Congolezen vragen Kabila vooral vis op hun bord

Morgen vieren de Congolezen de eerste verjaardag van het regime van Laurent Kabila. Wat valt er te vieren? Van democratie is geen sprake in de Democratische Republiek Congo, van een economische opleving evenmin....

Van onze buitenlandredacteur

Fred de Vries

AMSTERDAM

Kinshasa in de namiddag, mei 1997. De weg van het centrum naar het vliegveld voert langs eindeloze volkswijken. Hoe verder je van de stad komt, hoe armer de buurten. Stapels afval en waterpunten met wachtende vrouwen illustreren de kommer.

Ergens halfverwege is een immense markt. Duizenden mensen sjouwen er rond, dicht opeen gepakt, met spullen in hun handen en op hun hoofd. In geen velden of wegen is een militair te zien. Uit niets valt af te leiden dat de troepen van Laurent Kabila een week geleden de stad hebben ingenomen. Dit is het Congo dat zich nauwelijks iets heeft aangetrokken van het Belgisch kolonialisme, ruim dertig jaar Mobutu of de komst van Kabila.

Het waren dergelijke taferelen die buitenlandse waarnemers deden verzuchten dat Kabila voor een schier onmogelijke taak stond. Hij had een bankroete staat geërfd van Mobutu, waar gezondheidszorg, infrastructuur en onderwijs naar een prekoloniaal niveau waren teruggevallen.

Op 17 mei viert het regime van Kabila zijn eerste verjaardag. Aan de deplorabele situatie is niets veranderd. En na aanvankelijke hoop en aanmoediging, heeft Kabila zich op internationaal niveau onmogelijk gemaakt. Op alle hoofdpunten - mensenrechten, democratie en economie - krijgt hij in de talrijke beschouwingen over 'Een jaar Democratische Republiek Congo' een onvoldoende.

Vooral op de eerste twee punten is het nieuwe regime dramatisch tekortgeschoten. In een rapport dat gisteren verscheen somt Amnesty International de incidenten op die sinds december 1997 hebben plaatsgevonden.

Het leest als het dagboek uit een dictatuur, vol getuigenissen over moord, marteling en willekeurige arrestaties. Die deden VN-mensenrechtenrapporteur Roberto Garreton vorige maand al verzuchten dat 'Kabila's regime een klimaat van terreur heeft geschapen'.

Amnesty meldt slachtpartijen tussen 25 maart en 7 april in de grensprovincie Zuid-Kivu, waar 54 Rwandese vluchtelingen en zeker honderd Congolese burgers werden geëxecuteerd. Tussen 20 februari en midden april zouden in en rond de stad Butembo, in Noord-Kivu, negenhonderd burgers zijn gedood door Congolese soldaten en Ugandese en Rwandese collega's.

De moordpartijen en de buitenlandse militaire hulp verraden dat Kabila er een jaar na zijn aantreden niet in is geslaagd de veiligheidssituatie in het immense land met zo'n veertig miljoen mensen onder controle te krijgen. Africa Confidential telt zeven gewapende groepen die Kabila's regime naar het leven staan.

De president heeft op de onrust geantwoord door de rechten van de Congolezen in te perken. Hij heeft voor 1999 democratische verkiezingen beloofd. Maar de activiteiten van de ongeveer vierhonderd politieke partijen die onder Mobutu waren opgericht, zijn verboden. Oppositieleider Etienne Tshisekedi werd naar zijn geboortedorp verbannen, andere politici, activisten en journalisten werden gearresteerd.

De missie van de Verenigde Naties, die vermeende moordpartijen onder tienduizenden Hutu-vluchtelingen moest onderzoeken, werd door Kabila het werk onmogelijk gemaakt. Ten einde raad besloot VN-secretaris Kofi Annan vorige maand de onderzoekers weer terug te trekken.

Mensenrechtenorganisaties raken er steeds meer op gebrand de waarheid boven water te krijgen. Vier van hen, waaronder Human Rights Watch, zullen volgende maand een rapport publiceren waaruit blijkt dat Kabila's chefstaf indirect betrokken was bij de moordpartijen op de Hutu's. Ook zal er meer duidelijkheid komen over Kabila's eigen kennis en rol bij de slachtingen.

Kabila's obstinaat gedrag heeft ertoe geleid dat van de beloofde internationale economische steun nog niets terecht is gekomen. Een grootschalig hulpprogramma is essentieel om Congo's ingestorte economie er enigszins bovenop te helpen.

Het vreemde is dat het Kabila allemaal nauwelijks lijkt te deren. Af en toe kankert hij op de donoren of bedient hij zich van retoriek: 'Niemand zal ons voorschrijven hoe wij moeten handelen'. En toen hem onlangs werd gevraagd of het leven van de gemiddelde Congolees er onder hem op vooruit is gegaan, antwoordde hij dat de inflatie is teruggebracht en dat 'de meeste mensen nu in elk geval dagelijks een vismaaltijd hebben'.

De antwoorden klinken holler dan ze zijn. Kabila is een revolutionair wiens wortels in het marxisme van de jaren zestig liggen. Ongetwijfeld zal hij zijn land regelmatig spiegelen aan het Cuba van Castro, waar democratische hervormingen zijn uitgebleven, maar dat de Verenigde Staten ondanks hun embargo nooit klein hebben weten te krijgen.

Bovendien is Kabila net zo goed als die onthutste buitenlandse waarnemers bekend met die mensenmassa's langs de weg naar het vliegveld. Zo, en vele malen erger, ziet vrijwel heel Congo eruit. Het gaat om mensen wier dagelijkse bezigheid simpelweg bestaat uit overleven.

Van de nieuwe militairen hebben zij ondanks alles minder te duchten dan van die van Mobutu. Van politiek pluralisme hebben zij na 32 jaar dictatuur geen notie. Als zij met rust worden gelaten, als er vaker vis op het bord komt, en als hun kinderen naar school kunnen, dan is hun leven er ontegenzeglijk op vooruit gegaan. Dan heeft Kabila zijn werk goed gedaan, en zal democratie hun voorlopig een zorg zijn.

Meer over