Beurs naar de beurs

DE grote beurzen geven het goede voorbeeld: ze gaan zelf naar de beurs. Na Amsterdam hebben nu ook de beurzen van Londen en New York besloten deze historische stap te zetten....

Beurzen waren gewend te worden bestuurd als een woningbouwcorporatie of voetbalclub. Maar dit is niet langer mogelijk. De ontwikkelingen op de financiële markten gaan zo snel dat snelle besluitvorming en grote investeringen nodig zijn.

'Het toverwoord is technologie', zegt Paul Arlman, secretaris-generaal van de Europese beurzenfederatie in Brussel. 'De computer maakt het overbodig om nog naar een centrale handelsplaats te komen, of dit nu een koffiehuis is of een plekje onder de brug.'

De nieuwe technologie bedreigt de beurzen zelfs in hun voortbestaan. Beleggers voelen zich niet meer gebonden aan nationale beurzen, ze laten hun orders net zo makkelijk via een buitenlandse beurs uitvoeren of handelen - nog veel erger - rechtstreeks met elkaar via eigen systemen.

In de VS bestaan nu al zes systemen, zogenoemde E-crossnetworks (ECN's), waarop grote beleggers buiten de officiële beurzen om met elkaar kunnen handelen. In Europa besloten begin juli negentien grote vermogensbeheerders hun eigen handelssysteem E-crossnet op te richten.

Arlman: 'Ook de toezichthouders willen van de verenigingsstructuur af. Er is toch altijd het gevaar van een belangentegenstelling, leden die de regels naar hun eigen hand zetten. Maar het belangrijkste nadeel van een vereniging is de ingewikkelde en vaak slechte besluitvorming.'

De Amsterdamse beurs veranderde de structuur al in 1997. Toen verkochten de leden van de in 1876 opgerichte Vereniging voor de Effectenhandel hun aandelen aan een groot aantal institutionele beleggers. De beurs werd ondergebracht in de nieuwe onderneming Amsterdam Exchanges NV die waarschijnlijk in 2002 een beursnotering krijgt.

De oudste beursvereniging ter wereld, de Londen Stock Exchange, besloot eind juli na driehonderd jaar zijn einde aan te kondigen. De 294 leden stemden in met een voorstel om de beurs om te vormen tot een vennootschap, waarvan de aandelen ook overdraagbaar zijn.

De New York Stock Exchange (NYSE) kondigde donderdag na een masaale bijeenkomst van 1366 leden aan de verenigingsstructuur op te heffen en volgend jaar een beursnotering aan te vragen. Redenen voor deze belangrijke stap zijn de moeilijke besluitvorming (de board bestaat uit 26 bestuurders die voor elke strategische beslissing weer alle 1366 leden moet raadplegen) en de concurrentie van andere beurzen en ECN's. Ook voor de beurs van Wall Street is het een dramatische stap: de vereniging bestaat al sinds 1792 toen een klein groepje handelaren in Manhattan onder een boom bij elkaar kroop.

Maar ook Wall Street is niet meer veilig voor de concurrentie. De schermenbeurs Nasdaq is weliswaar qua marktkapitalisatie nog drie keer zo klein, maar trekt veel meer nieuwe ondernemingen aan dan de NYSE. Daarnaast is het aantal transacties op Nasdaq inmiddels even groot als op Wall Street. En tenslotte staat sinds dit jaar de meest waardevolle onderneming niet meer op de beurs van Wall Street maar op de Nasdaq genoteerd: Microsoft heeft General Electric inmiddels ingehaald.

Wall Street is nog een van de weinige beurzen in de wereld met een vloerhandel. 'In Europa zijn alle effectenbeurzen nu overgestapt op elektronische handelssystemen. Duidelijk is dat ook Wall Street een keuze moet maken. New York loopt nu nog achter', zegt Arlman.

Twee beurzen in de wereld kennen al een beursnotering. De Australian Stock Exchange in Sydney ging vorig jaar naar de eigen beurs. 'De beleggers hebben er geen spijt van gekregen.' In Europa staat de Zweede beurs op de eigen markt genoteerd. 'Inmiddels is de Zweedse beurs al onderdeel van een andere grote beursgenoteerde onderneming OM Gruppe die een aantal financiële markten exploiteert. Maar ook daarvan is de koers flink gestegen', aldus Arlman die beurzen ondanks de onzekere toekomst goede beleggingen noemt.

Meer over