Bij sociale code heeft ook de werkgever belang

Steeds meer bedrijven onderwerpen zich aan sociale gedragscodes. En gelijk hebben ze, meent Peter Pennartz. Ze hebben zelf immers baat bij een goed imago....

HET AANTAL multinationale ondernemingen dat de afgelopen jaren sociale gedragscodes heeft opgesteld, is sterk gegroeid. Bij ons wekt Shell zijn sociale en ecologische geweten tot leven, en in de VS ondertekende president Clinton een overeenkomst met vakbonden, mensenrechtenorganisaties en grote kleding- en schoenenproducenten die voorziet in betere arbeidsomstandigheden in de fabrieken (zowel in de VS als daarbuiten).

Nike, Reebok en andere ondernemingen met vestigingen in Latijns-Amerika en Azië hebben de laatste jaren onder vuur gelegen vanwege de arbeidsomstandigheden in hun fabrieken. Onlangs nog zijn in Vietnam en Indonesië duizenden werknemers van Nike de straat opgaan om te protesteren tegen de lage lonen en de slechte werkomstandigheden.

De hiervoor genoemde overeenkomst verwijst naar het recht van arbeiders om zich te organiseren en naar het recht op een werkweek van 48 uur (dus 6 dagen per week) met maximaal 12 uur vrijwillig overwerk per week. Er is afgesproken dat er geen kinderen onder de 15 jaar meer worden aangenomen. En werknemers hebben recht op in elk geval het geldende wettelijk minimumloon. De producten die onder deze omstandigheden worden vervaardigd, zullen worden voorzien van het No Sweat keurmerk.

Het Amerikaanse akkoord heeft overigens niet iedereen kunnen behagen. Zo is het feit dat de ondernemers zich ertoe hebben verplicht het plaatselijk geldende minimumloon uit te betalen geen genereus gebaar. In landen als Honduras, El Salvador, Indonesië, China en Vietnam ligt dat ver onder het bestaansminimum. De kosten van levensonderhoud in Ho Chi Minh Stad (maaltijden, transport en huur) bedragen momenteel 55 tot 65 dollar per maand. Het minimumloon is echter 47 dollar per maand.

Als het minimumloon evident onvoldoende is om van te leven, is overwerk het enige middel om het hoofd boven water te houden. Arbeiders in de sportschoenen- en kledingfabrieken in ontwikkelingslanden maken dan ook het hele jaar door overuren: 10, 12 soms 14 uur per dag, 6 dagen per week en soms op zondag.

Hoe kan overwerk dan ooit 'vrijwillig' zijn als Nike en Reebok nauwelijks aan de vraag kunnen voldoen, en het arbeidstempo dientengevolge voortdurend wordt opgeschroefd en de dagelijkse quota flink worden verhoogd?

Waarom zijn ondernemingen die jaarlijks enorme bedragen aan reclame en sponsoring spenderen niet wat royaler tegenover hun werknemers? Nike gaf vorig jaar aan dit doel 1,2 miljard gulden uit. De sportschoenenfabrikant sponsort in Nederland onder andere PSV, het Nederlands elftal en Richard Krajicek, maar draagt ook bij aan de instandhouding van sportfaciliteiten in achterstandswijken.

Dergelijke uitgaven komen het imago van de betrokken ondernemingen ten goede. Een forse verhoging van het minimumloon zou hetzelfde doel in niet geringe mate dienen, en hoeft het bedrijfsresultaat niet nadelig te beïnvloeden. Reebok bijvoorbeeld, verwacht dat een verdubbeling van het minimumloon niet tot verhoging van de consumentenprijzen zal leiden.

Cruciaal bij gedragscodes is het toezicht op de naleving ervan. Wie zal daarmee worden belast? De Amerikaanse overeenkomst is wat dit betreft uitgelegd als een knieval aan de multinationals. Zij willen dat accountantskantoren zoals Ernst & Young de controle gaan uitvoeren. Het compromis waartoe de betrokken partijen uiteindelijk besloten, voorziet in controle door accountants in samenspraak met mensenrechtenorganisaties.

Accountants echter, weten alles van financiën en organisatiestructuren, maar zijn leken op het terrein van arbeidsinspectie. Werknemers zullen niet snel geneigd zijn om hun beklag te doen bij een bezoekende accountant als die tijdens zijn rondgang door een fabriek wordt vergezeld door een opzichter.

Een andere vraag is of de rapporten openbaar worden gemaakt of niet. Wat als een bedrijf het No

Sweat-label krijgt, en er vervolgens toch schendingen van mensenrechten worden geconstateerd? Wordt dat in de openbaarheid gebracht, of wordt alleen het betrokken bedrijf ermee geconfronteerd? Als er iets fout gaat, verliezen dan alle producten van de betrokken multinational het sociale keurmerk, of alleen die van de betreffende fabriek?

In Australië, Canada, de VS en zeven Europese landen lopen momenteel campagnes die zich richten op producenten in de sportgoederen- en kledingindustrie. In Nederland werkt de 'Nike: Fair Play?' campagne samen met de zogenoemde 'Schone Kleren Kampagne'.

In het kader van die laatste actie is een Eerlijk Handels Handvest opgesteld, en wordt gewerkt aan een model voor onafhankelijke controle op gedragscodes. De vorm is die van een stichting waarin niet-gouvernementele organisaties (NGO's), vakbonden en het bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd. Een bedrijf tekent een contract met deze stichting, waarin vermeld staat binnen welke tijdsspanne de arbeidsverbeteringen moeten plaatsvinden, welke informatie aan de stichting wordt gegeven en de procedures voor controle. De stichting voert die controle vervolgens uit.

Als ze een overtreding bij een toeleverancier constateert, wordt de contractpartij daarvan vertrouwelijk in kennis gesteld. Als die er na drie waarschuwingen door de stichting niet in is geslaagd de gewraakte situatie te verbeteren, wordt het contract eenzijdig ontbonden.

Op deze wijze werken organisaties in Nederland en in een aantal Europese landen toe naar een gezamenlijke gedragscode en een structuur van overleg tussen vakbonden, NGO's en multinationals om betere arbeidsomstandigheden te realiseren in de Derde Wereld. Daarbij hebben niet alleen de betrokken werknemers belang, maar ook de betrokken bedrijven. Zij worden in de gelegenheid gesteld zich een mooi imago aan te meten.

Voorwaarde is wel dat de lonen voor de laagstbetaalden worden verhoogd, en dat een onafhankelijke partij toezicht houdt op de gedragscode. Want, zoals een vakbondsvertegenwoordiger na de ondertekening van de Amerikaanse overeenkomst op het Witte Huis stelde: 'You can't have the foxes watching the chickens'.

Peter Pennartz is econoom en werkzaam bij de stichting IRENE (International Restructuring and Education Network Europe).

Meer over