Beleggen met sterren

NEDERLAND TELT HONDERDEN BELEGGINGSFONDSEN. FONDSENVERGELIJKER MORNINGSTAR HELPT MET KIEZEN, MAAR SLECHTS EEN BEETJE...

Beleggingsfondsen zijn handig voor mensen die meer met hun spaargeld willen, maar zich liever niet branden aan riskante aandelen. Die zijn er veel in Nederland. De afgelopen decennia hebben ze voor honderden miljarden in deze beleggingsfondsen gestoken. Nu zijn er zoveel fondsen dat het selecteren ervan al een klus op zichzelf is geworden.

De fondsaanbieders willen daar graag bij helpen. Hun advertenties zien eruit als hotelaanbiedingen met een parade van flonkerende sterren. Dat zijn de sterren van Morningstar, een onafhankelijke Amerikaanse onderneming die informatie over de fondsen verzamelt en die vergelijkt. Sinds 2001 richt Morningstar zich ook op de Nederlandse markt.

Morningstar verdeelt de beleggingsfondsen in categorieën, zoals regio, sector en beleggingsstijl en maakt per categorie een vergelijking. De hoogste score is vijf sterren, de laagste één. Fondsen die nog geen drie jaar bestaan, of waar te weinig informatie over is, worden niet vermeld.

Tot zover alles helder. Vijf is goed, één is slecht. Op de Amerikaanse markt kan de beoordeling van Morningstar een fonds maken of breken. Maar niet alles staat in de sterren. De indeling in categorieën is nogal grofmazig.

Zo adverteert de Postbank trots met de vijfsterrenstatus van zijn Hoog Dividend Aandelenfonds. Al meer dan drie jaar zou het fonds directe concurrenten als Robeco en het Ohra Aandelenfonds ruimschoots verslaan. Maar zoals de naam al verraadt, is het Hoog Dividend Aandelenfonds geen gewoon wereldwijd beleggend aandelenfonds. Er wordt uitsluitend belegd in bedrijven die een bovengemiddeld dividend (deel van de winst) uitkeren. Dit segment heeft het de laatste jaren prima gedaan en is niet te vergelijken met gewone aandelenfondsen waar ook de Postbank matig (drie sterren) presteert.

Ook het ontbreken van een speciale categorie 'Aandelen Nederland' levert een vertekend beeld. Een fonds als het ABN Amro Netherlands Fund doet het beter dan zijn Nederlandse concurrenten, maar heeft toch maar twee sterren in de brede hoop 'Aandelen Euroland'. En omdat de Nederlandse beurs het de laatste jaren aanzienlijk slechter deed dan de rest van Europa, is het niet verbazingwekkend dat de Nederland-fondsen weinig sterren oogsten.

Maar het vergelijken van sterren en rendementen komt pas op de tweede plaats. Voor het zover is zijn er nog een paar andere zaken die de aandacht vragen.

De belangrijkste kwestie is hoelang het geld gemist kan worden. Is dat hooguit een paar maanden tot een jaar? Laat dan (risicovolle) aandelenfondsen links liggen en kies voor (staats)obligaties, garantieproducten of een spaarrekening.

Voor een langere beleggingsduur, bijvoorbeeld vijf tot tien jaar, is een aandelenfonds met kans op hoger rendement een optie. De grote uitschieters in aandelenkoersen houden elkaar over een langere termijn immers in evenwicht. Hoe verder de horizon, des te groter de kans dat het behaalde rendement daadwerkelijk in de buurt komt van het voorgespiegelde meerjarige gemiddelde.

Beleg alleen in zaken die begrijpelijk zijn en vertrouwenwekkend. Kies een fondsmanager met een bewezen staat van dienst en een uitgesprokenvisie. Mijd fondsen die niet veel meer doen dan slaafs de index volgen. Zonde om een dure fondsmanager in te huren om simpelweg een mandje vol te gooien met álle fondsen uit de AEXindex. Dat kan met een indexfonds of zogeheten tracker veel goedkoper. Kosten zijn, anders dan rendementen, voorspelbaar. Om de kosten goed te maken, moet een fonds een aanzienlijk hoger rendement halen dan de index waaraan het zich spiegelt. Dat lukt 80 procent van de fondsen niet.

De kosten komen in vele gedaanten. Sinds de komst van de financiële bijsluiter zijn ze te vinden onder het kopje 'totale kosten' (doorgaans 1 à 1,5 procent). Reken ook op een paar procent onzichtbare kosten en transactiekosten.

Rendement en risico gaan samen. Fondsen met groot rendementspotentieel kenmerken zich door hoge uitschieters naar boven en beneden. Morningstar straft fondsen met veel uitschieters af door deze minder sterren toe te kennen dan fondsen met eenzelfde rendement en een rustiger koersverloop. Maak aan de hand van de spaardoelen eerst een verdeling naar obligaties, aandelen, spaarrekening of vastgoed, en blijf deze trouw. Particuliere beleggers lopen doorgaans achter de feiten aan en blinken uit in belabberde timing. Ze zijn vaak de laatste die in een veelbelovende sector stappen. Zo was de verschuiving van aandelen naar obligatiefondsen nooit zo groot als in 2003, terwijl dat het jaar was waarin de aandelenkoersen sterk herstelden. Door niet het hele bedrag ineens te beleggen, maar over een paar jaar uit te smeren, is de kans kleiner weer net op het hoogtepunt in te stappen.

Meer over