Bredase Speelhuislaan opnieuw hard getroffen

In een 'vechtmarkt van grote spelers' heeft een provinciaal, ietwat verouderd familiebedrijf geen bestaan meer. De Bredase producent van droogtrommels Schuurink bv zet er na zestig jaar een punt achter....

Van onze verslaggever

Frank Hendrickx

BREDA

De omgeving van de Bredase Speelhuislaan lijkt geschapen voor bedrijven die over de kop gaan. De weg loopt dood, de keien liggen scheef in de grond en het tramspoor in het midden van de weg is al jaren buiten gebruik en donkerbruin verroest. Het winderige herfstweer past perfect bij deprimerende stemming.

Vroeger vonden 2500 mensen hun werk in de Speelhuislaan, maar sinds de jaren zeventig is het snel bergafwaarts gegaan. De bedrijven uit de straat kregen het moeilijk, het aantal arbeidsplaatsen viel terug en de industrie verplaatste zich van het centrum van de stad naar de periferie. Gisteren maakte ook Schuurink bekend te verdwijnen uit de Speelhuislaan. Precies zestig jaar na het leggen van de eerste steen, zal het pand van de producent van wasdrogers weer tegen de vlakte gaan.

Tot 31 januari draait de fabriek gewoon door, maar dan gaat het licht definitief uit. Aan alle verplichtingen jegens leveranciers zal worden voldaan. Voor de 110 personeelsleden is een sociaal plan opgezet. Met de hulp van een outplacementbureau moeten de meesten elders weer aan de bak komen.

Volgens interim-directeur E. Kooi was de ondergang van Schuurink onvermijdelijk. De witgoedmarkt is een vechtersmarkt. Voor een kleine, naamloze leverancier zonder eigen merk, zoals Schuurink, is in die markt geen plaats meer. De concurrentie is te hard, de marges zijn te klein. 'Je moet een echte, grote speler zijn, anders heb je geen kans', meent Kooi.

De finale klap voor de kleine speler kwam in maart. De grootste klant van Schuurink, het Duitse Quelle, besloot geen drogers meer af te nemen. Quelle was de laatste jaren goed voor ongeveer 55 procent van de afzet. De Duitsers klaagden al langer over de matige kwaliteit die Schuurink leverde. McKinsey raadde de Duitsers na het doorlichten van het bedrijf aan de 25-jarige samenwerking te beëindigen. Schuurink was plotseling ten dode opgeschreven.

Directeur en eigenaar Schuurink, zoon van de oprichter, trad terug. Kooi kwam als interim-manager en moest op zoek naar een partner die Schuurink wilde overnemen. Er vonden gesprekken plaats, maar niemand bleek nog geïnteresseerd in het Bredase bedrijf.

Schuurink is dan ook hopeloos verouderd. Niet alleen het met zwaar, donker eikenhout bemeubelde kantoor van de directeur doet denken aan de dagen van Dickens, ook in de inrichting is de fabriek niet met haar tijd meegegaan. Bovendien is de grond waarop de fabriek staat zwaar verontreinigd.

Kooi durft slechts heel voorzichtig kritiek te uiten op eigenaar Schuurink. 'Misschien is iedereen er te lang vanuit gegaan dat het allemaal wel goed zou komen. Zolang Quelle er was, ging het nog.'

Toen de Duitsers zich eenmaal hadden teruggetrokken, kwam de afhankelijkheid van Quelle snel aan het licht. Kooi moest alle zeilen bijzetten om een faillissement te voorkomen. Er was een buitengerechtelijk crediteurenakkoord voor nodig om een bankroet af te wenden. In mei moest het personeel wegens de liquiditeitsproblemen afzien van hun vakantiegeld.

Volgens Kooi zijn de werknemers niet boos over de liquidatie. 'Ik heb altijd openheid van zaken gegeven. Er is niemand die iets te verwijten valt. Namens de ondernemingsraad heeft een extern bureau nog onderzoek gedaan. Ook dat kwam tot de conclusie dat de liquidatie onvermijdelijk is.'

In de gang die naar het kantoor van Kooi leidt, staan enkele werknemers. De ondergang van hun bedrijf vinden ze 'verdomd jammer'. Ze hebben er wel vertrouwen in dat ze nieuw werk vinden, maar het zal niet meer in de Speelhuislaan zijn. 'Nee, want dat is de hoek waar de klappen vallen.'

Meer over