Cowboyverhalen over beurs Vietnam

De beurs van Ho Chi Minhstad was vorig jaar de op twee na best presterende van de wereld. Het is het wilde westen....

Van onze verslaggever Olav Velthuis

In de entree van de Vietnamese aandelenbeurs in Ho Chi Minhstad, een imposant neoklassiek bouwwerk aan de modderige oever van de Saigon rivier, staat een groot bronzen standbeeld: een stier – sinds jaar en dag symbool van de stijgende koersen – gaat het gevecht aan met een beer – symbool van de dalende koersen.

Voor Vietnamese beleggers was het een onaangename verrassing toen de beer de afgelopen maanden opeens aan de winnende hand bleek. ‘Wij gingen ervan uit dat de koersen alleen omhoog konden’, zegt een 32-jarige juriste en moeder van twee kinderen die niet met haar naam in de krant wil. ‘In maart heb ik daarom tienduizend dollar geïnvesteerd.’

Achteraf bleek dat de koersen toen op hun hoogtepunt waren. Ze heeft in vier maanden tijd eenvijfde van haar geld verloren.

Met een gemiddelde koersstijging van 144 procent was de aandelenbeurs van Ho Chi Minhstad vorig jaar de op twee na best presterende beurs van de wereld.

De aandelenmarkt opende in 2000 zijn deuren. Maar de afgelopen jaren kwam de stemming er pas goed in door de privatisering van tientallen Vietnamese staatsondernemingen. Na vrijwel iedere lancering schoten de koersen omhoog en was een nieuw volksaandeel geboren.

Particulieren stonden in de rij voor een beleggingsrekening bij een van de aandelenkantoren die het afgelopen jaar als paddestoelen uit de grond schoten.

‘Oma’s met krulspelden verdienden meer op de beurs dan hun echtgenoten die uit werken gingen’, zegt de van oorsprong Vietnamese Tau van Ngo, die zijn baan bij een Nederlands consultancybedrijf opgaf om met zijn vriend Robert Hoeve het Vietnamese investeringsfonds Newworldcapital op te zetten.

‘Wij schatten dat er nu 20 duizend Vietnamezen en zesduizend buitenlanders actief zijn op de markt’, zegt Nguyen Thi Thy Duong van het Saigon Securities Institute, dat zegt bijna de helft van alle beleggers als klant te hebben.

Maar zo snel als beleggen opkwam als volkssport, zo snel lijkt de liefde voor de beurs nu te bekoelen. In de hal van het Saigon Securities Institute, waar kleine beleggers hun aan- en verkoopopdrachten kunnen doorgeven, heerst een landerige stemming. De rijen stoelen voor de enorme schermen waarop de koersen worden geprojecteerd, blijven grotendeels leeg.

Slechts 4 miljoen aandelen, met een waarde van 16 miljoen euro, wisselen van eigenaar, een diepterecord voor het jaar. De marktwaarde van alle beursgenoteerde bedrijven samen bedraagt nu 14 miljard dollar, ongeveer evenveel als die van Ahold.

De Vietnamese belegger is bang. Alsof de onverwachte koersdalingen en een dramatisch slecht verlopen beursgang van het verzekeringsbedrijf Bao Viet nog niet erg genoeg waren, bracht de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch eerder deze maand een vernietigend rapport uit met als kop: ‘Tot nul terugbrengen’.

De bank, die vorig jaar nog de lof zong van het land, raadt grote investeerders aan hun geld uit Vietnam weg te halen en maar weer in China te beleggen, want de Vietnamese aandelenkoersen zijn zo snel gestegen dat ze niet langer in verhouding staan tot de winsten die de bedrijven maakten.

Volgens Rutger Teyler van Hall, bedrijfskundestudent aan de Rijksuniversiteit Groningen, die in Vietnam onderzoek doet naar de aandelenmarkt, kwam dat juist door ‘de grote instroom van geld op de Vietnamese markt. Investeerders bieden tegen elkaar op, waardoor er te veel wordt betaald voor de aandelen.’

Vietnamese bedrijven dachten door de hoge aandelenkoersen bovendien makkelijk kapitaal op te halen: zij gaven steeds weer nieuwe aandelen uit, waardoor hun waarde volgens Merrill Lynch verder verwaterde.

De altijd optimistische pers, die gecensureerd wordt door de Vietnamese overheid, probeerde de onheilstijding onmiddellijk ongedaan te maken. ‘Merrill Lynch begrijpt Vietnam niet’, kopte de ene krant. ‘Dat rapport was slechts een subjectieve mening’, schreef de ander. De Amerikaanse zakenbank werd er zelfs van beschuldigd het rapport te hebben uitgegeven om de koersen te manipuleren.

Uit de beleggerswereld krijgen de media enige bijval. Dominic Scriven, de Britse directeur en oprichter van Dragon Capital, dat 1,5 miljard dollar in Vietnam heeft belegd, zegt dat de markt alleen is voor investeerders met een lange adem. ‘De economie van dit land groeit onvoorstelbaar snel. De beurs heeft nu een zomerdip, maar ik verwacht dat de koersen dit najaar zullen aantrekken en de komende jaren verdrievoudigen.’

Wie daarvan wil profiteren, zal niettemin lef moeten hebben, want de Vietnamese beurs lijkt nu nog vaak op het wilde westen: handel met voorkennis is schering en inslag, beleggers proberen de markt te manipuleren en financiële informatie is vaak onbetrouwbaar of niet voor handen. ‘Als je websites met financiële informatie naast elkaar legt, zul je daarop verschillende cijfers tegenkomen voor beursgenoteerde bedrijven’, zegt Hoeve van het investeringsfonds in wording Newworldcapital.

Maar voor avonturiers als Hoeve bieden juist die onvolkomenheden kansen. De strategie van Newworldcapital: ‘Tijdens de eerste fase van een privatisering worden aandelen aan werknemers verkocht. Met die mensen proberen wij in contact te komen, zodat we via hen goedkoop aandelen kunnen kopen.’ De hoop is dat de uitgiftekoers op de beurs veel hoger zal liggen, zodat Newworldcapital zijn aandelen met winst kan verkopen.

Volgens Hoeve moet je er snel bij zijn om uit zulke strategieën profijt uit te slaan. ‘Nu zijn het nog cowboyverhalen in Vietnam, maar over drie tot vier jaar is dat over.’

Meer over