162 aartsbisschop werd en roomser bleek te zijn dan de paus. De bijnaam verwijst ook naar Tietmeyers enorme invloed in het overwegend katholieke (westen van) Duitsland en met zijn religieuze achtergrond.

Tietmeyer, lid van een dertienkoppige familie, studeerde kortstondig theologie. Twee van zijn broers zijn pastoor. Hij koos toch voor economie, maar bleef - aldus een veel geciteerde 'naaste medewerker' - in zijn hart een kleine zielenherder, de herder van de D-mark, in wie behalve Helmut Schmidt en Theo Waigel iedereen een grenzeloos vertrouwen heeft.

Hans-Olaf Henkel, de Duitse werkgeversvoorzitter, verklaart zijn optimisme over Duitsland als volgt. 'Hoe slecht het hier ook gaat, ik denk altijd maar zo: godzijdank hebben we de Bundesbank en de heer Tietmeyer.'

Meer over