Bolivia wil niet langer bedelen

Twee keer eerder nationaliseerde Bolivia zijn bodemschatten. Nu waakt de president over de gasvoorraden. Deze derde - democratische - nationalisatie 'is echt definitief'....

Van onze correspondent Cees Zoon

De zilvermijnen van Potosi, in het zuiden van wat nu Bolivia heet, waren in de koloniale tijd de schatkamer van het Spaanse imperium. Al dat zilver werd echter naar Europa verscheept om er de paleizen in Madrid mee te betalen en de Spaanse kerken mee te vullen. Tegen de tijd dat Bolivia in 1821 onafhankelijk werd, was het zilver zo goed als op en was de nieuwe staat een arme en vergeten uithoek in het midden van het continent.

De tweede keer waren het de tinmijnen die het land tot serieuze ontwikkeling hadden kunnen brengen. Bolivia was de belangrijkste tinproducent ter wereld in de eerste helft van de twintigste eeuw, juist in de tijd dat het conservenblik een wereldrevolutie veroorzaakte. Maar ook die grondstof werd simpelweg afgevoerd. Een paar plaatselijke families werden er schatrijk mee, maar Bolivia bleef wat het was: het armste land van Zuid-Amerika.

Dat gaat ons niet nog eens overkomen, beloofde Evo Morales toen hij in januari werd geïnstalleerd als president. De gasvoorraden, de grootste van Zuid-Amerika na die van Venezuela, waren al enkele jaren het doelwit van een omvangrijke sociale beweging die zowel president Sánchez de Losada als diens opvolger Carlos Mesa ten val bracht. De protesten richtten zich in eerste instantie tegen plannen het gas te exporteren via de havens van erfvijand Chili, maar mondden al snel uit in de eis tot nationaliseren. De beweging bracht Evo Morales, de indiaanse leider van de protesten, met een ruime verkiezingszege naar het presidentschap.

Bolivia is van oudsher een van de instabielste landen van Latijns Amerika: wereldrecordhouder staatsgrepen en expert in revoluties. Het nationaliseren van de bodemschatten is geen nieuw fenomeen hier: het gebeurde eerder in 1937 en in 1969, zij het dat toen militaire regimes die stap deden. Voor het eerst is het een democratisch gekozen regering die nationaliseert en die daarvoor de steun van de overgrote meerderheid van de bevolking heeft. 'Bolivia was het eerste land van het continent dat de grondstoffen nationaliseerde. Nu doen we het voor de derde keer en is het definitief', zei Morales bij de presentatie van het decreet afgelopen maandag.

Het gaat niet om onteigening van de buitenlandse oliemaatschappijen, maar om het 'vestigen van de soevereiniteit over onze bodem', aldus Morales. Wat in onze grond zit, is van ons en daar willen we aan verdienen, is het uitgangspunt. Niet anders dan de Nederlandse staat, die goed geboerd heeft met het gas van Slochteren. Volgens de Boliviaanse regering streken de multinationals tot dusver 82 procent van de gaswinsten op en moest de staat genoegen nemen met 18 procent. Dat is voortaan omgekeerd. Bolivia hoopt zijn inkomsten uit het gas aldus te verhogen van 140 miljoen dollar tot 780 miljoen dollar per jaar, een vermogen voor een straatarm land dat grotendeels leeft van buitenlandse hulp.

Meer over