Alan Greenspan Clintons saxofoonleraar blaast de Rentemars

De meester van de nietszeggende volzinnen belichaamt de echte macht in Washington. De beminnelijke voorzitter van de Amerikaanse centrale bank wilde ooit het liefste jazzmusicus worden....

Het cliché wil dat Alan Greenspan, voorzitter van de raad van gouverneurs van de Amerikaanse centrale bank, de op een na machtigste man in Washington is. Fout, aldus Robert Reich, de progressieve oud-minister van Arbeid. Mister Chairman, zoals de 71-jarige Republikein wordt aangesproken, is de machtigste man, want, weet Reich na vier jaar Washington: 'He has Bill's balls in the palm of his hand.' En niet alleen die van de president.

Amper een maand minister, ontdekte Reich in februari 1993 dat er bitter weinig terecht zou komen van een belastingverlaging voor de verdrukte middenklasse, investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Nog voordat de idealistische Reich met Clinton de verkiezingsbeloftes kon vertalen in beleid, had Greenspan in een reeks strategisch getimede onderonsjes met de president en minister van Financiën Bentsen, destijds een tennismakker van de voorzitter, de nieuwkomers in het Witte Huis in een andere richting gestuurd.

De strekking van Greenspans boodschap was simpel. De enige weg naar houdbare, non-inflatoire groei en uw herverkiezing in 1996, meneer de president, is het consequent verlagen van het financieringstekort. Een radicale verbintenis van de overheid om de begroting in evenwicht te brengen zal door de kapitaalverschaffers op Wall Street met welgevallen worden begroet.

Kiest u in uw eerste en belangrijkste meerjarenbegroting voor een andere weg, dan zullen de rentevoeten stijgen, de investeringen afnemen, de productiviteit zal dalen, de inflatie zal stijgen en de werkloosheid zal groeien. In dat geval kunt ook u, meneer de president, in 1997 omzien naar een andere betrekking.

Clinton mocht dan een gouverneur zijn van het onbetekenende Arkansas, hij had goed begrepen dat steun van de voorzitter van de Federal Reserve een sleutel was tot succes. Was het niet Greenspan, die het in 1992 verdomde de rente te verlagen om de economische groei te stimuleren? Die weigering speelde een belangrijke rol in de verkiezingsnederlaag van George Bush, die destijds bij het horen van de naam Greenspan al begon te schuimbekken.

Clinton ging na chaotische discussies akkoord met de 'begrotingshaviken', verbrak en passant een paar verkiezingsbeloftes en diende een, zeg maar, centrumrechtse begroting in waarin de belastingen met 250 miljard dollar werden verhoogd en de uitgaven met 220 miljard werden verlaagd.

Als troostprijs kregen Reich en Democratische liberals een stimuleringsplannetje van dertig miljard dollar, door Greenspan afgedaan als peanuts ('budgettair niet relevant'). Het Congres hakte hiervan ook nog eens 29 miljard weg, zodat er bijna niets meer overbleef.

Bij de eerste State of the Union zorgden de Clintons voor een grote verrassing door Greenspan uit te nodigen in de presidentiële loge van de Senaat. De Republikein luisterde, gezeten tussen de First Lady en de First Daughter, naar de eerste speech in het Congres van de Democraat. Mocht hij in verlegenheid zijn gebracht door de invitatie, die voor veel bezorgde commentaren over zijn onafhankelijkheid leidde, dan verborg hij dat perfect.

Tijdens hoorzittingen sprak hij waarderend over het beleid van de Democratische president en stelde hij impliciet Wall Street gerust:

the new kid is under control. 'Er is geen twijfel over mogelijk dat Greenspan de ghostwriter is van het economisch beleid van Clinton', aldus Bob Woodward in zijn boek The Agenda. 'Greenspan belichaamt de echte macht in Washington', noteerde Reich in zijn dagboek Locked in the Cabinet.

Dat Clinton nimmer spijt heeft gehad van zijn besluit goed te luisteren naar de man die benoemd en herbenoemd was door de presidenten Reagan en Bush, is duidelijk. De prognose van Greenspan, dat met iedere honderd miljard dollar dat het tekort omlaag gaat de lange-termijnrente omlaag zou gaan, kwam grotendeels uit. Zelf hield hij de korte rente - zijn belangrijkste wapen - zo laag mogelijk. Onder Greenspans leiding bleef de Amerikaanse economie van 1993 tot en met 1996 gestaag groeien, en er werden meer dan twaalf miljoen nieuwe banen gecreëerd.

Clinton werd in 1996 beloond met zijn herverkiezing, en Greenspan zag zijn hartewens - een derde termijn als de belangrijkste centrale bankier van de wereld - in datzelfde jaar gehonoreerd. Enig dankbetoon voor het laag houden van de rente in een verkiezingsjaar was wel op zijn plaats. Greenspan wordt intussen door zijn collega's in Europa en Japan beschouwd als de meest succesvolle centrale bankier in de Amerikaanse geschiedenis.

Hoe succesvol bleek deze week opnieuw. In het eerste kwartaal van 1997 groeide de Amerikaanse economie met 5,6 procent. Het begrotingstekort zal in het komende jaar dalen tot 75 miljard dollar, tegen 320 miljard in 1993. De werkloosheid is gedaald tot 5,2 procent. Zelfs langdurig werklozen vinden op het ogenblik gemakkelijk werk. Nieuwe immigranten hoeven niet langer dan een paar uur na aankomst werkloos te zijn. De opstelling van de begroting voor 1998 is a piece of cake, en de begroting moet in 2002 in evenwicht kunnen worden gebracht zonder draconische bezuinigingen.

Maar een bankier als Greenspan is nooit tevreden. Al maandenlang volgt hij zorgelijk de daling van de werkloosheid, en heeft hij een aantal keren de rente verhoogd om de economie voor oververhitting te behoeden. Hij vreest dat de steeds toenemende vraag naar arbeid de lonen zal opstuwen, waardoor inflatie wordt veroorzaakt. Tot nu toe is die vrees voor prijsstijgingen ongegegrond gebleken.

Maar in de aanloop naar de volgende bijeenkomst van het Open Markt Comité van de Federal Reserve zal weer intensief worden gespeculeerd op een renteverhoging. De tientallen miljoenen beleggers in de VS en daarbuiten moeten de afgelopen maand het gevoel hebben gehad dat ook hun ballen in de palm van Greenspans hand lagen.

Macht maakt beroemd, maar de oppermachtige Greenspan is een mysterie. Hij geeft nooit persconferenties of on the record-interviews. Fragmenten van informele gesprekken met journalisten lekken wel eens uit. Het meest recente voorbeeld is zijn via een gezaghebbende columnist uitgelekte uitspraak dat hij denkt dat de 'euro' er wel zal komen, maar dat Europa als gevolg van rigide arbeidsmarkten en een overmaat aan regulering niet in staat zal zijn de monetaire eenwording vol te houden.

Periodiek verschijnt hij voor de Senaatscommissie voor financiën of de begrotingscommissies van het Huis van Afgevaardigden. Congresleden, Wall Street en financiële journalisten trachten dan altijd zijn teksten te decoderen. Hij is de meester van de nietszeggende volzin en is moeiteloos in staat een hele dag vragen van senatoren te beantwoorden zonder iets van betekenis te zeggen.

'Sinds ik een centrale bankier ben geworden, heb ik geleerd met grote incoherentie te murmelen', zei hij kort na zijn benoeming in 1987. 'Mocht ik mijzelf te duidelijk hebben uitgedrukt, dan kunt u er van uitgaan dat u mij niet goed heeft verstaan.' Op een al te rechtstreekse vraag van een journalist antwoordde hij ooit: 'Ik zal uw vraag beantwoorden door met nog meer woorden nog minder te vertellen dan ik gewoonlijk al doe.'

Vrienden beschrijven Greenspan (New York, 26 maart 1926) als een zeer bescheiden, zachtaardige man, die het liefst praat over gecompliceerde economische problemen. 'Hij houdt niet van prietpraat. Sport, het weer en politieke roddels zijn voor hem geen gespreksonderwerp. Maar noem een cijfer over de dienstensector in Wisconsin en hij komt tot leven', zegt Al Hunt, chef van de Washingtonse redactie van The Wall Street Journal.

Een oude vriend zou Greenspan eens hebben toegeroepen: 'Verdomme Alan, vertel eens een smerige mop. En als je dat niet kunt, luister er dan eens naar' Alan luistert liever naar Händel, Mozart, Brahms en Rachmaninov, leest detectives, speelt piano of, net als Clinton, saxofoon.

In een ver verleden, in 1945, wilde hij beroepsmusicus worden. Hij had van zijn moeder, Rose Goldsmith, de liefde voor jazz meegekregen. Hij heeft zelfs nog twee jaar aan een Newyorkse muziekacademie klarinet en saxofoon gestudeerd. Als lid van de Henry Jerome swingband ontdekte hij zijn musicale beperkingen. Wel hield hij de financiën van de band keurig bij. Als de band pauzeerde, las hij economische en financiële boeken. In 1948 besloot hij bedrijfseconomie te gaan studeren.

In de band ontmoette hij voor het eerst Leonard Garment, de latere adviseur van president Nixon. Op de universiteit van New York sloot hij een levenslange vriendschap met Arthur Burns, in de jaren zestig voorzitter van de Federal Reserve. Garment haalde Greenspan in 1968 naar Washington als politiek adviseur van Nixon. Van Burns leerde hij de Federal Reserve kennen. Vóór zijn overstap van New York naar Washington, richtte hij een financieel adviesbureau op, werd in korte tijd miljonair en sloot een huwelijk dat in 1954 eindigde in een scheiding.

Pas in april van dit jaar hertrouwde Greenspan met Andrea Mitchell, een twintig jaar jongere correspondente van NBC-TV. Mitchell is al jaren zijn vaste partner. Dankzij zijn nieuwe echtgenote is bekend dat hij zijn gewicht zorgvuldig in de gaten houdt en zich graag mag vergelijken met dikbuikige makkers van gerenommeerde Wall Street-firma's, die hij regelmatig op de golfbanen ontmoet. De miljonair leidt een sober bestaan. Duur eten, mooie pakken of auto's zijn aan de verinnerlijkte Greenspan niet besteed. Met Mitchell, een specialiste in de keiharde vraag, is hij twee of drie keer per week te zien op diners en recepties.

Wie denkt hem in een informele sfeer te kunnen verleiden tot een uitspraak, komt bedrogen uit. Tijdens een receptie vroeg iemand hem eens: 'Hoe gaat het met je?' Waarop hij antwoordde: 'Dat kan ik je helaas niet vertellen.'

Tennis en golfen heeft Greenspan op latere leeftijd geleerd, omdat hij zich realiseerde dat op de Washingtonse tennis- en golfbanen meer informatie te halen valt dan in de gangen en zalen van het Capitool. Is een discrete gedachtenwisseling gepast, dan wordt de persoon in kwestie uitgenodigd voor de lunch in zijn dinerzaal in het gebouw van de Federal Reserve.

Achter het vriendelijke, wat verlegen uiterlijk van een verstrooide professor gaat een overlever in de Washingtonse jungle schuil. Hij bekleedde topfuncties onder Nixon en Ford en steeg onder Reagan naar de top van de Federal Reserve. Zijn sterk ontwikkelde politieke instinct stelde hem in staat tien jaar lang de Federal Reserve voor te zitten, en schijnbaar moeiteloos de overgang van een Republikeinse naar een Democratische regering te overleven. Hij heeft bovendien met succes elke aanval op de onafhankelijkheid van de Federal Reserve in de kiem gesmoord.

Greenspan leidt verder de raad van gouverneurs van de Federal Reserve en het college van de twaalf presidenten van de Federal Reserve-districten zonder noemenswaardige spanningen. Volgens een ingewijde is dat te danken aan zijn fenomenale kennis van de Amerikaanse economie. Hij beschikt niet alleen over het wetenschappelijk apparaat van de Federal Reserve, maar ook over een netwerk aan informanten op ministeries, denktanks en de bureau's voor statistiek in de staten.

Tijdens de sluiting van de overheid in de winter van 1995-1996 belde hij persoonlijk naar minister van Arbeid Reich met het verzoek om een laaggeplaatste ambtenaresse met de naam Cindy te laten doorwerken. Reich dacht eerst dat de voorzitter van de Federal Reserve een vriendinnetje in bescherming wilde nemen. De vrouw bleek echter al jarenlang in het geheim Greenspan te voorzien van de allernieuwste statistieken over bijstandsuitkeringen.

Van doorslaggevend belang zijn Greenspans denkbeelden over de economie en de rol en de omvang van de overheid. Als jonge econoom in New York behoorde hij tot de coterie van Ayn Rand, schrijfster van The Fountainhead en een filosofe die beschouwd wordt als een van de grondleggers van het moderne Amerikaanse conservatisme. Met haar denkbeelden over de rol van het individu en het belang van het laissez-faire kapitalisme heeft Rand grote invloed uitgeoefend op de intellectuele ontwikkeling van Greenspan.

Sedertdien is Greenspan van mening dat 'vrije mensen op een vrije markt grootse prestaties kunnen verrichten'. Rand overtuigde hem ervan dat het kapitalisme niet alleen de meest efficiënte wijze is om een samenleving te organiseren, maar ook in moreel opzicht de voorkeur verdient. Van haar kreeg hij ook een bijkans fysieke afkeer van geldontwaarding mee. Die hekel leidde in 1974 tot zijn, voor zover bekend enige, faux pas. Als voorzitter van de Raad van Economische Adviseurs van president Ford hield hij een pleidooi tegen inflatie. Zijn belangrijkste argument was dat Wall Street-makelaars procentueel het meeste te lijden hebben van dit onrecht. Dat was geen redenering waarmee een regering zich in het land populair maakte.

Over zijn conservatieve denkbeelden uit Greenspan zich nauwelijks meer. Hij voert geen campagnes meer tegen 'de bemoeizuchtige overheid' en voelt geen enkele behoefte zich te mengen in discussies over de 'Republikeinse Revolutie'.

Zelf omschrijft hij zijn denkbeelden tegenwoordig als volgt: 'Ik ben geen Keynesiaan, ik ben geen monetarist, ik ben een vrije-marktdenker.' En daarmee kan hij in het Washington van Clinton en Gingrich alle kanten op.

Meer over