Antonveneta blijft achterlopen

Antonveneta heeft het afgelopen halfjaar ondermaats gepresteerd. December 2006 zei ABN Amro dat zijn Italiaanse bankdochter in 2007 bruto 500 miljoen euro winst moest maken. Halverwege dit jaar blijft de teller echter steken op 152 miljoen euro. Dat heeft de bank maandag bekendgemaakt bij de halfjaarcijfers.

‘Antonveneta heeft meer tijd nodig’, aldus bestuursvoorzitter Rijkman Groenink gisteren. Naast het resultaat vielen ook de inkomsten van de Italiaanse bank tegen. Die zijn in het tweede kwartaal gelijk gebleven ten opzichte van het tweede kwartaal van 2006 (480 miljoen euro). Analisten noemen dat ‘in de Italiaanse context een zwakke prestatie’.

ABN Amro motiveert de moeizame gang van zaken in Italië verwijzend naar ‘de tijd en de inspanning die het gekost heeft Antonveneta te herstructureren’. De bank zegt nu te vertrouwen op ‘een forse stijging van de operationele resultaten’ in de tweede helft van 2007. Antonveneta was vooral een bank voor het midden- en kleinbedrijf en moet worden omgebouwd tot een consumentenbank (voor vooral welgestelde particulieren). Met die operatie is begin 2006 een begin gemaakt, meteen nadat de overname (voor 7,5 miljard euro) was afgerond.

Heel ABN Amro boekte in het tweede kwartaal een winstdaling van bijna 5 procent (1,13 miljard euro), terwijl de inkomsten met bijna 13 procent toenamen (tot 5.446 miljoen euro). Vooral in Latijns-Amerika en bij de wereldwijde klanten van de bank werden betere resulaten geboekt. Ook had de bank succes met een inhaalslag in Europese landen (exclusief Nederland en Italië). In die regio was in het tweede kwartaal van vorig jaar nog een verlies gemaakt van bijna honderd miljoen, maar dat is nu een winst van meer dan honderd miljoen.

In Nederland namen de inkomsten en ook de winst af, met enkele procenten. Dat was ook minder goed dan waar analisten op hadden gerekend. De bank had wel meer rente-inkomsten (de oplopende rente is goed nieuws voor kredietverschaffers) maar daar stond een daling van de provisie-inkomsten bij zakelijke klanten tegenover.

Rijkman Groenink gaf gisteren bij de presentatie van de kwartaalcijfers een toelichting op de overnamestrijd waarin zijn bank is verwikkeld. Zoals al gemeld, trekt de bank zijn aanbeveling voor het Barclays-bod in, aangezien dat financieel een stuk minder aantrekkelijk is dan het bod van het consortium van Fortis, Santander en Royal Bank of Scotland. De hoogte van het Barclays-bod is voor tweederde afhankelijk van de koers van die Britse bank, en die zit momenteel in het slop. Het consortium biedt ruim 3,50 euro per aandeel meer.

Barclays is echter nog steeds Groeninks favoriete partij. Met name de risico’s van het splitsingsscenario dat het consortium voorstaat, vindt hij te groot. ‘Wij zijn een volledig geïntegreerde bank’, aldus Groenink, ‘vooral in de administratieve diensten. Die eenheid moet dan worden ontrafeld, waarbij er gedurende een lange periode geen eenheid van commando meer is. Het personeel moet dan drie bazen dienen. Daaraan zitten te veel mitsen en maren.’

Groenink sluit echter niet uit dat, als in samenspraak met het consortium die mitsen en maren uit de weg worden geruimd, het bestuur van ABN Amro op enig moment het consortiumbod zal kunnen aanbevelen. Waarschijnlijker is echter dat de twee biedingen met een neutraal advies aan de aandeelhouders worden voorgelegd.

Barclays maakte maandag bekend dat het intrekken van de aanbeveling van ABN Amro geen reden is een bod achterwege te laten. Formeel kan het wel aanleiding zijn van de overname af te zien.

Meer over