ALLEEN VOOR EIGEN GEBRUIK

> REPORTAGE BOLIVIA EN DE COKE President Morales van Bolivia heeft een cocaboer benoemd tot hoofd van de strijd tegen de drugs....

Door Cees Zoon

De bobbel in de wang van Pocho zwelt in razend tempo. Een paarkilometer terug had hij de auto aan de kant gezet bij eenstalletje in een minuscuul dorp: 'Even een zak cocabladerenkopen.' Hij kwam terug met een groene plastic zak, het formaatvan een kilo suiker, die hem omgerekend vijftig eurocent hadgekost. 'Doe ik de hele week mee', zei hij monter.

Nou, niet dus. Pocho vreet van zijn versnapering als eennerveuze voetbalfan voor de tv met een zak chips. Hij kan maarmet een hand sturen, de andere heeft hij nodig voor het constantbijvullen tot hij een flink deel van de zak in zijn mond heeft.De bittere cocalucht vult de auto, de lucht van heel Bolivia,waar miljoenen mensen met zo'n pruimtabakachtige bobbel in dewang door het leven gaan.

Pocho is een Boliviaanse econoom, die werkt voor een projectvan de Europese Unie. Door middel van alternatieve ontwikkelingmoet de cocateelt in Bolivia worden afgeremd. Maar dat betekentniet dat Pocho de plaatselijke gewoonten in zijn vaderland nietop waarde weet te schatten: 'Het kauwen van de bladeren helpttegen de vermoeidheid en houdt je alert.'

De weg voert naar de Chapare, ruim drie uur rijden vanuitCochabamba, de tweede stad van Bolivia. Om in deze streek tekomen, moet je letterlijk door de wolken. Het is regentijd en dewolken hangen tussen de bergen als een ondoordringbare mist. Opmeer dan 3000 meter hoogte zijn de groene massa en het overdadigkletterende water de bewijzen dat het tropisch regenwoud isbereikt.

Een tranca geeft de toegang tot de Chapare aan. Eencontrolepost die eruit ziet als een serieuze grensovergang enwordt bemand door drugsbestrijders in camouflage-uniformen. Elkeauto wordt nauwgezet doorzocht, de vertrekkers op drugs, debinnenkomers op chemicaliën die gebruikt kunnen worden voor hetvervaardigen ervan. Pocho: 'Soms duurt het uren, dan willen zeaan hun Amerikaanse chefs laten zien hoe grondig ze hun werkdoen.'

Het gaat nu soepeltjes, en er zijn ook geen Amerikanen tebekennen. 'Die zijn sinds de verkiezing van Evo in decemberonzichtbaar geworden. Kennelijk willen ze afwachten hoe het onderhet bewind van een cocalero gaat.' De Chapare, ook wel deTrópico de Cochabamba genoemd, is aan alle kanten afgegrendeld,als een dichtgemetselde tropische enclave in het hart vanBolivia. 'Terwijl iedereen weet dat er overal klandestienelandingsbanen zijn in de provincie Benín, aan de noordkant vanhet oerwoud.' De weg leidt naar Villa Tunari, de hoofdplaats vande regio die zich aanprijst als een 'etno-eco-toeristischcentrum', en naar Shihahota, twintig kilometer verder.

Rimer Agreda Claros (38), al zeven jaar burgemeester vanShinahota, draagt een vrolijk T-shirt met het opschriftOlimpiadas del Tropico, een sportfestijn voor cocaboeren datbetaald wordt door de gemeenten (Evo Morales begon zijn carrièreals secretaris voetbalzaken van een van de vakbonden voorcocaleros). Ooit was het dorp van Claros kampioen in een anderediscipline: Shinahota was de wereldcocaïnehoofdstad.

'Het dorp was een grote supermarkt voor cocaïne', verteltde burgemeester. 'Overal stonden open en bloot kramen van dedrugshandelaren met weegschalen en enorme pakken geld. De boerenstonden in de rij met een paar kilo cocapasta en gaven de bergengeld onmiddellijk uit. De vliegtuigjes van de handelaren landdenhier gewoon op de weg. In die tijd was Shinahota heelgewelddadig, want de narcotraficantes waren zwaarbewapend.'

Maar die surrealistische sfeer is verleden tijd, zegtClaros. 'Nu is het onmogelijk hier ook maar een gram cocaïne tekopen.' Begin jaren negentig begon de uitroeiingscampagne van deBoliviaanse regering en haar helpers, en de drugshandelarenwerden uit het dorp verdreven. Dank zij de projecten vooralternatieve ontwikkeling is het leven in Shinahota sterkverbeterd. De straten zijn geplaveid, iedereen heeft water,riolering en elektriciteit, en er zijn scholen en een ziekenhuis.'Wij denken dat wij de boeren door het verbeteren van delevensomstandigheden minder afhankelijk maken van dedrugshandelaren', legt econoom Pocho uit.

Niettemin leeft 60 procent van de vijftienduizend inwonersvan Shinahota en omgeving van de cocateelt. 'Ja, dat zijnproducenten. Van coca, niet van pasta. Ze zijn wel aan hetdiversifiëren, een beetje bananen, beetje vee, dat is onzestrategie. De zes bonden van cocaboeren hebben vorig jaar metpresident Mesa een akkoord gesloten over de strijd tegen dedrugshandel. In ruil daarvoor mag iedereen legaal zijn eigen catode coca hebben, een perceel van 40 bij 40 meter. Dat isnatuurlijk niet alleen voor eigen gebruik, de coca wordtverkocht.

'Legaal hebben we in de Chapare 4000 hectaren metcocaplanten, maar er staat tussen de 6000 en 8000 hectaren meer.Hoe wij dat bestrijden? De sociale controle moet daaraan eeneinde maken. De bonden proberen duidelijk te maken dat wanneerwe 40 duizend hectaren coca hebben de prijs tien keer lager wordten we allemaal een stuk harder moeten werken. Ze hebben nu ookafgesproken sancties te gaan opleggen. De eerste overtredingbetekent een taakstraf voor de gemeenschap, de tweede keer kande overtreder zijn huis worden afgenomen en uiteindelijk kan hijzelfs van zijn grond worden verdreven. Ik als burgemeester kangeen sancties opleggen, er is niet eens een lokale politie hier.'

Maar ook de legaal geteelde coca verdwijnt naar dedrugshandelaren, geeft de burgemeester toe. 'Dat zijn figuren vanbuiten, niet uit Shinahota. Wat kunnen we doen, vragen de boeren.Ze zijn bang en de handelaren zijn gewapend. De narco's zittennu verderop in de jungle, in de natuurparken.'

De woorden van de burgemeester van Shinahota maken duidelijkwat een van de kernen van het probleem van de Chapare is: hetontbreken van een normale staatsstructuur. 'De gemilitariseerdecampagnes om de coca uit te roeien zijn gepaard gegaan meternstige schendingen van de mensenrechten, als gevolg van deberuchte Wet 1008 die de politie en militairen de vrije handgeeft', had Nicolaus Hansmann in La Paz al gezegd. 'De campagneshebben aan bijna tweehonderd mensen het leven gekost en gingengepaard met willekeurige arrestaties en verdwijningen. Dat heeftbij de kleine gemeenschap in de Chapare een felle houding tegende staat gecreëerd. Het enige dat de mensen zien van de overheid zijn de militairen en de politie.'

De Duitser Hansmann is bij de EU-delegatie verantwoordelijkvoor de projecten voor alternatieve ontwikkeling. Hij zegt dathet een misvatting te denken dat het probleem is opgelost als jede coca vervangt door andere gewassen. 'Het belangrijkste is datde campesinos volwaardige burgers met alle bijbehorende rechtenworden. Zij moeten een keuze kunnen maken. Geen boer in Europageeft uit eigen wil zijn gewassen op, dat doet hij pas wanneerje bijvoorbeeld de subsidie intrekt.'

De ware machthebbers in de Chapare zijn de vakbonden van decocaleros, die de rol van de staat vrijwel volledig hebbenovergenomen. Er zijn zes federaties van sindicatos die in feiteals openbaar bestuur fungeren. Uit hun gelederen komen deburgemeesters en andere functionarissen voort, die verantwoordingblijven afleggen aan de bonden en niet aan de centrale staat. Debonden zijn nu met president Evo Morales, die politiek grootgeworden is in de organisaties van cocaboeren, tot het hoogstepolitieke niveau in Bolivia doorgedrongen.

'De staat schittert hier door afwezigheid', beaamt RamiroSolis, belast met de registratie van de eigendomspapieren voorde grond in de Chapare. Maar hij ziet dit niet als een nadeel:'Voor mij heeft het syndicalisme de meest democratische vorm vanbestuur. Alle beslissingen worden altijd met een meerderheidgenomen, en uit die democratische structuur komen alleautoriteiten voort. En er is niemand in de Chapare die niet isgeorganiseerd: er zijn hier 868 bonden geregistreerd.'

Solis heeft zich aangeboden als gids voor een bezoek aanVilla 14 de Septiembre, de nederzetting ten noorden van VillaTunari waar president Evo Morales zijn wortels als cocaboerheeft. 'In deze buurt is heel veel uitgeroeid. Ze zeggen dat dekwaliteit van de coca veel beter is. Met coca van elders heb jevier keer zoveel nodig om de pasta te maken, zeggen ze.'

Om Villa Tunari te verlaten, moet je eerst door decontrolepost van de Felcn, de gemilitariseerde antidrugspolitie.Bij deze 'grensovergang' staat een halfverroest bord met eenmerkwaardige tekst: 'Beste rugzaktoeristen en drugsvervoerders:wij betalen veel beter dan de drugshandelaren.' Een tweede bordis een stuk duidelijker: 'Steun je land met het verbouwen vanlegale vruchten. Steun niet de drugshandelaren door chemicaliënte vervoeren. De Wet 1008 bestraft het transporteren van illegalesubstanties met drie jaar cel.'

De smalle weg door de jungle is onverwacht goed geplaveid.Aan beide kanten staat een haag van bananen-, citrus- enpalmbomen. Op tal van punten liggen langs de weg felgekleurdestukken plastic waarop de cocabladeren in de zon drogen. Dikkekans dat wat op deze zeiltjes ligt, de grondstof is voormiljoenen 'lijntjes'.

Water en licht

'Een paar jaar geleden hebben de cocaleros met deautoriteiten een overeenkomst gesloten, waarbij zij in ruil voorhet uitroeien van hun cocavelden water en licht kregen', zegtRamiro Solis. 'Maar nu staat er weer overal coca (de metershogebananenbomen zijn een goede schuilplaats). Je kunt een indiaanwel een stropdas omdoen, maar dat verandert niet wat hij in zijnhoofd heeft.' Of in zijn portemonnee: 'Een cato de coca levertjaarlijks 1500 dollar op.'

Het dorp van Evo duikt plotseling op midden in de jungle.De vice-burgemeester Dionisio, is de hoogste beschikbareautoriteit. 'Die is op de cocamarkt om de hoek', zegt de uitbatervan een winkeltje laconiek. De officiële cocamarkt van Villa 14de Septiembre is een dak van golfplaten en een traliehek om eenruimte ter grootte van een half voetbalveld. Omzoomd metspandoeken van de vakbonden van de cocaleros enverkiezingsaffiches van Evo: 'Nu is het moment.'

Er staan zo'n vijftig zakken met cocabladeren, van die zakkenwaarin in Nederland aardappelen zitten. Ook de vloer ligtbezaaid met bladeren. Een keurige markt, maar de handel ligt stilen de vice-burgemeester is spoorloos.

Het terrein van de president van Bolivia, een kilometer oftien buiten het dorp, is cocavrij. Op het door het oerwoudoverwoekerde veld staan alleen wat bananen en papaja's. 'Vroegerverbouwde Evo hier coca, maar nu niet meer.' Het huis waar deberoemdste cocaboer van de wereld met zijn ouders woonde, is nietmeer dan een houten schuilplaats in de jungle, maar de vakbondziet wel iets in het plan er een museum van te maken.

Weer terug in Villa Tunari is Ramón Rebollo, een ex-leidervan een van de bonden van de cocaleros, tegenwoordig presidentvan de Associatie van Producenten in Villa Tunari. Producentenvan de nieuwe alternatieve producten als bananen, palmharten,ananassen. 'Van alles, maar niet van coca dus', grijnst hij. Zelfverbouwt hij vooral palmitos, palmharten, maar dat is geen vetpotwant de prijs is ingestort.

'De prijs van de coca ligt op dit moment hoog: tussen de120 en 150 euro voor 50 kilo. Heel aantrekkelijk voor de boeren.Geen product vervangt de coca. Twee zakken cocabladeren verkoopje simpel een paar kilometer verderop. Met hetzelfde volume aanbananen sleep je je een ongeluk, en voor tien trossen, zo'n 720bananen, krijg je maximaal 20 bolivianos (2 euro). Voor deananassen is helemaal geen markt, die stonden vorig jaar terotten op de velden.'

Het spreekt voor zich dat Rebollo ook cocaplanten op zijnland heeft staan, al kweekt hij die met pijn in zijn hart: 'Ikheb het gevoel of ze me betalen om iemand aan de andere kant vande wereld dood te maken.'

Rebollo laat twee cocastruiken zien, de ene groeit in dezon, de andere in de schaduw. De eerste heeft kleine blaadjes,goed om te kauwen. De blaadjes van de tweede struik zijn een stukgroter, maar bitter. Die gaan dus naar de drugshandel. Rebollozegt dat hij zijn coca keurig op de legale markt verkoopt. 'Maarde meeste coca die wij hier in de Chapare verbouwen, verdwijntonderweg, in de jungle.'

En de industrialisatie van de coca, het verwerken tot thee,tandpasta en al die andere producten waar president Evo Moralesnaar streeft? 'Ja, ja', lacht Rebollo. 'De industrialisatie vande jungle, zul je bedoelen, de cocaïnelaboratoria die ginds inde natuurparken draaien.'

Meer over