Belgen & Bentley & Skoda

Autofabrikanten kiezen niet langer met een zeker automatisme voor designers uit Italië, Frankrijk of Duitsland. Inmiddels maken ook Belgen deel uit van het keurkorps van auto-ontwerpers....

tekst Rob Gollin

Een dienstverband van nog geen jaar bij Bentley Motor Cars te Crewe, Chesire, volstaat om het Vlaams soms te laten voor wat het is. Het ronkende prestige van het merk smeekt om de Engelse taal als je uitlegt hoe het voelt in zo'n rijdend monument.

Zo slalom je niet met een Arnage Red Label of een Continental r. Mulliner onrustig door het verkeer, nee, dan wacht je tot er voldoende ruimte is, en then you overtake the whole sorry lot in just one go.

Om de brute motorkracht van de 6,75 liter achtcilinder in v-vorm in het vooronder aan te spreken geef je niet gewoon flink gas, nee, dat gaat in een Bentley wat subtieler. You just curl your toes.

Dirk Van Braeckel (42) uit Meigem, deelgemeente van Deinze, Oost-Vlaan deren, moet er zelf smakelijk om lachen. Het is amusant, die deelname aan dat niet onprettige snobisme. Hij sprak laatst met modeontwerper Ralph Lauren, klant. Weet je wat hij zei over de Bentley? Ook al niet te vertalen:

stealth wealth. Een triomfantelijke grijns glijdt over het gezicht; raak, zo'n typering.

Het strakke pak waarmee hij zich dit voorjaar tussen de glimmende automobielen op de motorshow in Genève bewoog, is 's avonds in het weelderige hotel aan het meer vervangen door een donkere coltrui; de zakenman van de middag oogt nu meer als artiest.

Hij staat sinds zomer vorig jaar aan het hoofd van een 35-koppig team met de opdracht een nieuwe generatie Bentleys vorm te geven. Kleiner dan de huidige mastodonten, meer een bescheiden maatje als dat van de s-klasse van Mercedes, of de 7-serie van bmw.

En artiest? Natuurlijk is hij artiest. Auto-ontwerpen is kunst. Ga maar na: tekenen, techniek, materiaalkeuze, er gonomie, licht, functie, de computer; waar anders tref je zo'n complexe combinatie van expressiemogelijkheden? En vergeet niet: tussen design en productie zit twee, drie jaar, en dan nog mag het model vijf jaar of langer niets aan actualiteit verliezen. Dat mag je toch creatief noemen? Zijn ultieme bevrediging: zijn Bentleys over vier decennia onder de hamer bij Christie's of Sotheby's.

Ontdekt na de modesector nu de automobielindustrie de kracht van Belgische designers? Hun namen duiken geregeld op in de vakpers. Voordat hij bij Bentley belandde, ontwierp Van Braeckel de Skoda's die het geschamper over de Tsjechische reutelbakken deed verstommen. Luc Donckerwolke tekent voor Audi, en staat nu op het punt de opvolger van de vervaarlijke Lamborghini Diablo te creëren. Mario Polla was betrokken bij de trendsettende Ford Ka en is nu project-manager bij Renault.

Ze vormen opvallend genoeg nog uitzonderingen. België is toch wereldkampioen auto's maken. Ford, Opel, Volkswagen en Volvo hebben er grote fabrieken. Het land zelf kan bogen op de productie van honderd verschillende merken in het verleden. Schroeven, dat kunnen de Belgen. Harde werkers. Maar ontwerpen?

'Ik denk dat het gaat veranderen.' Dominique Fontignies is auto-journalist en gespecialiseerd in design. Zijn bureau in het Waalse Binche organiseert geregeld ontwerpwedstrijden, waaraan jongeren uit tientallen landen kunnen deelnemen. 'Het succes van Van Braeckel en de anderen maakt duidelijk dat fabrikanten niet langer met een zeker automatisme voor Italianen, Fransen of Duitsers kiezen. Hun voorbeeld zal inspireren. Het heeft hier te lang aan zelfbewustzijn ontbroken.'

Aan een van de rijk gedekte tafeltjes op het terras van de Renault-stand in Genève knikt Mario Polla (42) instemmend. 'Aan een initiatief als dat van Dominique is te danken dat het vertrouwen in eigen kunnen onder talenten groeit. Toen ik begon was er niks. Hoe moest je dan een fabrikant ervan overtuigen dat jij de juiste man was? Je had er alleen al geen flauw idee van hoe zo'n tekening eruit moest zien. Pas in een klein winkeltje voor modelauto's in Brussel ontdekte ik een boekwerkje waarin dat werd uitgelegd. Dat was mijn enige houvast.'

Omdat er geen speciale school is, ontbreekt een herkenbaar Belgisch stempel. Maar volgens Fontignies is er wel degelijk een onderscheid te maken: in tegenstelling tot de meer chauvinistisch ingestelde vormgevers uit Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië staat bij Belgische ontwerpers het vizier op breed. De eerste Japanse auto's verschenen al meer dan dertig jaar geleden op de betonplaten van Vlaanderen en Wallonië. Van Amerikaanse sleeën keek toen al niemand meer op. Die invloeden uit alle windhoeken laten sporen na. Fontignies: 'Noem het Belgium spirit.'

Vinden ze zichzelf eigenlijk echte Belgen?

Van Braeckel, Vlaming: 'Ik voel me Europeaan.'

Polla, Waal: 'Ik heb meer met de Latijnse cultuur.'

Natuurlijk begon het met ongebreidelde passie voor auto's. Dirk Van Braeckel was als jongetje aanvankelijk meer gefascineerd door vliegtuigen, maar een tv-verslag van de Grand Prix van Monaco betekende besmetting met het auto-virus. 'Ik kon het toen nog niet benoemen, ik was nog maar negen of tien jaar, maar het moet die combinatie van esthetiek en functionaliteit zijn geweest die me raakte.'

De moeder van Mario Polla bewaart nog altijd een tekening van haar zoon: een Ford-racewagen uit de jaren vijftig. Toen hij die op papier zette, was hij drie.

Een advertentie in dagblad Het Volk voor een modelbouwer bij de Ford Design Studio in Keulen betekende voor Van Braeckel, toen eenentwintig jaar en geschoold in radio- en tv-techniek, de opmaat tot zijn loopbaan. Hij liet wat zelf bedachte constructies zien, schaal een op twaalf, vervaardigd in vrije uurtjes, en de ontwerpafdeling was onmiddellijk verkocht. 'Ze waren nogal perplex. De details wekten verbazing.' Een achtervleugel van een Formule 1-Ligier had hij perfect uit aluminium gekopieerd. Alleen al de motor van een ander model bestond uit achthonderd onderdelen. Ford stuurde hem naar de Royal College of Art in Londen.

Polla, afkomstig uit Mons, kon een carrière beginnen dankzij de bemiddeling van iemand uit een andere tekendiscipline, waarin België al ongeëve naarde faam bezit: de strip. Illustrator Clovis is mede-verantwoordelijk voor de avonturen van Michel Vaillant en ontwierp ook de kleurstelling van het Barclay-team van coureur Thierry Boutsen. Hij introduceerde Polla bij Patrick Lequement, toen werkzaam bij Ford, en later de topdesigner van Renault; Polla zou hem volgen. 'Hij is als een vader voor me.' Ford betaalde een studie aan het Arts Centre in Zwitserland. Daar zou later ook Luc Donckerwolke worden geschoold.

Het resultaat bleef niet uit. Auto's als de Audi 80 Avant, de Cabrio, de a8 en a3; de Ford Ka, Fiesta, Puma en Cougar zijn mede door Belgische handen ge kneed.

Van Braeckel: 'De eerste keer dat je je eigen creatie op de weg tegenkomt is altijd een ongelooflijke ervaring.'

Polla: 'Het is fascinerend welke functie design heeft. Er zit zoveel emotie in een auto. Een auto is communicatie. De bezitter laat zien wie hij is. Wie een Espace koopt, wil graag tonen dat hij een familie heeft. Wie in een Deux Chevaux rijdt, etaleert hoe alternatief hij wel is. Een bmw m3 straalt weer macht uit.'

Bij Skoda legde Van Braeckel de basis voor zijn succes. Werkte hij bij Ford en Audi goeddeels als lid van een team aan een auto, in Praag kreeg hij de vrije hand. De opdracht: afrekening met het beroerde imago. De nieuwe Skoda, de eerste Tsjechische boreling onder regie van de Volkswagen-groep, moest kwaliteit, stabiliteit, zekerheid, maar ook een zekere centraal-Europese traditie uitstralen.

Van Braeckel tekende de Octavia. Wat er centraal-Europees aan is? Hij moet zelf even nadenken over het antwoord. 'De driehoekige vorm van de achterste zuil in het koetswerk vormt een knipoog naar een succesvolle Skoda-coupé in de jaren zestig. Voor- en achterlichten lopen, tegen de bestaande trend in, niet door aan de zijkanten van de carrosserie. Het zit 'm in details.'

De ontvangst was groots. Bij de eerste voorstellingen aan klanten werd de auto, waarvan het merk aanvankelijk verborgen bleef, geschat op een prijs van zeker 45 duizend d-mark. Pas toen werd onthuld dat hier een Skoda stond, halveerde het bedrag. Dat kwam in de buurt van de vraagprijs. Missie volbracht, derhalve. De kleinere Fabia volgde, over enige tijd volgt de lancering van een model in een klasse boven de Octavia.

Van Braeckel heeft er in gedachten al afstand van genomen. Hij breekt zich intussen het hoofd over de nieuwe Bentley. 'Ik kon het niet geloven, toen ze me vroegen. Nog steeds niet eigenlijk.'

Bentley! Roemrucht. Van Braeckel kent de wapenfeiten. Vier keer winnaar van Le Mans in de jaren twintig. Ooit in een race van Nice naar Londen de trein verslagen. In de jaren vijftig produceerde de fabriek een coupé die 155 mijl per uur haalde. 155!

Sportiever dan Rolls Royce, maar, inspirerender nog, met de kracht van het understatement. Zet een Rolls Royce neer en iedereen zal de pas inhouden, alleen door de grille die zo 'luid' is. Een Bentley blijft eerder onopgemerkt. Maar de verkoop bedraagt tegenwoordig een veelvoud van die van Rolls: de rijken hebben het niet meer zo op etaleren van pracht en praal.

Hij zal in zijn nieuwe ontwerp de valkuil van retro-design ('nee, dat vind ik niks') willen vermijden, op weg naar een oprecht moderne klassieke vorm. Met respect voor het verleden. 'Het is een kwestie van gevoel. Ik kan het niet uitleggen.' Maar die handgemaakte grille van diagonale spijlen, de matrix, en vier gescheiden koplampen; reken er maar niet op dat hij dat zal veranderen. Dat is voor hem een Bentley.

Mario Polla is op zijn beurt gelukkig bij Renault. Ford, dat was altijd ontwerpen vanuit een globaal concept. Een algemene lay-out. En hij had moeite met de Duitse taal.

Nee, dan is Renault een warm bad. Wat wil je? Hij keek als kind naar Franse films, las Franse boeken. En de manier van denken in de fabriek bevalt hem. De auto als gereedschap, de ontwerper als architect. Begin met het interieur, en probeer van daaruit het stramien te vinden waarmee je tegemoet komt aan de wensen van de klant. Innovatie. De resultaten? De Espace, de Twingo, de Scénic en de op stapel staande Avantime. Renault vindt auto's opnieuw uit. Waar hij nu aan werkt? Een vet lachje. Wacht maar, over enkele maanden. Iets groots, ja. Geen verdere mededelingen.

Zo verwonderlijk is het niet dat Belgen zich volop mengen in design, oordeelt auto-journalist Dominque Fontignies. Het land heeft een reputatie op het terrein van de schone kunsten te verdedigen. Wie graaft in dat verleden, komt tot de ontdekking dat het land zich nergens voor hoeft te schamen.

Maar de grenzen vervagen. Hij gebaart naar een nieuw, futuristisch ogend proefmodel van Renault, op de show in Genève traag roterend op een schijf. Kijk, dat is al meer Amerikaans dan Frans, vind ik. Het is onmiskenbaar: design globaliseert.'

Hij hoorde laatst van een jong talent bij Renault. Een Belg, ja. Zijn naam? Thomas Pigwood. Wilt u een treffender illustratie van de trend?

Meer over