Autoritaire Calvet stapt op bij Peugeot

Met zijn vertrek in zicht gaf Jacques Calvet, de omstreden bestuursvoorzitter van Peugeot-Citroën (PSA), afgelopen zomer een interview aan een Frans autoblad....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Kracht en zwakte van Calvet lagen in die opmerking mooi besloten. Dinsdag droeg hij de leiding over het autoconcern PSA (Peugeot en Citroën) na vijftien jaar over aan de vijftigjarige Jean-Martin Folz. Calvet moest weg vanwege zijn leeftijd: hij is 66 jaar oud.

In de autoritaire Calvet gingen nieuwe zakelijkheid en ouderwetse ideologie samen. Door zijn krachtdadige optreden redde hij PSA van de ondergang. Maar bekend, en gehaat, werd hij vooral met zijn publicitaire kruistochten tegen het Japanse gevaar.

Terwijl andere Europese autofabrikanten lessen leerden uit het succes van hun Japanse concurrenten, bleef Calvet pleiten voor invoerbeperkingen en andere beschermende maatregelen. Zo stelde hij in 1991 voor de invoer in Europa van Japanse auto's voor tien jaar te bevriezen. Zijn Europese collega-fabrikanten stichtten zelfs een nieuwe belangenorganisatie, Acea, om zich van Calvet te kunnen ontdoen.

Jacques Calvet stond aan het hoofd van Banque Nationale de Paris, toen hij in 1982 naar PSA kwam en twee jaar later bestuursvoorzitter werd. Het autoconcern stond aan de rand van de afgrond na twee overnames van noodlijdende concurrenten (Citroën en Simca-Talbot), een recessie, stakingen, hoge productiekosten en kwalitatief slechte auto's. In 1984 had PSA schulden van in totaal 32 miljard franc (tien miljard gulden).

Calvet greep hard in. Twaalfduizend van de toen 200 duizend werknemers verloren hun baan. PSA maakte al snel weer winst. Financieel mag het concern gezond zijn, strategisch is de toekomst veel onzekerder. Peugeot en Citroën zijn van eens vooruitstrevende automerken afgegleden tot trage volgers. Bescherming tegen botsingen, schonere motoren, niche-modellen zoals cabriolets en ruimte-auto's: anders dan bijvoorbeeld hun 'landgenoot' Renault namen de twee Franse merken op geen van deze gebieden het voortouw.

Vooral Citroën, dat binnen het concern de tweede viool speelt, lijdt daaronder. Het merk heeft nauwelijks nog een eigen gezicht, en lijkt op termijn gedoemd geheel in Peugeot op te gaan. Erger nog is, dat PSA veel te afhankelijk is van de Europese markt. BMW en Mercedes bouwden fabrieken in de VS, en Fiat timmert sterk aan de weg in Latijns-Amerika. PSA verkoopt slechts 13 procent van zijn auto's buiten het Europese continent, en trok zich onlangs zelfs goeddeels terug uit toekomstige groeimarkten als China en India.

Gruyère is PSA zeker niet, maar echt florissant zijn de resultaten evenmin. In de eerste helft van dit jaar daalde de nettowinst met 6,3 procent tot 564 miljoen franc, ongeveer 187 miljoen gulden. De ironie wil, dat deze teruggang deels is te wijten aan Calvets eigen roep om protectionisme.

Onder druk van de Franse auto-industrie stimuleerden de laatste Franse kabinetten de binnenlandse automarkt met inruilpremies voor oude auto's. Even steeg de vraag naar nieuwe auto's, om vervolgens des te harder weer in te storten. Bovendien ging de winst grotendeels naar niet-Franse merken zoals Fiat en Volkswagen.

Toch bleef Jacques Calvet tot het bittere einde overtuigd van zijn gelijk. Naar verluidt heeft hij geprobeerd de statuten van PSA veranderd te krijgen, zodat hij langer kon aanblijven. De familie Peugeot, die PSA nog altijd controleert met 35 procent van de stemgerechtigde aandelen, zou dat hebben geweigerd. Wel koos de familie wederom voor een buitenstaander: Folz is afkomstig van het voedingsconcern Eridiana Beghin-Say.

Meer over