geld & beurs

Beleggen is weer een volkssport: de oude beurswijsheid ‘What goes up must come down’ lijkt er niet meer toe te doen

De beursvloer in Amsterdam. Beeld ANP
De beursvloer in Amsterdam.Beeld ANP

Wie de sprong in het diepe maakte en in 2020 een buitenkansje waagde op de aandelenmarkt is de koning te rijk. Als je op 16 maart van het afgelopen jaar aandelen had gekocht op het dieptepunt van de markt zou je een rendement hebben behaald van meer dan 60 procent. 

Op die dag stond de AEX-index, de graadmeter van de Amsterdamse beurs, op 389,5 punten. Op Oudjaarsdag noteerde de AEX bij het sluiten van de markt 624,6 punten. Dat is een stijging van 60 procent ten opzichte van de koers van 16 maart. 

Daarbovenop komt nog het uitgekeerde dividend van gemiddeld 3 procent. 

Maar ook wie begin 2020 al een aandelenportefeuille had – toen stond de index op 604,6 punten – kan tevreden zijn. Inclusief dividend is er dan 6 procent rendement. 

Vergelijk dat met een spaarrekening waarop niet meer dan 0,01 procent rente wordt vergoed. Wie vele tonnen op de bank heeft staan, moet op dat spaartegoed zelfs 0,5 procent toe betalen.

Baas boven baas: de bitcoin verviervoudigde bijna in waarde afgelopen jaar. Zilver werd 50 procent duurder en goud 15 procent. 

Het aandelenfonds Tesla steeg in de VS met 700 procent, dankzij de grote belangstelling voor elektrische auto’s. In Amsterdam was het fintechbedrijf Adyen met een koersstijging van 164 procent de grote winnaar. 

Ook de bedrijven in de platformeconomie hadden een uitstekend jaar, omdat mensen steeds meer aangewezen zijn op onlinediensten.

Naast de winnaars waren er ook verliezers als gevolg van de pandemie, zoals de luchtvaart, de toeristenbranche, de fysieke winkels en de olie-industrie. Van het aandeel Koninklijke Shell halveerde de waarde. Ook de banken ING en ABN Amro en winkelvastgoedbelegger Unibail-Rodamco, hadden een slecht jaar.

Per saldo was 2020 voor bezitters van aandelen echter een heel goed jaar, ondanks corona. De overheden en centrale banken staken miljarden in de economie om de gevolgen van de pandemie te beperken. Dat geld kwam deels terecht op de aandelenmarkt. 

Daarnaast steeg de belangstelling voor beleggen. Mensen die geld over hadden, gingen in het eerste coronajaar massaal beleggen – enerzijds om de verveling van de (gedeeltelijke) lockdown te verdrijven, anderzijds omdat er geen alternatieven zijn om nog wat geld met geld te verdienen. 

Jonge nieuwkomers

Bureau Kantar meldde onlangs dat er nu in Nederland 1,75 miljoen mensen op de beurs actief zijn, 17 procent meer dan begin dit jaar. Dat is twee keer het aantal mensen dat op een zondag (buiten coronatijd) naar de kerk gaat. 

Veel van de nieuwkomers op de beleggingsmarkt zijn jong, zo tussen de 25 en 40 jaar. En, stelde Kantar, nog eens 12 procent van het aantal huishoudens denkt erover om in 2021 mee te gaan doen: ‘Dat is een uitzonderlijk beeld.’ 

Begin december waren de aandelen niet aan te slepen bij de beursgang van Airbnb, waardoor de koers van het fonds verdubbelde van 68 naar 148 dollar.

In coronatijd liften de beleggers ook niet meer alleen mee op de beursindex, waarbij ze de algemene trend volgen. Nee, in coronatijd pluizen velen zelf weer de koersenpagina’s uit. Ze analyseren of ze Koninklijke Olie (‘we rijden minder’) beter kunnen inwisselen voor Ahold-Delhaize (‘we kunnen alleen nog shoppen in de supermarkten’) of dat de Olies daardoor nu juist zijn ondergewaardeerd en de supermarktaandelen op hun beurt veel te duur zijn geworden.

Apps

In aandelen handelen is dankzij apps veel gemakkelijker dan in het verleden. Er zijn allerlei discountlijnen waar je met enkele duimbewegingen voor een habbekrats aan- en verkooptransacties kunt doen. In de wisseling van het eerste naar het tweede coronajaar staat in Nederland ’s ochtends vroeg de beleggingsapp op stand-by. 

De oude beurswijsheid What goes up must come down lijkt er niet meer toe te doen. Beleggen is een van de populairste bezigheden tijdens deze pandemie. 

Maar beleggers zijn gewaarschuwd. In de jaren negentig was beleggen ook een volkssport. Het enthousiasme verdween snel nadat in de dotcomcrisis van 2001 en vervolgens in de kredietcrisis van 2008 duidelijk was gebleken dat de koersen niet alleen kunnen stijgen, maar ook kunnen dalen.

Meer over