China op koopjesjacht in crisistijd

Automerken als Volvo, Saab, Chrysler en Hummer – bijna iedereen kent ze. Maar Changfeng, Geely en Chery? Onbekende grootheden. Het zijn Chinese automakers die de laatste tijd actief belangstelling tonen om noodlijdende Amerikaanse en Europese merken over te nemen....

Crisistijd is een goede tijd om op koopjesjacht te gaan, en dat geldt zeker voor China, waar het geld niet op is en de ambities huizenhoog zijn. Bij de Chinese staat en staatsverwante bedrijven liggen vele miljarden dollars en euro’s klaar voor strategische aankopen.

Tot dusver benut Peking de wereldwijde recessie vooral om zijn grondstoffenvoorziening te verbeteren. Aan Rusland wordt 25 miljard dollar geleend in ruil voor de vaste aanvoer van olie – 300 duizend ton per dag – terwijl Australië steeds meer een mijnbouwprovincie van China wordt: her en der worden mijnen opgekocht en deelnemingen uitgebreid, zoals in mijngigant Rio Tinto.

Over het kopen van autofabrieken en -merken zijn er voorlopig alleen geruchten, geen concrete deals. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de omstandigheid dat Chinese staatsbedrijven hieraan in het recente verleden te vaak de vingers hebben gebrand.

Uitdagingen
Pas dit keer op, heb geduld want de prijs kan nog verder omlaag – en kijk goed wat je wel en niet kunt gebruiken. Dat is het dringende advies dat Peking onlangs naar de directie- en partijleiders van zijn staatsbedrijven heeft doen uitgaan. ‘Je krijgt te maken met grote uitdagingen om zulke aankopen overeind te houden en beter te maken’, sprak Chen Bin, hoofd van de afdeling industriële coördinatie van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, een cruciaal staatsorgaan voor de sturing van de Chinese economie.

Zijn waarschuwing duidt erop dat Peking meer supervisie over de koopjesjacht wenst. Die was voorheen praktisch afwezig, waardoor de ego’s van lokale partijleiders en industriebazen dominant waren. Dat leidde tot kostbare missers.

Cause célèbre uit het vorige koopjestijdperk is de opkoop van het Britse automerk MG Rover door twee Chinese gemeenten, die elkaar het licht in de ogen niet gunden. MG Rover was in 2004 aan het eind van z’n Latijn, na een even kostbare als vergeefse poging van BMW de zaak te revitaliseren.

Koude kermis
Twee Chinese autofabrieken zagen er brood in – en ruzieden over de boedel. Zo kwam het Roverdeel bij SAIC, de gemeentelijke autofabriek van Shanghai, terwijl de MG-fabriek uit Longbridge naar de oude keizersstad Nanjing ging, 250 kilometer van Shanghai. Want ook daar had de leiding de zinnen gezet op een echte autofabriek.

Men kwam van een koude kermis thuis. Op de ‘High And New Technology Development Zone’ van Nanjing werd door duizenden arbeiders in een hagelnieuw hallencomplex de MG-fabriek uit Engeland weer opgebouwd, directeur Zhang Xin meldde trots dat MG als het merk Modern Gentleman zou worden gelanceerd. En toen bleek het gemeentelijk krediet op.

Nanjing moest daarop toestaan dat de fabriek alsnog een nederig filiaal werd van de grote rivaal SAIC uit Shanghai. Hoeveel geld er werd verkwist door deze wedijver tussen de twee machtigste stadsbesturen van de Chinese oostkust is nooit openbaar gemaakt. Kenners houden het op zeker 100 miljoen euro.

Leergeld
Chinese staatsbedrijven hebben meer prijzige bokken geschoten. De overname van de mobiele tak van het Duitse Siemens en het Franse Alcatel mislukte. De overname van de IBM-computertak door Lenovo uit Peking lijkt minder succesvol dan eerder gemeld.

Shanghai’s autofabriek SAIC betaalde duur leergeld met het Zuid-Koreaanse Ssangyong. De Chinezen kregen eerst ruzie met de Koreaanse vakbonden die Shanghai van het stelen van technologie en onderinvestering beschuldigden, en nu is de fabriek in een faillissementsprocedure beland.

In Nederland is het aantal Chinese overnamen nog gering. Staatscontainerbedrijf CIMC kocht in 2006 voor ruim 82 miljoen euro Burg Industries, fabrikant van chemiecontainers in Pijnacker. Het was geen koopje maar een strategische investering van de Chinezen, die de meeste containers ter wereld maken en de speciale techniek van familiebedrijf Van den Burg goed konden gebruiken.

Zo werken Chinese firma’s – bijna altijd staatsbedrijven – al jaren; met een voorkeur voor kleinere, technische Europese bedrijven. In Duitsland zijn familiebedrijven opgekocht, in Engeland een producent van luxe auto-interieurs, in het Italiaanse Pesaro de motor- en scooterfabriek Benelli. Italiaanse design en techniek combineren met goedkope Chinese onderdelen, dat leek de Qiangjiang Group wel wat. Qiangjiang? Een staatsconcern uit Wenling, in de ondernemende kustprovincie Zhejiang, even onder Shanghai.

Staalbedrijf in Noordoost-China. China koopt her en der mijnen op of breidt deelnemingen uit, zoals in Australische mijngigant Rio Tinto. (EPA) Beeld null
Staalbedrijf in Noordoost-China. China koopt her en der mijnen op of breidt deelnemingen uit, zoals in Australische mijngigant Rio Tinto. (EPA)
Meer over