Antillen moeten saneren, maar durven niet

De Antillen betalen van elke binnenkomende gulden 95 cent ambtenarensalaris. De economisch zieke eilandengroep moet bezuinigen, de belasting verhogen en 2500 ambtenaren ontslaan....

Gezien de achtergrond van de economische neergang ruziet en treuzelt de Antilliaanse politiek over de grootste saneringsoperatie ooit. Zo erg, zei de Curaçaose bisschop Wim Ellis afgelopen week over de armoede op het eiland, is het niet eerder geweest. Ellis deed een beroep op Nederland om de Antilliaanse schulden kwijt te schelden.

Nog een veeg teken: in augustus scheelde het weinig of de duizenden ambtenaren van Curaçao hadden geen salaris ontvangen. Door snel geld te lenen bij twee banken kon het eilandbestuur toch de salarissen overmaken. Maar omdat Curaçao zijn leninglimiet heeft bereikt, is de grote vraag waar het geld voor september vandaan moet komen. Het overheidstekort loopt dit jaar op tot ruim zestig miljoen Antilliaanse gulden, zo is de verwachting.

Op Nederlandse steun, waarop Ellis hoopt, hoeven de eilanden zeker niet te rekenen. Maandag bekritiseerde staatssecretaris De Vries van Koninkrijksrelaties opnieuw het gebrek aan daadkracht van Willemstad, zowel wat betreft de nieuwbouw van de overvolle Koraal Specht-gevangenis als het aanpakken van de economische crisis. 'Er wordt al jaren over dit soort zaken gepraat en ik wil daar nu samen met de Antillen versnelling in brengen', betoogde De Vries.

'Snel, daadkrachtig en integraal', zo moest de regering-Römer een ingrijpende saneringsoperatie uitvoeren die een commissie van drie wijze mannen had geadviseerd. Dat was in juni. Verder diende de regering per 1 augustus al flink te bezuinigen en de belasting te verhogen. Ten slotte moesten voor het einde van het jaar al de eerste vijfhonderd van de in totaal 2500 overbodig geworden ambtenaren zijn afgevloeid.

Maar ruim twee maanden na dat Centrale Bank-directeur E. Tromp het rapport van zijn Commissie Nationaal Plan uitbracht, is nog geen enkel advies uitgevoerd. Ondanks de belofte van premier Römer dat de ingrijpende bezuinigingsoperatie op tijd zou worden begonnen. Tot woede van de werkgevers, de Kamer van Koophandel en de banken wordt vooral veel gesproken over het herstelplan, maar durft de politiek de sanering niet ter hand te nemen.

Intussen neemt de crisis steeds grotere vormen aan. Het tekort van de Antilliaanse overheid, van zowel de eilanden als de centrale regering, zal oplopen tot 275 miljoen gulden, zo verwacht de Centrale Bank. De Antillen blijven geld uitgeven, terwijl de inkomsten steeds verder afnemen. Door de hoge werkloosheid en de uitzichtloze situatie neemt de vlucht naar Nederland ook grotere vormen aan: in juli vertrokken duizend bewoners van Curaçao.

De grote vraag is hoe snel het Nationaal Plan uitgevoerd zal worden, als het tenminste ooit nog zover komt. De uiterste grens van 1 augustus haalde premier Römer niet, mede omdat de kleine coalitiepartij DP Sint Maarten grote bezwaren had tegen de verhoging van de omzetbelasting van 2 naar 5 procent. Binnenkort moet het parlement zich buigen over de regeringsplannen, maar betwijfeld wordt of snel besluiten zullen worden genomen.

Zo ruziën de grootste coalitiepartners, de PNP van Römer en de PLKP van parlementsvoorzitter Errol Cova, over de vraag of de omzetbelasting wel zo flink moet worden verhoogd. De PNP vindt van wel, de PLKP wil niet verder gaan dan 4 procent. Bovendien is het straks nog maar de vraag of het Nationaal Plan wel wordt uitgevoerd, zoals de wijze mannen dat voorstelden. De regering wil nu bijvoorbeeld eerst beginnen met het verhogen van de belastinginkomsten.

Pas daarna zouden de bezuini gingen moeten worden uitgevoerd. Het gevaar daarvan is dat de regering in de verleiding komt, als de belastinginkomsten stijgen, minder te bezuinigen op de te hoge overheidsuitgaven. Nu gaat van elke gulden 95 cent naar de financiering van de ambtenarensalarissen en aflossing van de staatsschuld. Voor andere posten, zoals onderwijs, blijft dus nauwelijks iets over.

Meer over