De KwestiePeter de Waard

Als er ergens nauwelijks zwarte gezichten te zien zijn is het wel in de economische denktanks

Gezocht: Afro-Amerikaanse econoom die iets kan zeggen over de economische achterstelling van de zwarte bevolking in de VS.

Als er ergens nauwelijks zwarte gezichten te zien zijn is het wel in de economische denktanks, de haute ­finance en op Wall Street. Het is nog witter dan de wereldbeker alpineskiën of het koningin Elisabeth Concours. ‘De enige negers die er op Wall Street te zien zijn, zijn straat­vegers of schoenenpoetsers’, grapte een zwarte effectenhandelaar in 1950, toen de allereerste negro-­brokerage (zo werden Afro-Amerikanen toen genoemd) werd geopend.

Het zou overigens nog twintig jaar duren voordat ook een zwarte Amerikaan de eerste deal op de New York Stock Exchange mocht afsluiten. Dat was Joseph L. Searles III, een voormalige American Football-speler, die in dienst werd genomen door Neuberger, Loeb and Co.

Maar het was niet het begin van een trend. Ambassador Doley was drie jaar later de eerste en enige zwarte Amerikaan die ooit een zetel had op de Big Board, zoals de beurs ook wel wordt genoemd. Onder ­bekende economen zijn Afro-Amerikanen ook nauwelijks te vinden. In de hele VS zijn maar 400 Afro-Amerikanen gepromoveerd (PhD) in de economie. Dat is een bizar laag cijfer, omdat jaarlijks 1.000 promoties plaatsvinden op dit vakgebied. Het is daarmee niet zo vreemd dat nog nooit een zwarte econoom een Nobelprijs voor de Economie heeft gewonnen.

Er zijn wel onderzoeken gedaan naar de oorzaak. In februari van dit jaar concludeerde een studie dat de economie de vraagstukken van rassenongelijkheid nauwelijks behandelt. Geld is een wit prerogatief. Witte Amerikanen hebben een gemiddeld vermogen van 100 duizend dollar, zwarte van 5.000 dollar. Op geen enkel dollarbiljet staat een zwarte Amerikaan.

Onder president Obama werd in 2016 geopperd de afbeelding van Andrew Jackson op het biljet van 20 dollar te vervangen door die van de zwarte activist, feminist en burgeroorlogstrijder Harriet Tubman. Met de komst van Trump is er nooit meer iets van vernomen.

De burgerrechtenbeweging van Martin Luther King noopte het Amerikaanse Congres de centrale bank Fed op te roepen tot meer rassengelijkheid in de eigen gelederen. Vijftig jaar later later is er onder de 408 economen bij de Federal Reserve Board in Washington – allemaal met een PhD – maar één zwarte vrouw.

Narayana Kocherlakota, de voormalige voorzitter van de Federal ­Reserve Bank of Minneapolis – de staat waar de rellen begonnen – waarschuwde na de kredietcrisis dat binnen de Fed in de hele discussie over het bereiken van volledige werkgelegenheid in de VS nauwelijks aandacht werd gegeven aan het feit dat de werkloosheid onder de zwarte bevolking was opgelopen naar 16 procent.

Helaas konden alleen witte economen in de media hierover hun licht laten schijnen. De Afro-Amerikaan was onvindbaar.

Meer over