China stelt actievoerders voor een dilemma

Wat moet je aan met China, als je een van de vele actiegroepen bent die fel gekant zijn tegen de uitwassen van mondiale vrijhandel?...

'We hebben tien jaar de kat uit de boom gekeken', bekende dewoordvoerder van het International Forum on Globalization vorigeweek in Hongkong. 'Want we wilden niet worden meegetrokken in eente beperkte discussie.'

Het IFG is een in San Francisco gevestigde vereniging vannette, progressieve mensen, die zoals tientallen andere ngo's uithet rijke Westen schuldbewust en betrokken ijvert voor eeneerlijker wereldhandel. De afgelopen week waren hunvertegenwoordigers naar Hongkong gereisd om ter gelegenheid vande WTO-top kritiek op het internationale handelsstelsel te latenhoren.

Het viel ze niet mee om tegen het geweld van deZuid-Koreaanse boeren op te boksen. De best bedeelde rijstboerenvan Azië eisten met hun strak georganiseerde acties voor meerprotectionisme veel van de media-aandacht op. Maar de IFG deedin ieder geval een poging het dilemma waarvoor China hetmondiale actiewezen stelt enigszins in kaart te brengen, met eeneerste rapport over China's rol in de wereldhandel.

Die rol is de afgelopen twintig jaar zo sterk gegroeid, datChina nu een opkomende wereldmacht is die met zijn goedkopeexport allerlei andere zich ontwikkelende landen uit de marktdrukt. Op straat in Hongkong was daar overigens geen kritischgeluid over te horen. De meeste actiegroepen demonstreerden alsvanouds tegen de handelspraktijken van Europa en de VerenigdeStaten.

China vindt het heerlijk dat het nog niet op het radarschermvan de actievoerders staat. De Chinese minister van Handel, BoXilai, kon in de WTO-vergaderzaal opgewekt verklaren dat zijnland een hoofdrol voor zichzelf ziet weggelegd alsbelangenbehartiger van de Derde Wereld. Terwijl China inwerkelijkheid een keiharde concurrent is van arme landen, dankzijeen slim systeem van staatsgeleide ondernemingslust, binnenlokkenvan buitenlandse investeerders en repressie van lastigewerknemers, boeren en ander gevaarlijk volk.

Voor wereldverbeteraars is China een verwarrend land. Hetheeft zowel de hoogste economische groei als de meeste armen terwereld. De onstuimige ontwikkeling heeft er de laatste jaren's werelds grootste inkomenskloof tussen arm en rijk doenontstaan, er is sociale ontwrichting, het milieu wordt ernstigbeschadigd.

Maar tegelijk wordt in Afrika, Zuid-Amerika en de rest vanAzië jaloers naar China gekeken. Want het geldt ook als eenmodel voor de Derde Wereld, dankzij die enorme groei. Er zijnheel weinig ontwikkelingslanden waar het arme deel van debevolking een beter perspectief heeft.

Het rapport van het International Forum on Globalizationweerspiegelt die verwarring. Het tracht dapper de voor- ennadelen van het Chinese ontwikkelingsmodel in kaart te brengen.Dat lukt niet altijd even goed - zo wordt opgemerkt datwerknemers in het Westen niet moeten klagen dat hun banen naarChina verdwijnen, omdat ook daar de werkgelegenheid in deindustrie flink is teruggelopen.

Alsof dat niet het gevolg was van de onvermijdelijke saneringvan China's failliete maoïstische staatsindustrie, en de misèreniet vele malen groter was geweest als het land op de oude voetwas voortgesukkeld. Ook op andere punten verraadt het rapportsoms een zekere weemoed naar het China van Mao. Dat is misschienniet vreemd, wanneer je beseft dat er in het internationaleactiewezen nogal wat mensen rondlopen die vroeger bewonderaarwaren van de Chinese dictator.

Het boeiendst is het IFG-rapport als het in kaart brengt hoeactiegroepen zich de komende jaren zouden kunnen engageren metChina. Verwacht er niet veel van, is de boodschap. De opkomendeChinese milieubeweging biedt misschien nog de beste kansen, maarde regering in Peking houdt alles goed in de gaten, en zelfs hetopstellen van een simpele petitie kan je als activist al in groteproblemen brengen.

Opvallend is dat betrokken wereldburgers als de IFG geen heilzien in het steunen van de opbouw van een vrije vakbeweging, ofhet opnemen van de minimumeisen van de ILO voor werknemers enmensenrechten in nieuwe WTO-regels voor landen als China. Dewesterse vakbeweging mag ervoor pleiten, maar de anti-WTO-gezindeactiewereld huivert bij de gedachte alleen al: dewereldhandelsorganisatie moet juist minder macht krijgen.

Met zulke tegenstanders hoeft China's minister van Handel,Bo Xilai, niet bang te zijn dat er op een dag nog eensdemonstranten op straat verschijnen met spandoeken waarop naast'Junk junk WTO' en 'Down down Bush' ook 'Down down Bo' staat.China past niet in het zwart-wit denkraam van de internationaleactiebeweging.

Meer over