Blauwe autolampen in de nacht

In veel autokoplampen zitten halogeenlampjes. Dure automerken hebben die vervangen door blauwige xenonlampen. Leds komen er al aan...

Door Douwe Douwes

Het is een bekend beeld voor elke automobilist die wel eens over de Autobahn tussen Frankfurt en Keulen heeft gereden. In de spiegel snelt in hoog tempo een paar koplampen toe, die een hinderlijk blauwig licht verspreiden. De ervaren reiziger weet dat hij op de hielen wordt gezeten door een grote Duitse auto, zonder twijfel een dure uitvoering van een Mercedes, BMW of Audi. Binnen een paar seconden flitst de auto voorbij en resten slechts een paar rode achterlampen – die overigens ook opvallend fel zijn.

De Autobahn is de plek bij uitstek om nieuwe technieken op het gebied van autoverlichting te aanschouwen. De blauwige lichtbronnen bijvoorbeeld waarmee Duitse zakenauto's zijn uitgerust zijn xenonlampen, ook wel bekend als gasontladingslampen. En de heldere achterlampen zijn waarschijnlijk leds.

Op het gebied van autolampen is sinds begin van de jaren negentig het nodige gebeurd. Josef Schug is een van de mensen die aan vernieuwingen heeft meegewerkt. Hij staat in een donkere hal op het terrein van Philips in het Duitse Aken, achter een paneel met tientallen knoppen. Philips is na Osram de grootste fabrikant van autolampen – pardon: autolichtbronnen – ter wereld.

Aan een van de muren in de Akense hal hangt een groot groot wit scherm. Op het scherm staan dunne lijnen, die samenkomen op een hoogte van een meter of drie. Wie door zijn oogharen kijkt, herkent in de tekening een weg, met twee rijbanen en bermen.

'Kijk', zegt Schug, 'de kunst van het maken van een goede lichtbron is om het helderste punt van het licht op precies die plek te laten vallen.' Schug wijst een punt aan de rechterkant van de 'weg', waar de lichtbundel het felst is. 'Je kijkt onbewust naar de plek waar het meeste licht op valt, en we willen dat punt op 75 meter aan de rechterkant van de weg hebben.'

Het punt op het scherm in de hal correspondeert exact met die 75 meter vooruit, op een echte weg. Die afstand is wettelijk voorgeschreven. 'Van alle regels voor de automobielindustrie – en dat zijn er nogal wat – gaat 50 procent over de verlichting', vertelt Schug. Het gebied waar het licht mag worden verspreid bijvoorbeeld is strak omschreven: als de straal te ver naar boven schijnt kan dat tegenliggers verblinden.

Vroeger werd de lichtbundel in een koplamp voornamelijk gericht door prisma's: geribbelde glazen die op de koplamp zaten. Maar steeds meer auto-ontwerpers willen af van die doffe glazen. Heldere lampen zijn in de mode, zodat het binnenste van de lamp – de spiegelende bol – goed zichtbaar is. En dat vereist weer dat de gewone halogeenlamp, die nog altijd in de meeste auto's wordt gemonteerd, zijn licht heel precies moet uitstralen. Bedrijven als Hella, Bosch, en Valeo, die de echte koplamp van spiegelglas en optiek om de lichtbronnen ontwerpen en maken, eisen die precisie.

Voor de xenonlamp, die zo'n tien jaar geleden zijn intrede deed in de autowereld, gelden nog strengere regels dan voor de halogeenlampen. Omdat de lichtopbrengstvan xenonlampen – overigens ook streng gereguleerd door Brussel – een stuk hoger ligt dan die van de doorsnee-lichtbronnen, is het gevaar op verblinding navenant groter.

De xenonlampen moeten dan ook voorzien zijn van stabilisatoren, die moeten voorkomen dat de lampen te ver omhoog gaan als de auto een hobbel passeert. De lampen moeten ruitenwissertjes en een sproeiertje hebben om het vuil van het lampenglas te kunnen verwijderen.Een zandkorrel kan het licht verspreiden, wederom met gevaar op verblinding.

Xenon geeft beter licht, maar de extra kosten maken dat de xenonlampen nog wel even blijven voorbehouden voor de duurdere modellen. 'Dingen veranderen maar heel langzaam in de wereld van de autoverlichting', zegt Schug. 'Dus het zal wel even duren voor xenon standaard is doorgesijpeld naar de goedkopere modellen.'

Schug organiseert een proefje: hij doet een paar minuten het licht in de hal uit. Vervolgens doet hij eerst een xenonlamp aan, en vervolgens een halogeen-lamp ernaast. Wat blijkt? Als je ogen eenmaal aan het duister zijn gewend, lijkt het xenonlicht niet langer blauw, maar wit. De halogeenlamp daarentegen lijkt wel een ouderwetse Franse gele lamp.

Xenonlampen zijn momenteel je-van-het voor een beetje autofanaat. Veel doe-het-zelvers met een opgekietelde Golf of Peugeot willen het blauwe effect van xenon kopiëren. De 'Blue Vision'-lampen van Philips – halogeenlampen die zeer wit licht verspreiden – vinden dan ook gretig aftrek bij Halfords en de benzinepompen.

Intussen dient zich alweer een nieuwe ontwikkeling aan. Tot dusverre werden leds vooral gebruikt in remlichten. Leds zijn miniatuurlampjes, die met meerdere een volledig licht opleveren. Leds zijn duur in aanschaf, maar gaan bijna oneindig lang mee. Auto's met xenonlampen voor hebben vaak leds als derde remlicht.

De nieuwe stap wordt de leds als koplamp. Lumileds, een jointventure van Philips en het Amerikaanse Agilent, is bezig met de ontwikkeling daarvan. Een directe concurrent voor Schug en de lampenfabriek in Aken. Maar voor de led de halogeen-en xenonlampjes heeft verdrongen, zijn we een generatie verder, zo is de overtuiging in Aken.

Meer over