'Bruggen bouwen is onze taak'

Het was een lastig jaar voor de vakbeweging. Toch kijkt de pas vertrokken voorzitter van het CNV er met genoegen op terug....

Door Elsbeth Stoker

Een vlaag nostalgie, afgewisseld door een gevoel van vrijheid. Deze emoties hielden Bert van Boggelen (49) eind april bezig toen de interim-voorzitter van vakcentrale CNV zijn kamer aan het leegruimen was. Hij maakt plaats voor zijn opvolger: Jaap Smit. Gisteren nam deze voormalige dominee en directeur Slachtofferhulp het stokje van hem over bij de christelijke vakbeweging.

Van Boggelen had toen, na elf jaar trouwe dienst, het pand al verlaten. Hij zit met zijn gezin in zijn tent op Vlieland te bedenken wat hij verder wil.

Even dacht de CNV-bestuurder, die in vakbondskringen bekend staat als progressief, dat er een carrière in Den Haag voor hem in het verschiet lag. ‘Ik vind het belangrijk dat we investeren in mensen en in een duurzame economie.’

De kiescommissie van GroenLinks had Van Boggelen op plaats 8 of 9 op de lijst geadviseerd. Maar uiteindelijk hebben de GroenLinks-leden hem neergezet als de haast onverkiesbare nummer 14. De voorzitter van CNV Jongeren, de 23-jarige Jesse Klaver, staat op nummer 7.

Balen?

‘Ja, ik had er echt even een kater van. Er moet een klein wonder gebeuren wil ik nog in de Kamer komen. Maar ik ga er nog steeds voor.’

Wat ging er mis?

‘Tsja, wat ging er mis? De leden hebben de hele kandidatenlijst overhoop gehaald. Het was een heel grillig proces.’

Wat gaat u nu doen?

‘Het is jammer dat ik op nummer 14 sta. Maar het is ook niet zo dat ik al heel lang rondliep met de wens om Kamerlid te worden. Ik werd in februari gevraagd. En het Kamerlidmaatschap kwam eigenlijk te vroeg.

‘Ik heb afgelopen jaar als interim-voorzitter een prachtig, maar heel zwaar jaar gehad. Elf jaar geleden ben ik begonnen bij het CNV. Ik was degene die er intern voor zorgde dat de elf bonden bij elkaar bleven. Een bescheiden type, niet iemand die met grote gebaren naar buiten treed. Een bruggenbouwer, maar geen boegbeeld.

‘Althans, zo zag ik het. Maar ik heb afgelopen jaar allerlei nieuwe dingen ontdekt over mezelf.

‘Toen er vorig jaar niemand was om René Paas (de vorige CNV-voorzitter, red.) op te volgen, dacht ik: dit is niet mijn ding, maar ik ben de enige die het kan. Dus ik moet het lef hebben om erin te springen. En dat ging hartstikke goed. Ik vind het leuk om te polderen en de omgang met de media gaat me makkelijk af.

‘Maar nu is het tijd voor nieuw bloed binnen het CNV. Het werk buiten de deur vind ik heel leuk, maar ik merkte dat ik het werk binnenshuis minder leuk begon te vinden.

‘Komende tijd ga ik bedenken wat ik met deze pas ontdekte talenten ga doen. Maar eerst laat ik het afgelopen jaar bezinken. Het was een geweldige achtbaan, een mooier einde had ik niet kunnen krijgen.’

Het AOW-overleg mislukte in september en de verhoging van de pensioenleeftijd veroorzaakte binnen de vakcentrale veel strijd. Het lukte het CNV bovendien niet om snel intern een kandidaat te vinden die Paas kon opvolgen. Na een jaar wordt een externe kandidaat zonder vakbondservaring benoemd. U noemt dat een prachtig jaar?

‘Laten we eerlijk zijn: de sfeer was rond de zomer niet echt vrolijk, en bij vlagen slecht. Dit werd vooral veroorzaakt door de AOW-discussie. Wij kwamen er niet uit: we hebben een heel genuanceerd standpunt. Maar er stond zoveel druk op deze discussie dat er geen ruimte was voor nuances in de media: of je bent voor of je bent tegen. Een beetje voor en een beetje tegen, dat lukt niet.

‘Onze bonden vertegenwoordigen alle groepen uit de maatschappij en stonden op dit punt lijnrecht tegenover elkaar. Het was een heel heftig debat: het is een onderwerp met heel veel impact.

‘Mede vanwege de slechte sfeer was het toen heel lastig om snel een nieuwe voorzitter te vinden. Weinig mensen wilden. En degenen die wel wilden, hadden onvoldoende draagvlak.

‘Maar dit neemt niet weg dat ik een geweldig jaar heb gehad. Het heeft maanden gekost, maar we zitten nu wel op één lijn over de AOW en over wie we zijn.

‘Ook in de polder hebben de werkgevers en de vakbonden elkaar een tijdje de hersenen in geslagen. Maar na negen maanden is er een nieuwe brug gebouwd. Sinds het mislukken van het SER-traject heb ik me daarvoor ingezet: er was geen vertrouwen meer tussen FNV en VNO-NCW. Ik vind het de taak van het CNV om zich op te stellen als bruggenbouwer. En dat is gelukt; binnenkort moet er een pensioenakkoord liggen.’

Dat akkoord gaat u niet meer afsluiten

‘Ik had graag gewild dat het voor 1 mei rond zou zijn. Maar dat is niet gelukt. Waarschijnlijk wordt het eind mei.’

Hoever zijn jullie?

‘Momenteel wordt er onderhandeld over de uitwerking, maar over de belangrijkste contouren zijn we het eens.

‘We willen niet dat de premies voor de pensioenen verder stijgen en we willen ook niet dat afstempelen de normale gang van zaken wordt. Daarom moeten we de pensioenleeftijd koppelen aan de levensverwachting. Het is irreëel dat we de stijgende levensverwachting zo maar kunnen omzetten in meer vrije tijd. Er zal langer gewerkt moeten worden.

‘We hebben nog geen afspraken gemaakt over de spilleeftijd, maar je moet denken aan een flexibel systeem waarbij mensen tussen hun 65ste en 70ste kunnen stoppen met werken. Werk je langer door, dan krijg je een bonus van bijvoorbeeld 8 procent. Stop je eerder, dan lever je 8 procent in. Om laagbetaalden te ontzien, kunnen we wellicht iets regelen in de fiscale sfeer.

‘Daarnaast zijn we aan het kijken hoe je de risico’s van beleggingen kunt verwerken. Denk aan een pensioenuitkering die deels gegarandeerd is, en deels afhankelijk is van de beleggingsresultaten.’

Het CNV kampte afgelopen jaar met een lastige achterban. Maar vergeleken met de FNV valt het nog mee. Een deel van de FNV-leden wil niets weten van een hogere AOW-leeftijd. Gelooft u echt in een akkoord?

‘De FNV moet leiderschap tonen. Dit verhaal kun je heel goed verkopen. Er zullen altijd teleurgestelde, boze, burgers blijven. Maar je moet je niet laten gijzelen door een deel van de achterban. Als je dat doet gaat de polder naar de knoppen.’

Eén verhuisdoosje, meer niet. Dat zijn de spullen die hij op 29 april mee naar huis heeft genomen. Een van de dingen in die doos is een schets van het paarse CNV-logo. Het papiertje roept nostalgische gevoelens bij hem op. IJzersterk, noemt hij de paarse lettercombinatie waarvoor hij acht jaar geleden opdracht gaf. ‘Inmiddels gebruiken alle bonden het. Dat is wel heel gaaf.’

Maar bij het zien van de schets bekruipt hem ook het gevoel van herwonnen vrijheid: ‘Het heeft wel vijf jaar geduurd voordat elke bond het er mee eens was’

‘Het CNV blijft een complexe organisatie’, concludeert hij even later. ‘Ik hoop dat het mijn opvolger lukt om de besluitvormingsprocessen te versnellen en efficiënter te maken.’

Meer over