Bolwoning heeft alles, maar wie ziet dat?

Ooit werd het wonen in een bol een grootse toekomst toegedicht. Die blijft vooralsnog uit. Maar architect Dries Kreijkamp laat zich zijn geloof in de bol niet afnemen....

Door Raoul du Pré

Dries Kreijkamp zou ’m de mensheid zo graag nalaten, zijn bolwoning. Wat zou het prachtig zijn als wij er met z’n allen nou eindelijk eens van doordrongen raakten dat er geen beter huis is dan een bol huis. Kreijkamp (1937) roept het al zeker veertig jaar, maar het lijkt alsof we hem niet horen. ‘De eskimo’s’, zegt Kreijkamp, ‘die hadden het door met hun iglo’s. De oude Afrikaanse stammen ook, met hun lemen hutten.’ De koppige westerse mens echter blijft maar stoïcijns kaarsrechte bakstenen muren bouwen, met rechthoekige ramen en saaie puntdaken.

Kreijkamp, architect en beeldend kunstenaar, kan er met z’n verstand niet bij. Toen hij vroeger op school een tekening moest maken van een huis, tekende hij een bol. ‘De bolvorm is zo logisch. Het is de meest organische en natuurlijke vorm. We zijn rond georiënteerd. We wonen op een bol. We zijn geboren uit een bol. De bol is het lichaam met de grootste inhoud en het kleinste oppervlak. Je hebt er dus het minste materiaal voor nodig. Het is goedkoop: voor 102 duizend euro bouwkosten heb je een compleet huis met twee slaapkamers. Het is ruimtebesparend, zeer milieuvriendelijk en zo goed als onderhoudsvrij. Moet ik nog even doorgaan? Ach, woonde iedereen maar in een bol.’

Het is alweer 26 jaar geleden dat Kreijkamps droom in vervulling leek te gaan. In Maaspoort, een buitenwijk van Den Bosch, mocht hij in 1984 zowaar zijn gang gaan. Nog altijd staan ze er: vijftig van zijn beroemde bolwoningen op steeltjes, netjes bij elkaar. Het gemeentelijk woningbedrijf zag er wel brood in destijds, enthousiast geraakt door Kreijkamps rotsvaste bollengeloof. De vorm was nieuw, het materiaal ook: met glasvezel gewapend beton, in twee lagen. Daartussen kwam steenwol voor de isolatie. In de ‘steel’ zit de trap naar de eerste verdieping met slaapkamers, douche en toilet.

In die dagen was Kreijkamp nog in de veronderstelling dat Den Bosch pas het begin was van iets groots. En hij niet alleen: vanuit de hele wereld kwamen journalisten, architecten, woningbouwers en toeristen kijken naar deze wonderlijke verschijningen in het Brabantse landschap. En nog steeds zien de bewoners regelmatig een touringcar vol fotograferende Japanners voorrijden.

Kreijkamp maakte zich destijds al op voor massaproductie. Maar die bleef uit. Aanvragen kwamen er genoeg: honderden offertes schreef hij uit in de loop der jaren. Maar altijd is er wel een wethouder die het uiteindelijk toch niet aandurft, een welstandscommissie die dwars ligt of een ambtenaar die niet doorkomt met de juiste bouwvergunning.

‘Bestuurders en ambtenaren voelen het concept niet aan. In hun aard denken ze nog steeds conventioneel. Ik heb Den Bosch laatst aangeboden om er nog een paar neer te zetten op een vrijliggende kavel. De reactie was: nee dank je, we hébben al bolwoningen. Dat vond ik schokkend in al z’n onnozelheid.’

Bijna waren de Bossche bollen gesneuveld, halverwege de jaren negentig. Bewoners klaagden over lekkages door scheuren in de wanden. Ook de ramen lekten. Van een van de bollen verzakte de onderste helft. Even stond de corporatie op het punt ze te slopen, maar na overleg met de bewoners werd het een ingrijpende renovatie: een nieuwe coating, nieuwe ramen, nieuwe ventilatiesystemen en een nieuwe beugelconstructie tegen verzakking.

Hoewel een hardnekkige geur van mislukking in die dagen rond de bollen hing, heeft Kreijkamp altijd ontkend dat het ontwerp niet deugt. ‘Er zijn werkfouten gemaakt bij de bouw. Dat zou ons nu niet meer overkomen.’

Sterker: Kreijkamp ziet de potentie alleen maar stijgen, zeker nu het ministerie van VROM de Bossche woningen het energiekeurmerk ‘uitstekend’ heeft gegeven. Met zeer veel interesse volgt de architect bovendien het oprukken van de drijvende woningen op diverse plaatsen in het land. Zijn maquette van de drijvende polyester bolwoning is al gereed: ‘Met zonne-energie, windmolen en buitenboordmotor. Zeer milieuvriendelijk, bestand tegen elk waterpeil en heel praktisch: de bewoners kunnen hun huis verplaatsen naar waar ze maar willen.’

Het is een kwestie van tijd, weet Kreijkamp, tot de mensheid het ziet. En als de koppige mensheid de bollen toch echt links laat liggen? ‘Dan zoekt de mensheid het verder maar uit. Ik heb mijn best gedaan.’

Rustgevend, maar niet altijd praktisch
Bas Roijen (28) is een bolbewoner in hart en nieren. Vroeger, als jongetje, fascineerden de bollen van Kreijkamp hem al als hij erlangs fietste met zijn ouders. Toen hij twee jaar geleden bij de woningcorporatie aan de beurt was voor een huurwoning en er net een bol vrij kwam, hapte hij toe. ‘Het sprak me heel erg aan. Ik kan de architect helemaal volgen in zijn enthousiasme. Ik associeer ze met de hobbitstee uit The lord of the rings: alles glooiend, vriendelijk, zonder scherpe hoeken. Ik vind het rustgevend. Het is speels, eigenwijs, anders. Bijna magisch.’

De Bosche bollen zijn bedoeld voor maximaal twee personen. Ruim zijn ze dan ook niet. Maar voor 415 euro huur heb je toch alles bij de hand: woonkamer, slaapkamer, keukenblok, douche, toilet en, vanaf komende herfst, een berging die tegen de steel van de bollen wordt gebouwd. Roijen: ‘Sommigen vinden de huur hoog voor de ruimte die je krijgt. Maar het is wel een vrijstaande woning. En je betaalt ook voor de sfeer natuurlijk.’

‘Het is niet altijd praktisch. Ik heb al mijn hoge kasten weggedaan. Die kun je hier niet kwijt tegen de muren. Met stofzuigen erger ik me soms aan alle trapjes en aan de schuine wanden: je stoot je makkelijk. En mijn vader heeft wel even staan vloeken toen hij hier de laminaatvloer kwam leggen. Die zei: kun je niet in een normáál huis gaan wonen?’

Meer over