Baby Benz blijft overeind, maar is geen Mercedes

Het in- en uitstappen vergt enige oefening, omdat het voertuig voor een personenwagen ongebruikelijk hoog op de weg ligt. Maar welke capriolen we ook uithaalden: de Mercedes A 160, type Elegance, viel niet om....

Zweedse experts denken er anders over. Groot is de consternatie nadat de nieuwe 'Baby Benz' eerder deze week op een verlaten vliegveld bij Stockholm tijdens een testrit omkieperde. Na een geforceerde uitwijkmanoeuvre, uitgevoerd bij een snelheid van zestig kilometer per uur, viel de zojuist geïntroduceerde Duitse wonderauto pardoes om.

De chauffeur, Robert Collin van het Zweedse autovakblad Teknikens Värld, is sindsdien de meest gehate coureur in Duitsland. Verkoper Kramer: 'Vijf miljoen testkilometers hebben we met de A-klasse afgelegd. Probleemloos. Op een obscuur vliegveldje zal ineens ontdekt zijn dat de auto niet veilig is. Ik weet niet wat ze hebben uitgespookt, wat ze ons proberen aan te smeren. Wel toevallig dat de hele scène op film is vastgelegd.' Ingenieurs van Mercedes uit Stuttgart zijn inmiddels in Stockholm voor nader onderzoek.

Collin zat niet alleen in de auto. Vier collega's waren erbij toen de testrit in een total loss eindigde; twee van hen raakten gewond. Het oordeel van de testrijder, voorpaginanieuws in autoland Duitsland, is vernietigend: 'Mercedes moet de verkoop van de A-klasse onmiddellijk stoppen. De auto is niet veilig, want te smal en te hoog.'

De Zweed gaat zover te beweren dat de hele constructie niet deugt, dat aanpassingen dus net zo goed achterwege kunnen blijven. Het ongeluk gebeurde tijdens een zogenoemde 'eland-uitwijk'. Deze in Scandinavië gebruikelijke test wijst uit hoe een auto zich gedraagt indien er plotseling moet worden uitgeweken voor een overstekende eland. 'Het betrof dus geen extreme test onder extreme onstandigheden', onderstreept Colli.

In Bonn lopen geen elanden over de weg. Maar men vraagt zich af waarom een klein autootje met vier airbags moet zijn gerust, waarom de motor - werkelijk een prachtig exemplaar, je ziet alleen enkele zwarte dozen, waaronder zich de techniek bevindt - per se onder de stoelen moet verdwijnen in geval van een frontale crash. Dit zogenoemde sandwich-concept mag revolutionair zijn, een toonbeeld van deutsche Spitzentechnologie, het is vooral erg kostbaar.

En om nu te zeggen: we reden in een Mercedes, neen. De gigantische portieren klinken inderdaad als een deur van een bankkluis, maar bijvoorbeeld het stuur en het instrumentarium hadden ook van Toyota kunnen zijn. De tomaatkleurige leren bekleding kon niet bekoren, net zomin als het als luxaflex ogende schuifdak. De acceleratie was in orde, maar dat mag ook wel voor 102 pk.

Verkoper Kramer neemt de auto weer in ontvangst en plaatst zorgvuldig twee briefjes achter de voorruit. Op het ene staat de prijs: 49.910 D-mark, omgerekend een slordige 56 duizend gulden. Op het andere staat: 'Ik ben helaas al verkocht.' Ook de vijf overige testmodellen zijn allang aan de man gebracht. Wie nu bestelt, is pas in mei volgend jaar aan de beurt.

'Mag ik vragen, wat u zelf rijdt?', vraagt Kramer. 'Een Twingo van Renault', jokken we, omdat de Franse concurrent van Baby Benz in Duitsland nog geen twintigduizend gulden kost. De verkoper kijkt meewarig en zegt met een superieure glimlach: 'Ach ja, dat is ook een alternatief.'

Meer over