Beleggers op winst in slag met Unilever

Aandeelhouders van Unilever die zich misdeeld en misleid voelen door het levensmiddelenconcern, hebben een eerste slag gewonnen bij de Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof....

Van onze verslaggever Nico Goebert

De Ondernemingskamer gelastte dinsdag een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken rond de uitgifte door Unilever van ruim 211 miljoen preferente aandelen (prefs) in juni 1999. Ook het besluit van het concern, maart dit jaar, om deze stukken om te wisselen in gewone aandelen wordt onderzocht. Er moet antwoord komen op de vraag of Unilever de suggestie heeft gewekt dat beleggers erop konden rekenen dat het concern de prefs zou terugkopen voor 6,58 euro.

Omwisseling in gewone aandelen kost de aandeelhouder geld, omdat de koers van Unilever op de beurs sinds 1999 fors is gedaald. Tegen de huidige beurskoers zijn de stukken nog maar ongeveer 4,80 euro waard.

Aandeelhouders, ondersteund door de VEB, tekenden dan ook luidkeels protest aan en stapten naar de rechter. Tot de groep behoren particulieren waaronder enkele nazaten van de familie Dreesmann in Londen en Brasschaat, beleggingsfondsen als Optimix, pensioenfondsen van onder meer DSM en het vroegere Gist Brocades, maar ook het Weeshuis der Evangelisch Lutherse Gemeente in Rotterdam.

Zij hebben grotendeels hun zin gekregen. Rechtbankpresident Willems legde Unilever geen verbod op de voorgenomen omwisseling uit te voeren. Als uit het onderzoek blijkt dat het besluit van Unilever onrechtmatig is, hoeven de aandeelhouders immers niet bang te zijn dat het concern een eventuele schadevergoeding niet kan betalen. Het Unileverbestuur zal nu een besluit moeten nemen of de omstreden conversie wordt doorgezet, zegt de woordvoerder van het concern.

De VEB is opgetogen over de uitspraak. 'Tal van juristen vonden dat wij voor een volstrekt kansloze zaak vochten', zegt voorzitter Peter Paul de Vries. Hij acht het een verstrekkende uitspraak omdat Unilever de kans loopt van wanbeleid te worden beticht op het punt van communicatie met de buitenwereld. 'En dat is nogal wat voor een raad van bestuur en een raad van commissarissen van naam en faam als die van Unilever.'

Het conflict heeft een lange voorgeschiedenis. In 1997 verkocht Unilever de chemiedivisie voor vijftien miljard euro. Dat geld zou teruggaan naar de aandeelhouders in de vorm van een superdividend als het concern binnen twee jaar geen winstgevende bestemming zou vinden voor de miljarden. In 1999 deelde Unilever inderdaad uit. Aandeelhouders konden kiezen tussen 14,50 gulden (6,58 euro) contant of een uitkering in preferente aandelen. De laatse mogelijkheid was uitsluitend bedoeld om aandeelhouders de mogelijkheid te geven de fiscus te ontwijken.

De Belastingdienst ging met de constructie akkoord als er ook enig risico voor de aandeelhouder in zat. Unilever stelt dat het daarom altijd alle opties heeft opengehouden. Desondanks houdt de Ondernemingskamer er ernstig rekening mee dat 'bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige (...) belegger de verwachting is ontstaan' dat Unilever de prefs zou terugkopen. Het onderzoek moet uitwijzen of dat Unilever valt te verwijten of toe te rekenen.

Meer over