Chinese ‘ijzeren vuist’ maakt weinig indruk

De ‘ijzeren vuist’ van de Chinese regering tegen de ongebreidelde economische groei, maakte weinig indruk op bestuurders. Groei van de binnenlandse vraag moet verlichting brengen....

Slecht nieuws uit China: het is ook afgelopen jaar niet gelukt de onstuimige economie te beteugelen. In 2004 kondigde premier Wen Jiabao aan dat hij ‘met ijzeren vuist’ de groei tot 7 procent zou beperken. Maar over 2005 bleek de groei toch uit te komen op een record van 9,8 procent.

Het klinkt voor de buitenwereld merkwaardig dat voortdurende hoge groei niet welkom is. Andere landen zouden dolgelukkig zijn met zo’n prestatie, maar in China is het inmiddels een ongewenst verhaal geworden. Want achter de op het oog indrukwekkende groeicijfers gaan veel overbodige en ondoelmatige investeringen schuil die grondstoffen vreten, wurgende concurrentie veroorzaken en het toch al danig aangetaste milieu verder belasten.

Het onwelkome bericht werd de afgelopen weken op kousenvoeten gebracht, want de Chinese staatsmedia reppen niet graag van mislukt beleid van hun hoogste leiders. Dus werd het verstopt in verhullende volzinnen als: ‘De regering zal zijn pogingen voortzetten een rem te zetten op buitensporige investeringen in tien sectoren. Scherpere voorwaarden voor het uitgeven van bouwgrond en leningen zullen met ingang van begin 2006 van kracht worden.’

Het klinkt een stuk minder alarmerend dan ‘de Chinese economie is gevaarlijk oververhit’, zoals de staatskranten vorig jaar nog mochten schrijven. Maar het komt er feitelijk dicht in de buurt: er worden in China nog steeds te veel bedrijfsterreinen aangelegd, te veel fabrieken gebouwd, te veel spullen gemaakt die tegen dumpprijzen moeten worden gesleten. Al meer dan anderhalf jaar tracht Peking de handrem erop te zetten, en het wil maar niet lukken.

De voornaamste oorzaak van de problemen is nog steeds hetzelfde: de centrale bestuurders slagen er niet in de duizenden lokale overheden economisch in het gareel te krijgen. Veel van de ondoelmatige investeringen zijn het werk van hyperambitieuze gemeente- en provinciebestuurders die, met hulp van leningen van staatsbanken en particuliere investeerders, maar nieuwe projecten blijven beginnen.

‘We zien een investeringsmanie in de sectoren aluminium, cokes, carbid, auto’s en kopersmelterijen’, verklaarde onlangs Liu Zhi, directeur voor industrie bij de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, het hoogste economisch planorgaan van de centrale regering. Overproductie dreigt verder in de cement, de elektriciteitsopwekking, de kolen en de textiel.

‘De investeringen in sommige sectoren zijn om hoofdpijn van te krijgen’, klaagde Liu. Als voorbeeld haalde hij de auto-industrie aan, waar nu al een slordige twee miljoen wagens meer worden gemaakt dan verkocht kunnen worden. Er zijn bovendien fabrieken in aanbouw met een capaciteit van nog eens 2,2 miljoen stuks, en investeerders hebben plannen ingediend voor nog veel meer autoproductie.

Zelfs de staalsector, vorig jaar aangewezen door premier Wen als speerpunt in de groeibeteugeling, blijkt lastig te temmen. Bij een staalcomplex in aanbouw in de regio Shanghai werden vorig jaar de directie, de partijsecretaris en de plaatselijke bankdirecteur opgepakt vanwege ‘illegale investeringen’.

Maar elders bouwde men in weerwil van de oekazes uit Peking rustig voort, want de overcapaciteit bedraagt inmiddels 120 miljoen ton, met nog eens 70 miljoen ton in aanbouw en 80 miljoen ton in de planning. In aluminium, waarvan China de grootste producent ter wereld is, is door ‘blinde investeringen’ al een kwart van de productiecapaciteit onbenut.

De centrale planners kampen behalve met hardnekkige ongehoorzaamheid ook met falende statistieken. Vorige week werd bekend dat China zijn bruto nationaal product over 2004 bijna 17 procent – ruim 285 miljard dollar – te laag had geraamd omdat de dienstensector te laag werd ingeschat. Met de groei van 2005 erbij verwacht China in één sprong van de zevende op de vierde plaats op de wereldranglijst te belanden, na de VS, Japan en Duitsland.

Wordt 2006 een rustiger jaar? De Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie rekent er nauwelijks op. De groeiverwachting is 9 procent. Van een ‘ijzeren vuist’ rept Peking niet meer, al blijft ‘eliminatie’ van ondoelmatige en energievretende projecten op het lijstje staan.

Om meer balans in de economische ontwikkeling te brengen, zullen nuttige projecten voortaan op lagere belasting en gunstige leningen kunnen rekenen. Extra prioriteit krijgt nu de koopkracht: die moet omhoog zodat de achterblijvende binnenlandse vraag aanwakkert en de economie minder afhankelijk wordt van de export en grootschalige aanleg van de infrastructuur.

Peking heeft al aangekondigd dat kleine boeren met ingang van het nieuwe jaar definitief zullen worden verlost van alle traditionele agrarische belastingen. Alle werknemers in staatsdienst zullen verder een aanzienlijke loonsverhoging krijgen die, naar de regering hoopt, navolging zal vinden in de privé-sector.

Het kan betekenen dat China aan de vooravond van een ware loongolf staat. De regering heeft nog geen percentages genoemd, maar sommige waarnemers voorspellen dat de verhogingen oplopen tot 15 procent. Dat zou goed nieuws zijn voor honderden miljoenen Chinezen die nog maar weinig profiteerden van de economische groei.

Meer over