Air France is ook succesvol zonder familiegevoel

Air France beseft dat er voor de luchtvaartmaatschappij slechts twee mogelijkheden zijn: verder groeien of sterven. De keuze is op groei gevallen, tot genoegen van het personeel....

Andere werknemers tonen zich bezorgder over mogelijk banenverlies aan Franse kant, maar bovenal hebben zij begrip voor de eigen directie. 'Dit soort fusies is onvermijdelijk. Je ziet in heel Europa dat de kleinere luchtvaartmaatschappijen het niet langer alleen uithouden en dat de groten op zoek zijn naar partners', meent de 39-jarige Bruno. Er zullen wel banen sneuvelen, denkt hij, maar dan toch vooral aan KLM-kant.

'Air France zal niet minder Frans worden, maar de KLM vermoedelijk wel minder Nederlands', zo vat steward en vakbondsman Philippe deCrulle van de sociaal-democratische CFDT het gevoel van het Air France-personeel samen. Maar Emanuel Jahan, secretaris-generaal van de bond voor hoger kaderpersoneel, bestrijdt fel de visie dat de KLM wordt opgeslokt. 'Dat is juist niet wat topman Jean-Cyril Spinetta voor ogen staat. Hij wil dat KLM zijn eigen identiteit zoveel mogelijk behoudt. Met hem ben ik ervan overtuigd dat de KLM er straks weer bovenop komt. En wellicht kunnen zij ons dan te hulp schieten, wanneer het een keer slecht met ons gaat.'

Met die opmerking mengt Jahan zich in het debat dat de Fransen veel meer bezighoudt dan de overname van KLM: de privatisering van Air France. Zeventig jaar lang is de nationale trots al in handen van de Franse staat. Onder de linkse regering-Jospin werd in 1999 een pluk aandelen verkocht, maar de staat behield zijn meerderheidsbelang. De rechtse regering-Raffarin wil nu een volgende stap zetten en het staatsbelang tot 20 procent reduceren.

Goed voor de toch al zo lege schatkist, vindt Raffarin; goed voor het bedrijf, meent topman Spinetta, die moeite heeft om aan zijn buitenlandse partners uit te leggen waarom Air France nog altijd een staatsbedrijf is. De vakbonden begrijpen dat probleem van hun hoogste baas wel, maar zijn niettemin wantrouwig. Want wie springt er straks bij, mocht het Air France tegen zitten?

De staat, was tot dusver het vertrouwde antwoord. De laatste keer was dat in 1993, toen het slaperige staatsbedrijf op de rand van een faillissement was beland. Maar omdat de nationale trots niet failliet kón gaan, werd de patiënt met een kapitaalinjectie op de been geholpen. Sindsdien is Air France aan een opmerkelijke comeback begonnen, vooral sinds het aantreden van de linkse Spinetta in 1997. Al zes jaar lang heeft het bedrijf alleen maar winst gemaakt, zelfs tijdens de crisis die volgde op 11 september. Geen andere westerse luchtvaartmaatschappij kan dat Air France nazeggen. 'De moraal bij ons bedrijf is goed', zegt vakbondsman deCrulle. 'Air France is als een patïent die na een lange ziekte weer volledig is hersteld. En die beseft dat er in het vervolg maar twee mogelijkheden zijn: verder groeien of sterven.'

Topman Spinetta heeft onomwonden voor groei gekozen. Waar concurrenten als British Airways en KLM hebben ingezet op het snijden in de kosten om hun aandeelhouders snel weer winstcijfers te kunnen laten zien, koos Spinetta voor uitbreiding van activiteiten. Hij investeerde in een transatlantische samenwerking met het Amerikaanse Delta; in luchthaven Charles de Gaulle als 'hub' van Air France, waardoor meer passagiers Parijs als transit-luchthaven zijn gaan gebruiken; in nieuwe, aan de luchtvaart gerelateerde activiteiten, zoals onderhoud en reparatie van vliegtuigen en catering. De winsten van Air France bewijzen zijn gelijk, al vallen daar wel wat kanttekeningen bij te plaatsen.

Bij '11 september' had Air France het geluk veel minder transatlantische vluchten uit te voeren dan zijn voornaamste concurrenten British Airways, KLM en Lufthansa. Die kregen veel hardere klappen. Air France kon toestellen die voor de VS waren bestemd, op de Afrikaanse markt inzetten, waar - door het wegvallen van concurrenten als Sabena, Swiss Air en Air Africa - uitstekende zaken werden gedaan.

Bovendien bleek Delta, waarmee Air France in 2000 in zee was gegaan, een van de weinige Amerikaanse maatschappijen die de '11 september'-crisis redelijk doorstond. Dankzij Delta kon Air France zijn marktaandeel uitbreiden. Zo reizen passagiers uit India die naar de VS willen nu veelal via Parijs. 'Zonder dat transferverkeer zouden vluchten Parijs-New Delhi zwaar verliesgevend zijn', zo legt Spinetta de voordelen van de samenwerking uit.

Air France mag dan in de loop der jaren veel internationaler zijn geworden, voor de werknemers is het 'nog altijd een Frans bedrijf, waar we trots op zijn', aldus vakbondsman deCrulle. Een 'familiegevoel' heeft hij er niet meer bij, zoals dat in de jaren zeventig het geval was. Toen was hij één van de 3500 stewards, nu zijn het er vier keer zoveel. 'Het is een heel groot bedrijf geworden. Trots: 'Straks zijn we toch maar mooi de grootste van de wereld.'

Meer over