Brazilië gaat toch bezuinigen

In een wanhoopsoffensief gaat de regering van de Braziliaanse president Dilma Rousseff toch proberen verder te bezuinigen. Maandag kondigde haar minister van Planning, Nelson Barbosa, een pakket van lastenverzwaringen en bezuinigingen aan ter waarde van 17 miljard dollar, 15 miljard euro.

President Dilma Rousseff dinsdag tijdens een persconferentie over de bezuinigingen. Beeld null
President Dilma Rousseff dinsdag tijdens een persconferentie over de bezuinigingen.

De regering wil de ambtenarensalarissen aanpakken en bezuinigen op gezondheidszorg en huisvesting. Verder moet de vermogensrendementsheffing omhoog en komt er een belasting op financiële transacties.

Terwijl de zevende economie van de wereld in een diepe recessie verkeert, lukte het de centrum-linkse regering van Rousseff tot nu toe maar niet het huishoudboekje op orde te krijgen. Rousseff stuurde dit jaar zelfs een begroting naar het parlement met een tekort van 6 procent. Het parlement moet dan zelf maar met maatregelen komen om dat enorme gat in de begroting te dichten, is de gedachte.

Aan die lethargie besloot de regering na een weekend intensief delibereren dus toch een einde te maken. Aanleiding voor de hernieuwde energie is het rapport dat kredietbeoordelaar Standard&Poor's vorige week uitbracht. S&P waardeerde de Braziliaanse staatsobligaties af naar de junk- of rommelstatus.

Corruptieschandaal

In het rapport schrijft de kredietbeoordelaar dat het zeer de vraag is of Brazilië nog in staat is zijn schulden ooit terug te betalen. Het land krijgt de laatste maanden gevoelige klappen als gevolg van de stagnerende Chinese economie. Brazilië is een van de belangrijkste leveranciers van grondstoffen, zoals ijzererts, aan de Chinese industrie. Tegelijkertijd is de inflatie opgelopen tot meer dan 10 procent en bedraagt de werkloosheid 7,5 procent, het hoogste percentage in zeven jaar. Bovendien zakt de munt steeds verder weg, waardoor Brazilianen hun vermogen massaal proberen om te wisselen in veiliger valuta's.

Daar komt bij dat de politiek en het bedrijfsleven in Brazilië verlamd zijn door een corruptieschandaal bij staatsoliebedrijf Petrobras. Het is een miljardenaffaire die ook de Arbeiderspartij van Rousseff aankleeft en het vertrouwen van de bevolking zwaar heeft aangetast. Ook onder haar eigen achterban heeft Rousseff veel steun verloren. Bij grote demonstraties eisten Brazilianen afgelopen maanden haar aftreden. Zo'n procedure wordt mogelijk deze week aanhangig gemaakt.

S&P heeft weinig hoop dat Brazilië onder deze vleugellamme regering in staat is de grote economische problemen het hoofd te bieden. In de ogen van S&P staat het land er zelfs slechter voor dan Rusland.

Hard ingrijpen

Als uitgever van obligaties die als 'rommel' zijn bestempeld, zal Brazilië een veel hogere rente moeten betalen op de staatsschuld, die inmiddels ruim 65 procent van het bruto binnenlands product beslaat. Veel institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, mogen dergelijk schuldpapier bijvoorbeeld niet eens kopen.

De neerwaartse spiraal waarin de economie zich bevindt, zal door de afwaardering van S&P dus alleen maar scherper worden.

Het is Roussef duidelijk dat haar kabinet zich in een hoek heeft geverfd en dat hard ingrijpen de enige optie is.

De komende tijd is vooral spannend of het de regering ook lukt om de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk in te voeren. De sterke Braziliaanse vakbonden zijn fel gekant tegen het ontslaan van ambtenaren en het versoberen van hun salarissen. De bonden zullen ongetwijfeld met protesten en stakingen proberen dat plan van tafel te krijgen. In het bedrijfsleven is de weerstand tegen nieuwe belastingen ook groot.

Beleggers zijn er vooralsnog in elk geval nog niet van overtuigd dat de situatie in Brazilië zich nu ten goede zal keren. De rente op staatsobligaties liep dinsdag alleen maar verder op, tot ruim 15 procent voor tienjarige leningen. Het zouden komende zomer in Rio weleens zeer onrustige Olympische Spelen kunnen worden.

Meer over