ABN breekt met 'last in first out'

Kwaliteit mag wel degelijk een rol spelen bij de vraag wie moet vertrekken bij een reorganisatie. ABN Amro en de vakbonden sloten hierover een baanbrekend akkoord....

Maar de patstelling is wonderwel doorbroken met een akkoord dat een voorbeeld zou kunnen worden voor de talloze organisaties die worstelen met het principe van last in first out - waarbij degene die als laatste in dienst kwam er als eerste weer uit moet.

De bank en de bonden hebben een systeem afgesproken met een nadrukkelijke kwaliteitsbeoordeling. Maar de spelregels zijn helder en controleerbaar. Het gevaar van willekeur - de vrees van veel werknemers - lijkt ingedamd.

De discussie ging over het lot van werknemers wiens functie niet verandert vanwege een reorganisatie. Wat te doen als vanwege outsourcing (uitbesteding) de helft van het aantal administrateurs overbodig wordt? Wie houdt z'n baan en wie moet vertrekken? Volgens de wet, die het principe van last in first out voorschrijft, zouden de langstzittenden de oudste rechten hebben. Maar daar wilde ABN Amro niet aan. De bank moet de beste mensen houden, niet per se de langstzittenden, vond men.

Het systeem dat nu is afgesproken komt daar voor een groot deel aan tegemoet. Voortaan bepaalt een puntentelling de uitkomst per werknemer. Diens anciënniteit telt voor 50 procent mee; hoe meer dienstjaren, hoe meer punten. De andere helft wordt samengesteld uit verschillende elementen. De beoordelingen uit het recente verleden tellen mee, maar ook de inschatting van het management over de kennis, het gedrag en de vaardigheden van de betreffende werknemer. Voor alle afzonderlijke onderdelen worden punten uitgeloofd. Wie de meeste punten vergaart, mag blijven.

Het systeem is in hoge mate controleerbaar, dat vinden de bonden prettig. ABN Amro is blij dat niet alleen het verleden van de werknemer een rol speelt maar ook verwachtingen over diens toekomstig functioneren. Als een afdelingshoofd vreest dat een bepaalde werknemer niet de mentale flexibiliteit kan opbrengen om in nieuwe omstandigheden de schouders eronder te zetten, weegt dat mee. 'In feite hebben we afgesproken dat we het potentieel van een werknemer mogen beoordelen, net zoals dat gebeurt bij sollicitanten op nieuwe functies', zegt een tevreden woordvoerder van de bank.

Vakbondsbestuurder Joop Hofland van De Unie aarzelt niet om de term 'doorbraak' in de mond te nemen. Dit akkoord kan tot voorbeeld strekken in de gehele financiële sector, en vermoedelijk ver daarbuiten, denkt hij.

Die kans wordt groter als het wettelijke beginsel van last in first out (lifo) inderdaad wordt opgeheven, zoals een meerderheid van de Tweede Kamer wil. Tot nu toe wilde minister De Geus van Sociale Zaken hierover geen standpunt betrekken, maar binnenkort moet hij daar toch aan geloven.

Een sector die zich voorlopig aan dit voorbeeld onttrekt, is de Rijksoverheid. Minister Remkes van Binnenlandse Zaken sloot donderdag met de bonden een akkoord waarin het principe van lifo intact blijft; hoe langer het dienstverband, des te meer recht op een baan. Als handreiking is afgesproken dat ambtenaren vanaf 57 jaar met de VUT mogen als zij de plaats willen innemen van een boventallige jongere ambtenaar die dan alsnog kan blijven. Dat is een sociaal prettige, maar dure afspraak. De gedurfdere - en goedkopere - oplossing van ABN Amro zal voorlopig vooral in het bedrijfsleven navolging vinden.

Meer over