Beurzen veren op nu yuan zweeft

Amsterdam De beurzen reageerden maandagochtend uitbundig op de mededeling van dit weekend, dat China een ‘flexibel’ wisselkoersbeleid gaat voeren. De koersen schoten over de hele wereld omhoog....

De Chinese munt kwam maandagochtend ook in beweging. De yuan werd 0,4 procent meer waard. Dat lijkt niet veel, maar voor de Chinese munt is het een reuzensprong. De afgelopen 23 maanden hield de Chinese centrale bank de koers stabiel op 0,14650 dollar, met afwijkingen van maximaal 0,1 procent.

De internationale druk op China om de munt in waarde te laten stijgen (te appreciëren) nam de afgelopen weken hand over hand toe. Andere exporterende landen voelen zich benadeeld door de lage koers van de yuan. Chinese producten zouden daardoor kunstmatig goedkoop zijn.

Vooral in de Verenigde Staten is de onvrede groot. Veel Amerikanen zijn van mening dat het Amerikaanse herstel gefrustreerd wordt door de lage koers van de Chinese munt. Begin april dreigde minister van Financiën Timothy Geithner al om China formeel te beschuldigen van manipulatie van de eigen munt om de eigen export te bevoordelen. De Chinezen slaagden er toen in hem tijdens een bezoek aan Peking gerust te stellen.

De Senaat en het Huis van Afgevaardigden bleven echter onrustig. De New Yorkse Democratische senator Charles Schumer leidt het verzet. Hij dreigt al enige tijd met een importheffing op Chinese producten, als China zijn munt niet laat stijgen. De discussie over de yuan dreigde de G20-top te overschaduwen die komend weekeinde wordt gehouden in het Canadese Ottawa. ‘De kans op een handelsoorlog was in rap tempo aan het toenemen’, zegt Sep van de Voort, econoom bij SNS Securities.

De Chinese regering en de centrale bank moesten dus iets doen. De verklaring die de centrale bank zaterdag uitgaf, moest iedereen tevreden stellen: de buitenwereld, maar ook de Chinezen zelf. Die laatsten zijn in meerderheid juist tegen een revaluatie van de munt, omdat die de export een dreun zal geven. De centrale bank koos daarom voor een dubbele boodschap. Ja, China zou zijn munt ‘flexibel’ maken en hem loskoppelen van de dollar. En nee, dat zou niet betekenen dat de munt ineens sterk in waarde zou stijgen.

De discussie over de yuan komt voor China op een ongelegen moment. De inflatie loopt snel op, waardoor Chinese producten al relatief duurder worden. Bovendien eisen steeds meer arbeiders forse loonsverhogingen, een wens die steeds vaker wordt gehonoreerd. Ook daardoor gaan de prijzen in China omhoog. ‘China zit in een lastig parket’, zegt econoom Van de Voort. ‘Normaal gesproken is er een keuze óf de eigen munt verhogen óf inflatie toestaan. Nu dreigen ze allebei te gebeuren.’

China heeft daarnaast last van de daling van de euro van de afgelopen maanden. Hierdoor zijn de Chinese producten voor Europeanen al duurder geworden. Een stijging van de yuan heeft als voordeel dat buitenlandse producten voor Chinezen goedkoper worden, waardoor de inflatie wordt gedrukt.

Met de verklaring van dit weekeinde wil de Chinese regering haar handen vrij houden, denkt Van de Voort. ‘Ze kan alle kanten op, afhankelijk van waar de grootste druk vandaan komt.’ Uiteindelijk is appreciatie onvermijdelijk, denkt Van de Voort. ‘Alleen zo kunnen de onevenwichtigheden in de wereldeconomie verdwijnen.’

Mede dankzij de lage koers van de yuan bouwde China de afgelopen tien jaar een enorm handelsoverschot op; de export steeg veel sneller dan de import. Daardoor stroomden honderden miljarden dollars het land in. Normaal gesproken zou dit tot een stijging van de yuan hebben geleid. Dat zou hebben geresulteerd in een afname van het Chinese overschot en het Amerikaanse tekort.

China investeerde zijn dollarreserves echter in de Verenigde Staten, waardoor de koers van de yuan stabiel bleef en de export kon blijven groeien. Bijkomend effect hiervan was dat de rente in de Verenigde Staten laag bleef.

Meer over