NIEUWS

Akkoord over nieuwe verdeling landbouwsubsidies, de vraag is alleen hoe groen ze zijn

Onderhandelaars van het Europees Parlement en de lidstaten zijn het na drie jaar eens geworden over de verdeling van honderden miljarden euro’s aan landbouwsubsidies. Het akkoord, dat het Europese landbouw klimaat- en milieuvriendelijker zou moeten maken, stemt niet iedereen tot tevredenheid.

Jarl van der Ploeg
Teelt van biologische producten in Haaren. Van de nieuwe EU-begroting moet vanaf 2023 20 procent verplicht uitgegeven worden aan vergroening en verduurzaming. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Teelt van biologische producten in Haaren. Van de nieuwe EU-begroting moet vanaf 2023 20 procent verplicht uitgegeven worden aan vergroening en verduurzaming.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Maandag komen de ministers van Landbouw bijeen om de principeovereenkomst goed te keuren. In juli volgt de stemming in het Europees Parlement. De verwachting is dat het akkoord door een ruime meerderheid wordt goedgekeurd, ook al hebben de Groenen, onder wie de europarlementariërs van GroenLinks, aangekondigd tegen te zullen stemmen. Zij vinden dat het akkoord te veel onduidelijkheden bevat en uiteindelijk te weinig doet aan het terugdringen van de Europese CO2-uitstoot. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is met 387 miljard euro goed voor ongeveer eenderde van de Europese begroting.

Het meest bediscussieerde onderdeel van de nieuwe begroting, dat in 2023 ingaat en geldt tot 2027, was het percentage dat straks verplicht uitgegeven moet worden aan vergroening en verduurzaming. Veel lidstaten, waaronder Nederland, wilden dat in totaal eenderde van de subsidies afhankelijk zou worden van hoe duurzaam een boer te werk gaat. In het slotakkoord is daar slechts 20 procent van overgebleven, met als compromis dat het percentage vanaf 2025 oploopt naar een kwart.

Vooral de Zuid- en Oost-Europese landen boden tegengas. Zij zaten er niet op te wachten dat vanuit Brussel nog strenger zou worden gecontroleerd of er op hun landerijen wel 4 procent aan bufferzones zijn ingesteld. Overigens behoort Nederland met België, Denemarken en Ierland tot het groepje EU-landen met de hoogste CO2-uitstoot per hectare landbouwgrond.

Zelf beslissen

Fundamenteel onderdeel van het nieuwe akkoord is dat iedere lidstaat vanaf 2023 zelf mag beslissen welke vorm van duurzame landbouw ze willen bevorderen. Zo zou een Belgische boer in theorie meer subsidie kunnen krijgen als zijn overheid van hem voortaan mechanisch wieden verlangt, terwijl een Nederlandse boer juist meer Europees geld krijgt als hij extra groenbemesters inzaait.

Voordeel daarvan is dat ieder land zijn eigen problemen kan aanpakken – de stikstofcrisis is in Nederland een bijvoorbeeld veel groter probleem dan in andere lidstaten. Maar volgens veel groene partijen biedt die vrijheid ook veel ruimte tot misbruik. Als er immers geen duidelijke spelregels bestaan over welke eco-regelingen zijn toegestaan, is de kans groot dat de subsidies in sommige landen alsnog terechtkomen bij vervuilende bedrijven.

Die vrees is niet onterecht. Het in het vorige EU-budget uitgetrokken geld voor vergroeningspremies leidde uiteindelijk tot niets, doordat lidstaten de eisen dusdanig oprekten dat boeren nauwelijks iets extra’s hoefden te doen om die premie op te strijken. Volgens de Europese Rekenkamer heeft het landbouwbeleid de afgelopen jaren daarom weinig tot niets bijgedragen aan het terugdringen van de klimaatopwarming in Europa, ook al betrof het geïnvesteerde geld ruim de helft van de totale EU-uitgaven aan klimaatbeleid.

Bufferzones

Het nieuwe akkoord kent overigens wel regels waar boeren niet onderuit kunnen. Zo moet minstens 4 procent van de landbouwgrond braak liggen en is gewasrotatie in zekere mate verplicht, zodat de grond zich enigszins kan herstellen. Doet een boer dat niet, dan krijgt hij geen subsidie.

In een poging de schaalvergroting in de Europese landbouw een halt toe te roepen – momenteel gaat grofweg 80 procent van het geld naar 20 procent van de boeren – is het straks ook verplicht minstens 10 procent van alle subsidies aan kleinschalige boeren uit te keren. De wens van het Europees Parlement om megabedrijven maximaal 100 duizend euro subsidie uit te keren, is gesneuveld.

Meer over