Brabant vecht met NMA over zandkartel

De provincie Brabant bindt de strijd aan met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) over het zandkartel Nederzand. De NMa verbood het kartel op 17 augustus....

Dit zegt H. de Vries, hoofd ontgrondingen van de provincie Brabant. De vorming van een kartel in de wereld van de zandwinning is volgens hem onvermijdelijk en onder de huidige omstandigheden de beste oplossing voor alle partijen.

Volgens De Vries heeft de NMa het ontstaan en het belang van het zandkartel niet goed begrepen. Begin jaren tachtig bepaalde de politiek dat zandwinning geconcentreerd moest worden in enkele grootschalige projecten. Op dat moment waren er zo'n negen zandwinbedrijven actief.

In Brabant en Gelderland, die het leeuwendeel van het industriezand leveren in Nederland, werden vier grote winplaatsen aangewezen: De Kraaienbergse Plassen en de Heeswijkse Kampen in Cuijk, Geertjesgolf in Beuningen en de F3B-locatie bij Maasbommel.

In plaats van die via openbare aanbesteding toe te wijzen aan een van de zandwinbedrijven, stelden Brabant en Gelderland in 1994 een Intentieverklaring op waarin ze de vergunningverlening op elkaar afstemden op zo'n manier dat alle bedrijven hun deel kregen.

In een bijlage bij de Intentieverklaring werden de productieaandelen van de verschillende bedrijven zelfs vastgelegd, gebaseerd op de markaandelen van de voorgaande zeven jaar.

Volgens De Vries had dat een goede reden. 'Als je zo'n groot project dat tien jaar loopt aan één bedrijf gunt, lok je een koude sanering uit in de bedrijfstak. Dat wilden we niet. Bovendien zit je dan binnen de kortste keren met twee of drie grote bedrijven die de markt beheersen. Dan ben je nog verder van huis.'

Daar komt volgens De Vries bij dat de provincies wettelijk gebonden zijn rekening te houden met de bedrijfsbelangen van zandwinners. 'In de Ontgrondingenwet staat dat we bij de vergunningverlening ''alle bij de ontgronding betrokken belangen'' moeten betrekken. Volgens jurisprudentie hoort daar ook de continuïteit van bedrijven bij.'

Onder druk van Brabant en Gelderland richtten de zandwinners Nederzand BV op. Dit samenwerkingsverband is door de NMa verboden, evenals de afspraken die de zandwinners hebben gemaakt over de projecten in Beuningen en de Heeswijkse Kampen.

In de Kraaienbergse Plassen en Maasbommel staat de NMa het zandkartel wel toe, omdat het daar volgens het kartelbureau letterlijk is afgedwongen door de provincies. Bij de twee andere projecten zouden de zandwinbedrijven vrijwillig zijn gaan samenwerken. Dat is een misverstand, aldus De Vries.

'De Intentieverklaring van 1994 geldt voor alle zandwinprojecten tot 2008, dus ook voor Beuningen en de Heeswijkse Kampen.'

De provincie Brabant zal de vergunning voor de Heeswijkse Kampen zo snel mogelijk aanpassen en de samenwerking dwingend opleggen, in de hoop dat ook dit project goedkeuring krijgt van de NMa. Gelderland zal hetzelfde doen met Geertjesgolf in Beuningen.

De NMa stelt zich op het standpunt dat zandprojecten vergeven moeten worden middels vrije concurrentie in een openbare aanbesteding.

Meer over