Berlijn is niet, Berlijn wordt

In Berlijn gaat het niet om schoonheid, maar om verandering. Het is een dagelijks proces waarvan de bezoeker getuige kan zijn....

In het Berlijnse Scheunenviertel staat een vervallen hofje. De ingang ziet er weinig uitnodigend uit. Maar aan de muur hangt een keurig bordje: Im zweiten Hof Neueroffnung. Augen zu und durch!

Berlijn vernieuwt zich dagelijks. Dat is fascinerend en belooft veel voor de toekomst. Maar niet alle stadia van transitie zijn even fraai. Af en toe lijkt het inderdaad raadzaam even de ogen te sluiten en door te lopen. Berlijn ontbeert de achteloze charme van Rome, Praag en Amsterdam. Het centrum is al jaren een grote bouwput met een veld van hijskranen. Het geheel maakt nog een slordige en wat desolate indruk.

Maar in Berlijn gaat het niet om de schoonheid. Het gaat om verandering. Hier groeien twee steden aan elkaar die veertig jaar lang niets met elkaar te maken hadden. Op de lijn die oost en west scheidde, het niemandsland aan weerszijden van de muur, ontstaat een nieuw centrum. Berlijn ís niet, Berlijn wórdt. Dat is voor een wereldstad uniek. Wie de stad nu bezoekt, kan dat proces zich voor zijn ogen zien voltrekken.

Berlijn keert na de val van de Muur eindelijk weer terug naar zijn geografische kern, tussen Alexanderplatz en Brandenburger Tor. Ten tijde van de Koude Oorlog had West-Berlijn zijn eigen levendige middelpunt. De Kurfürstendamm, met zijn kilometers winkels, cafés en restaurants, het luxueuze Kaufhaus des Westens, de gezellige drukte rond Bahnhof Zoo. Nu de stad weer één is, verplaatst de aandacht zich naar het stadsdeel Mitte, het oude centrum, dat ten tijde van de deling in handen van de DDR was.

In het gebied met rechte straten en grote gebouwen rond Unter den Linden, waar nu de Duitse regering weer neerstrijkt, heerst nog steeds een wat strenge sfeer. Het belendende Alexanderplatz is voornamelijk groot en winderig. De busladingen toeristen kijken er altijd verbaasd en wat teleurgesteld om zich heen.

Een stuk aangenamer is het in het Scheunenviertel. Dit is niet alleen een van de laatste stukjes Berlijn met kromme straatjes, het is ook het lievelingsoord van schrijvers van reisgidsen en cover-stories over het 'nieuwe Berlijn'. Het wijkje werd de afgelopen jaren bekend als trendy woon- en uitgaansoord voor de anarchistische kunstscene, met het gigantische, vervallen kraakpand Tacheles als hoofdkantoor'. De echt hippe kunstenaars en krakers zijn al weer verder getrokken naar de oostwijk Friedrichshain. Tacheles valt sinds kort onder monumentenzorg. Langzamerhand nemen de yuppies bezit van de huisjes in het Scheunenviertel en de toeristen van de terrassen.

Intrigerend is het opleven van de joodse cultuur in de wijk, waar zich in het begin van deze eeuw veel arme joden uit Rusland en Polen vestigden. De synagoge in Oranienburgerstrasse is prachtig gerestaureerd, er zijn joodse restaurants en winkeltjes verschenen en een joods gymnasium. Twee Amerikaanse scholieres kijken hun ogen uit: Gee, everything is Jewish here. The Germans must be really sorry about what they did to the Jews! Misschien, maar de synagoge wordt, uit angst voor rechts-extremistische aanslagen, wel zwaar bewaakt.

Het leukste in het Berlijnse Scheunenviertel zijn de hofjes, die vaak in groepjes van vijf of zes bij elkaar liggen. Vanaf de straat is de ingang bescheiden, maar de bezoeker die verder loopt, heeft grote kans in het vierde hofje een galerie aan te treffen en in de vijfde een beschut caféterras. Het paradepaardje van het Neue Mitte zijn De Hackesche Höfe: acht schattige kleine hofjes, prachtig opgeknapt met leuke terrasjes, winkeltjes en dure appartementjes. Je kunt er sushi eten in smaakvolle, volgens de laatste mode ingerichte restaurants, een modern sieraad kopen en dansen tot diep in de nacht in cafés als Oxymoron of Aedes. Het prachtige Jugendstil-mozaïek op de hoge muren is weer zichtbaar, na tientallen jaren bedekt te zijn geweest onder een dikke laag roet. Vooral 's avonds biedt dit een feërieke aanblik.

De Hackesche Höfe worden overspoeld door toeristen. Maar de oude mevrouw die op een van de terrasjes een broodje zit te eten heeft hier zelf gewoond, vóór de restauratie. 'Het was klein en donker, en een beetje vies', vertelt ze. 'Ik was blij toen ik kon verhuizen. Nu is het hier mooi, wunderbar! En wat een lekkere broodjes! Maar ja, het is natuurlijk het echte Berlijn niet meer.'

Het echte Berlijn, wat is dat dan? Wie enkele tientallen meters verderop per ongeluk de Krausnickstrasse inloopt, wordt geconfronteerd met een troosteloze leegte: kapotte huizen, flarden wapperend landbouwplastic, een verweerde kauwgomballenautomaat waarvan zelfs de inhoud zo te zien nog stamt uit DDR-tijden. Berlijn kreeg in de Tweede Wereldoorlog meer bommen op zich dan welke andere stad. Daarna veroverde het Rode Leger straat voor straat. Het communistische bewind had wel geld voor een belachelijk grote tv-toren, maar liet de Russische kogelgaten zitten. Het opknappen van een dusdanig verminkte en verwaarloosde stad is natuurlijk niet in een vloek en een zucht gebeurd.

En gelukkig maar, want dat maakt Berlijn juist zo fascinerend: elke straathoek ademt geschiedenis. De kogelgaten, maar ook het design-cafe in een oude DDR-groentenwinkel, de ontroerende Ampelmänchen (stoplichtmannetjes), die dankzij een reddingsactie van nostalgische Ossi's de stoplichten in oost blijven sieren. De nazi-regeringsgebouwen, waar nu de ministeries weer doodleuk zitting nemen. De straatlantaarns van Hitlers architect Albert Speer. Het lelijke (of juist mooie?) Palast der Republik dat Erich Honecker in 1976 liet neerzetten en dat wegens de overdaad aan communististische lichtsculpturen in de volksmond 'Erichs lampenwinkel' heet. Moet het weg, of mag het blijven als herinnering? Berlijn weet het nog niet.

Geschiedenis is de eerste attractie van de stad. Je kunt die tegenwoordig zelfs beklimmen. De Duitse parlementariërs lieten tegen de zin van de architect een glazen koepel bouwen op hun nieuwe onderkomen, de Rijksdag. Besloten werd de koepel open te stellen voor het volk, dat zo het historisch beladen gebouw kan bezoeken en letterlijk op de eigen vertegenwoordigers kan neerkijken. Met de spectaculaire restauratie werd het parlementsgebouw in één klap een populaire toeristische attractie. Vanuit de koepel kun je de hele stad zien, van de armoedige DDR-flats tot de meest chique villawijken in west. Over de bomen van Tiergarten kijk je naar het nieuwe, futuristische winkelcentrum aan Potsdamer Platz. Je krijgt een indruk hoe hard er aan de stad gewerkt wordt. Zelfs 's avonds zijn de talloze hijskranen in beweging. Tip voor wie niet in de lange rij wil staan: met een kinderwagen (plus kind) word je zonder wachten in de zij-ingang doorgelaten.

Met een andere belangrijke toeristentrekker zijn de Berlijners minder zorgvuldig omgesprongen. De Muur was tijdens de post-Wende-euforie al bijna verdwenen voordat iemand het waagde op het historisch belang te wijzen. Er zijn maar vijf stukjes muur bewaard gebleven, onder andere op Potsdamer Platz. De burgemeester van Berlijn heeft nu het plan geopperd een stukje muur opnieuw op te bouwen, inclusief Todesstreifen, prikkeldraad en wachthuisje. Voorlopig is op sommige plaatsen in de stad, bijvoorbeeld bij de Brandenburger Tor, de voormalige locatie van de muur met rode lijnen of kinderhoofdjes op het asfalt aangegeven.

Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Koude Oorlog, kan het best terecht in Friedrichstrasse. In de jaren twintig was de straat een bruisend uitgaanscentrum, maar in de Tweede Wereldoorlog werd zij grotendeels door bommen verwoest. De DDR deed weinig aan de wederopbouw, en de straat bleef decennia lang een mistroostige aanblik bieden.

Tijdens de Koude Oorlog werd Friedrichstrasse een berucht symbool van de gespleten stad. Bij de grensovergang Checkpoint Charlie, met het bord You are now leaving the American sector, staat het museum Haus am Checkpoint Charlie. Daar zijn duikbootjes, parachutes en auto's met dubbele bodem te zien waarmee DDR-burgers indertijd wisten te ontsnappen. Aan het andere uiteinde van de straat, bij station Friedrichstrasse, konden Duitsers de grens over. Het grenskantoortje, waar bezoekende westburgers afscheid namen van hun dierbaren, heette in de volksmond Tränenpalast. Het is nu een trendy variété-theater. Achter het vroegere valuta-wisselloket worden exotische cocktails bereid.

Berlijn heeft de afgelopen jaren miljarden besteed aan de opwaardering van Friedrichstrasse, dat Kurfürstendamm moet doen vergeten. Er verrezen prestigieuze kantoorgebouwen en luxe winkelpassages waar de grote modemerken als Gucci en Donna Karan worden verkocht. Maar het loopt niet, of, zoals een verkoper in een modezaak het uitdrukt: Hier kommt kein Sau. De winkels zijn veelal zo chic dat je als gewoon mens nauwelijks naar binnen durft, bang om besprongen te worden door een al te gretige verkoopster in onberispelijk mantelpak. In het opvallende glaspaleis van de Galeries Lafayette is maar een deel van de kantoorruimte verhuurd, en bovendien vertoont de gevel, vlak na de voltooiing, al gebreken. Met netten moeten de voorbijgangers beschermd worden tegen vallend gesteente. 's Avonds is de straat zo goed als uitgestorven.

Het nieuwe winkelcentrum aan Potsdamer Platz loopt beter. Het is er nog niet helemaal gezellig, maar dat komt wel als de bouwputten rond het complex verdwenen zijn. Drommen mensen schuifelen over provisorische planken van het metrostation naar het futuristische winkelparadijs, het Debis-gebouw van architect Renzo Piano en het musical-theater. Maar het zijn, alweer, geen Berlijners, maar veelal Duitse toeristen tijdens een uitje naar de grote stad.

De commercie beweert hier het nieuwe centrum van Berlijn te bouwen, maar die status moet in de praktijk nog worden waargemaakt. Misschien komt het nog goed, en moeten de Berlijners gewoon even wennen aan de mogelijkheden van de nieuwe Friedrichstrasse en Potsdamer Platz. Maar misschien blijven ze liever in hun eigen wijk. Berlijn heeft altijd vele centra gekend. De stad ontstond pas in 1920, toen verschillende dorpen samengevoegd werden. De nieuwe stadswijken behielden hun eigen kern, hun eigen winkels en uitgaansgelegenheden. Wie in bijvoorbeeld de statige westwijk Charlottenburg woont, heeft voor zijn vertier en boodschappen niets buiten de wijk te zoeken. Alles is er, deftige restaurants, leuke pleintjes met fonteinen, bioscopen, parken en gezellige cafés. De bezoeker die het echte uitgaansleven zoekt, moet zich dan ook niet blind staren op Mitte, dat in glossy tijdschriften over de hele wereld wordt aangeprezen als de place to be. Hij moet beslist ook een bezoek brengen aan een house-party in Kreuzberg, brunchen bij XXII apostoli in Charlottenburg of een biertje drinken op Kollwitzplatz in de populaire oost-wijk Prenzlauer Berg. Het uitgaans-weekblad Zitty meldt waar het allemaal gebeurt, van operavoorstellingen tot travestie-acts in de spiegeltent van Bar jeder Vernunft.

Berlijn is groot en veelzijdig. Vanwege de verschillende sferen in west en oost is het Parijs en Moskou in één. En door de ongeëvenaarde poging op de resten van de geschiedenis een nieuw stadscentrum te bouwen, weet iemand die de stad verlaat één ding zeker: bij het volgende bezoek is alles weer helemaal anders.

Meer over