ABC beleggen

De wereld van de belegger hangt van vaktermen en afkortingen aan elkaar. Een compact overzicht van de belangrijkste woorden en begrippen.

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | Y
aandeel
Het bewijs van eigendom van een deel van een vennootschap. Geeft recht op een deel van de winst, het dividend. Aandelen worden op de primaire markt uitgegeven in ruil voor kapitaal en worden op de secundaire markt verhandeld. Vraag en aanbod bepalen de prijs.

Aandeelhoudersvergadering
Een bedrijf dat aandelen heeft uitgegeven, moet minstens een keer per jaar een officiële vergadering voor de aandeelhouders organiseren. De algemene aandeelhoudersvergadering, ook wel afgekort als ava, is het hoogste orgaan binnen de onderneming. Zo benoemt en ontslaat de ava commissarissen en directie, stelt de jaarrekening van het bedrijf vast en beslist over een statutenwijziging.

aandelenfonds
Soort beleggingsfonds dat de doelstelling heeft alleen in aandelen te beleggen. Te onderscheiden van obligatiefondsen en liquiditeitenfondsen, die sluiten aandelenbeleggingen uit. Vastgoedfondsen kunnen eventueel in aandelen beleggen (van andere vastgoedfondsen) en dat geldt ook voor mixfondsen: die kunnen beleggen in verschillende soorten waardepapier.

aankoopkosten
De aankoop van aandelen van beleggingsfondsen gaat meestal gepaard met twee verschillende soorten kosten. Transactiekosten worden in rekening gebracht zoals die ook betaald moeten worden bij de aankoop van gewoneaandelen. Ten tweede betalen deelnemers in open-end beleggingsfondsen een opslag boven op de intrinsieke waarde van de aandelen.

administratiekosten
Sommige beleggingsfondsen brengen naast beheerskosten en een eventuele management fee administratiekosten in rekening, veelal een half procent van het totale vermogen. Onder die noemer kunnen ook de kosten van marketing vallen, van het samenstellen en drukken van periodieke verslagen en van de vergoedingen aan commissarissen

AEX
Amsterdam Exchanges, het bedrijf rond de effectenbeurs in Amsterdam, voortgekomen uit de Vereniging voor de Effectenhandel. In 2000 gefuseerd met de effectenbeurzen van Brussel en Parijs tot Euronext.

agio
Bij de uitgifte van nieuwe aandelen wordt een nominale waarde vastgesteld. Het bedrag daarboven heet de agio. Is het aandeel minder waard geworden dan de nominale waarde, dan heet het verschil disagio

Agioreserve
Agioreserve is het bedrag bovenop de nominale waarde dat een bedrijf ophaalt bij een aandelenemissie. Dit bedrag staat op de balans onder eigen vermogen en bestaat uit het totaal uitgegeven aandelen vermenigvuldigd met het agio.

annuïteitenhypotheek
Hypotheekvorm waarvan de bruto jaarlijkse lasten - de aflossing en de rente - over de hele looptijd gelijk blijven. Netto worden de lasten echter steeds hoger, omdat in de loop van de tijd het rentedeel een steeds kleiner gedeelte van het geheel gaat uitmaken. Het bedrag dat aan belastingvoordeel wordt genoten neemt daardoor af. Het rentedeel wordt kleiner omdat er wordt afgelost op de hoofdsom.

Arbitrage
Het gebruik maken van de verschillende financiële waarden die een product op dat moment heeft, bijvoorbeeld doordat het op verschillende markten wordt verhandeld. Dit kan met aandelen, obligaties, valuta etc. Door koersverschillen is het mogelijk om het product goedkoop te kopen op de ene markt en duurder te verkopen op een andere.

asset-mix
De mengeling van verschillende soorten waardepapier in een beleggingsportefeuille of een (mix-) beleggingsfonds. Met de asset-mix zijn de percentages van het totale vermogen gegeven die in aandelen, obligaties, derivaten en liquiditeiten belegd zijn.

B

Bearmarket
Situatie op de financiële markt waarbij de koersen almaar dalen. De tegengestelde beweging noemt met een bullmarket.

bedrijfssparen
Komt in twee smaken, spaarloon en premieloon. Bij de spaarloonregeling wordt een bedrag niet uitgekeerd als brutoloon, maar als nettoloon op een geblokkeerde spaarrekening gezet op naam van de werknemer. Het bedrag moet minimaal vier jaar blijven staan op die rekening en mag alleen voor bepaalde doelen eerder gebruikt worden. In andere gevallen volgt er alsnog een afrekening met de Belastingdienst.Bij premiesparen zet de werkgever maandelijks een deel van het nettoloon op een geblokkeerde spaarrekening die dezelfde eigenschappen heeft als de spaarloonrekening. De werkgever vult dit bedrag aan met een voor de werkgever aftrekbare bonus tot maximaal het door de werknemer gespaarde bedrag.

beleggingsdepot
Ook wel effectendepot genoemd. Vaak gebruikt als ander woord voor een fonds voor gemene rekening, een beleggingsfonds dat geen vennootschap is.

beleggingsfonds
Algemene aanduiding voor allerlei soorten beleggingsinstellingen en vormen van gezamenlijk beleggen waarbij het beheer in handen is gegeven van een of enkele specialisten die volgens een bepaalde doelstelling te werk gaan.

beleggingshorizon
Termijn waarbinnen de belegger een bepaald resultaat gerealiseerd wil zien. De beleggingshorizon heeft consequenties voor het risico dat genomen kan worden: ligt die verder weg dan heeft de belegger meer tijd om het hogere gemiddelde rendement van een risicovollere belegging af te wachten.

beleggingshypotheek
Hypotheek bestaande uit een aflossingsvrije lening en veelal een overlijdensrisico- verzekering. De lasten bestaan uit de maandelijkse rente plus periodieke stortingen in een beleggingsdepot. In het beleggingsdepot wordt vermogen opgebouwd, dat aan het einde van de looptijd naar verwachting groot genoeg is om de hoofdsom van de lening in een keer af te lossen.

beleggingsinstelling
De wettelijke term voor beleggingsfonds. Een beleggingsinstellingen beheert een hoeveelheid geld die door deelnemers bijeengebracht is, en belegt dit geld volgens een bepaalde doelstelling.

beleggingsmix
De samenstelling van een beleggingsportefeuille naar verschillende beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties en liquiditeiten.

benchmark
IJkpunt. Wordt gebruikt wordt om de eigen prestaties te vergelijken met die van de concurrentie. Bij beleggingsfondsen gaat het veelal om een index of een rentetarief.

besloten beleggingsfonds
Fonds waarvan de (niet-beursgenoteerde) participaties op naam staan en vaak alleen maar kunnen worden overgedragen tussen het fonds en de deelnemer. Het aantal aandelen of participaties van het fonds staat vast, dit in tegenstelling tot een open beleggingsfonds.

Bestensorder
Opdracht om aandelen te kopen of verkopen tegen de eerstvolgende prijs, zonder een koerslimiet op te geven.

beursfonds
Een bedrijf of instelling waarvan de aandelen of schulden (in de vorm van obligaties) een notering hebben op een effectenbeurs.

Beurswaarde
Aantal uitstaande aandelen van een onderneming vermenigvuldigd met de koers. Bij obligaties is dit de totale nominale waarde maal de beurskoers. Een andere benaming is marktkapitalisatie.

C

Call-optie
Een verhandelbaar recht om een aandeel of ander waarde gedurende een bepaalde looptijd tegen een afgesproken prijs te kopen.

Cashflow
De optelsom van nettowinst en afschrijvingen van een bedrijf. Aan de hoogte ervan kan worden gezien of een bedrijf genoeg in kas heeft om investeringen te doen of schulden af te lossen.

clickfonds
Een beleggingsfonds met een bepaalde looptijd, dat een garantie afgeeft over het terugbetalen van (een deel van) de inleg en over het vasthouden van eenmaal behaalde winstniveaus. Die worden 'vastgeklikt' door middel van optieconstructies.

closed-end beleggingsfonds
Fonds dat geen eigen aandelen of participaties inkoopt en verkoopt. Daardoor varieert de prijs van de aandelen afhankelijk van de vraag en het aanbod en kan behoorlijk fluctueren ten opzichte van de intrinsieke waarde van het fonds. Dit in tegenstelling tot een open-end beleggingsfonds.

code rendement en risico
Een verzameling richtlijnen die de verzekeringsbranche voor zichzelf heeft opgesteld over de communicatie rondom verzekeringsproducten met een beleggingscomponent

compliance officer
Beleggingsinstellingen moeten aan verschillende wettelijke eisen voldoen die beschreven staan in de Wet toezicht beleggingsinstellingen en verschillende aanvullingen daarop van de Stichting Toezicht Effectenverkeer en De Nederlandsche Bank. Veel grote beleggingsinstellingen hebben inmiddels een compliance officer in dienst die zich voortdurend bezighoudt met het (intern) toetsen van het beheer en de uitingen van het beleggingsfonds aan deze vereisten.

Converteerbare obligatie
Een obligatie die onder bepaalde voorwaarden gedurende een bepaalde looptijd mag worden omgewisseld voor aandelen van de uitgevende onderneming.

coupon
Een coupon is het rentebewijs van een obligatie. De houder van een obligatie moest vroeger met een bonnentje op een van te voren vastgesteld tijdstip en plaats zijn rente komen ophalen. Dit bonnetje, de coupon, gaf hem recht op jaarlijkse vaste rente bij zijn obligatie. De bonnetjes zaten op een couponblad dat precies op was als de obligatie afliep en de obligatiehouder zijn inlegbedrag terugkreeg. Tegenwoordig bestaat de coupon eigenlijk alleen nog maar in naam. De obligatie is gedigitaliseerd en de obligatiehouder onvangt zijn rente op zijn rekening. Hij hoeft nergens meer naar toe om zijn opbrengst op te halen. De term coupon staat nu voor de vaste rente die wordt afgesproken bij de start van een obligatie. De coupon is iets anders dan het obligatierendement. Het werkelijke rendement van een obligatie kan namelijk hoger of lager zijn dan de couponrente, al naar gelang de koers van de obligatie is gestegen of gedaald. Dit rendement wordt bepaald door de rente die de 'markt' op dat moment vraagt. Voorbeeld: De couponrente op een obligatie is 5 procent. In de markt neemt men genoegen met een rente van 4 procent. De koers van een obligatie van 100 euro is hierdoor met 25 euro gestegen. Een uitkering van een coupon van 5 euro komt in dat geval overeen met een rendement van 4 procent. Risico's zijn er echter ook. Neem KPN. Het telecombedrijf heeft grote problemen om geld aan te trekken. Beleggers vrezen een toekomstig faillissement en vragen een steeds grotere vergoeding voor het risico dat ze lopen. Rendementen op KPN obligaties zijn opgelopen tot soms 8 procent. Doordat de couponrente in het verleden veel lager is afgesproken hebben de oorspronkelijke obligatiehouders een fors koersverlies geleden. Een couponrente van 5 procent op een obligatie van 100, betekent immers dat de koers moet dalen naar 62,5 euro om het gevraagde rendement van 8 procent te halen. Daarmee delen de obligatiehouders in het koersverlies van 70 procent dat de KPN-aandeelhouders voor hun kiezen kregen.

couponrendement
De rente die over het nominale bedrag van een obligatie wordt betaald gedeeld door de beurskoers van de obligatie. Is de beurskoers lager dan de nominale waarde van de obligatie dan is het couponrendement hoger, is de beurskoers hoger dan neemt het couponrendement af.

couponrente
De rente die over het nominale bedrag van een obligatie wordt betaald.

Cyclische aandelen
Aandelen van bedrijven die sterk onderhevig zijn aan de conjunctuur zoals de chemische industrie of auto-industrie.

D

dakfonds
Een beleggingsfonds dat alleen in andere beleggingsfondsen belegt. De risico's kunnen daardoor meer gespreid worden. Met name in de sector onroerend goed is een grotere flexibilteit een voordeel van dakfondsen. Aandelen in een fonds dat belegt in onroerendgoedfondsen kunnen vaak makkelijker, dat wil zeggen sneller en tegen minder kosten, van de hand gedaan worden dan aandelen in een fonds dat rechtstreeks belegt in gebouwen. Engels: fund-of-funds.

De Nederlandsche Bank
Centrale bank van Nederland, oftwel de bank der banken. Maakt sinds 1 juni 1998 deel uit van het Europees Stelsel van Centrale Banken en heeft volgens de nieuwe Bankwet uit dat jaar onder andere de taak om het monetaire beleid in de Europese Unie mede vast te stellen en uit te voeren. Daarnaast houdt de Bank de officiële externe reserves aan worden er valutamarktoperaties verricht. De Bank houdt ook toezicht op banken, beleggingsinstellingen en wisselkantoren en verzorgt de geldomloop voorzover die bestaat uit bankbiljetten.

deelnemingenfonds
Beleggingsfonds dat belegt in een beperkt aantal ondernemingen, maar dan wel telkens minstens vijf procent van het aandelenkapitaal van de betreffende onderneming als belang neemt. Daardoor komt het fonds in aanmerking voor de zogenoemde deelnemingsvrijstelling: het betaalt geen dividendbelasting van 25 procent over het ontvangen dividend en dat komt ten goede aan het rendement.

dividendbelasting
Belastingtarief van 25 procent dat door een bedrijf dat dividend uitkeert, moet worden ingehouden en aan de Belastingdienst moet worden afgedragen. Een dividenduitkering van 40 procent van de winst betekent dus dat de aandeelhouders 30 procent krijgen en de Belastingdienst 10 procent van de winst.

Dow Jones index
De beroemdste aandelenindex ter wereld bestaat sinds 1896 en kreeg zijn naam van het bedrijf dat de Wall Street Journal uitgeeft. De Dow Jones Industrial Average bestaat uit de gemiddelde prijs van ongeveer dertig bedrijven die op de New York Stock Exchange (Wall Street) genoteerd staan.

duration
Meet de gevoeligheid van de koers van een obligatie voor een verandering van de rentestand. Een hoge duration heeft bij een renteverandering een grote waardeverandering van de obligatie tot gevolg.

Dutch Security Institute
Door de effectenbranche in 1999 opgerichte stichting met de doelstelling de kwaliteit van de effectenmarkt in Nederland in stand te houden en te verhogen, en het vertrouwen van het beleggende publiek daarin te handhaven. Effectenhandelaren, beleggingsadviseurs, vermogensbeheerders en beleggingsanalisten kunnen zich laten registreren bij het DSI en worden dan onderworpen aan kennis-, ervarings- en integriteitseisen. DSI behandelt klachten van beleggers en heeft de verantwoordelijkheid voor de Klachtencommissie Beursbedrijf overgenomen van Amsterdam Exchanges. Deze commissie heet nu Klachtencommissie DSI.

E

effecten
Een verzamelnaam voor waardepapieren die het recht aangeven op een deel van een vermogen, een winst of een verstrekte lening en die geschikt zijn om verhandeld te worden (op een effectenbeurs). Aandelen en obligaties zijn de meest gebruikelijke effecten.

Emissie
Uitgifte van effecten, veelal aandelen of obligaties. Als het om nieuwe effecten gaat, is het een zogenoemde primaire emissie. Het uitgeven van bestaande effecten is een secundaire emissie, ook wel aangeduid met herplaatsing.

ethisch beleggen
Beleggen in ondernemingen die ten eerste getoetst zijn op hun beleid ten aanzien van mens en milieu en pas ten tweede op hun financiële vooruitzichten. Ook gebruikt worden aanduidingen als maatschappelijk verantwoord beleggen, duurzaam beleggen, milieubewust, groen, alternatief of progressief beleggen.

Euronext
Fusiebeurs, ontstaan uit de effectenbeurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs. Andere Europese beurzen overwegen aansluiting.

F

fictief rendement
In het verleden had de Belastingdienst moeite met het bepalen van het rendement dat beleggers behaalden met sommige in het buitenland gevestigde beleggingsfondsen. Onder bepaalde voorwaarden werd dan een fictief rendement bepaald, veelal gelijk aan de wettelijke rente, waarover de belegger inkomstenbelasting moest betalen. In het nieuwe belastingstelsel wordt een soortgelijke operatie uitgevoerd met betrekking tot het gehele vermogen. Het vastgestelde rendement wordt echter forfaitair rendement genoemd (4 procent) en er moet geen inkomstenbelasting over betaald worden, maar een vermogensrendementsheffing van 30 procent. Dat resulteert in een jaarlijkse heffing van 1,2 procent van het vermogen.

fiscale beleggingsinstelling
Beleggingsfonds dat geen vennootschapsbelasting betaalt, op voorwaarde dat alle inkomsten van het fonds na aftrek van kosten aan de aandeelhouders worden doorgegeven. Te onderscheiden van niet-fiscale beleggingsinstellingen die gewoon 35 procent vennootschapsbelasting betalen over hun winst. Met het Belastingplan 2001 is de relevantie van dit onderscheid vrijwel verdwenen. Bijna alle beleggingsinstellingen zijn fiscale beleggingsinstellingen.

fonds voor gemene rekening
Een beleggingsfonds dat geen vennootschap is. Het vermogen is verdeeld in participaties en niet in aandelen. Aan de basis van een fonds voor gemene rekening ligt een overeenkomst tussen deelnemers, de beheerder en de bewaarder van de effecten.

fondsmanager
Oftewel portfolio-manager, fondsbeheerder, fund manager of kortweg beheerder: de persoon die of het team van personen dat het beleggingsbeleid van een beleggingsfonds uitvoert volgens de doelstellingen en verantwoordelijk is voor de samenstelling van de portefeuille

FTSE 100
Toonaangevende index van de Britse aandelenmarkt, waarin opgenomen de honderd belangrijkste aandelen van de Londense effectenbeurs (London Stock Exchange). Net als de Dow Jones index heeft de Footsie zijn naam te danken aan een krantenbedrijf., want FTSE staat voor Financial Times Stock Exchange.

fundamentele analyse
Financieel-economisch onderzoek van een onderneming op grond van de financiële prestaties in het verleden en de toekomstige verwachtingen die gebaseerd zijn op de specifieke kwaliteiten van het bedrijf, de ontwikkelingen in de bedrijfstak en macro-economische ontwikkelingen die voor het bedrijf van belang zijn.

future
Contract om een goed in de toekomst te kopen tegen een nu vastgestelde prijs. Ontwikkeld in de agrarische markten heeft de future ook zijn weg gevonden in de financiële handel. In Amsterdam wordt in bescheiden mate gehandeld in futures: in de jaren negentig alleen in dollar/euro-futures en AEX-index-futures. Sinds november 2000 is daar de handel in futures op aandelen ABN Amro, Aegon, ING, Ahold, Philips, KPN, Koninklijke Olie en Unilever bijgekomen. De Europese future-handel concentreert zich op de Londense en Parijse optiebeurzen.

G

garantiefonds
Beleggingsfonds met een beperkte looptijd, aan het einde waarvan de deelnemers in ieder geval een bepaald bedrag terugkrijgen. Dat kan een deel van de inleg zijn of de hele inleg of de inleg plus een winst die in de loop van de belegging is vastgeklikt. Het fonds is veelal opgebouwd uit opties en/of futures. Zie ook clickfonds.

geldmarkt
Markt waarop banken, bedrijven en overheidsinstellingen geld uitlenen en van elkaar lenen met looptijden tot maximaal twee jaar. Indirect begeven particulieren zich op de geldmarkt als zij beleggen in kortlopende deposito's.

gemengde fondsen
Beleggingsfondsen waarvan de portefeuille bestaat uit een combinatie van aandelen, obligaties, liquiditeiten en vastgoed. Ook: mixfondsen.

groeifonds
Marketingterm die twee betekenissen heeft gekregen. Beleggingsfondsen die hun bestaan dankten aan een fiscaal voordeel dat behaald werd door rente of dividend niet uit te betalen, maar te herbeleggen, werden rentegroei- en obligatiegroeifondsen genoemd. Een andere categorie beleggingsfondsen wordt groeifondsen genoemd omdat het beleggingsbeleid gericht is op aandelen waarvan een snelle en bovengemiddelde groei van de winst per aandeel wordt verwacht.

groenfonds
Beleggingsfonds dat belegt in bedrijven en projecten die ten eerste geselecteerd worden op hun beleid ten aanzien van het milieu en pas in tweede instantie op hun financiële prestaties. Een groenfonds krijgt een speciale behandeling van de Belastingdienst: de beleggingen tot een bedrag van ongeveer 100 duizend gulden tellen niet mee bij de bepaling van het vermogen waarover de vermogensrendementsheffing betaald moet worden.

H

hedge funds
Veelal besloten beleggingsfondsen met een strategie die gericht is op het nemen van strikt gecalculeerde risico's. Hedge is de Engelse term voor afdekken. Daarbij wordt veelvuldig gebruik gemaakt van arbitrage en van afgeleide producten. Wordt ook geassocieerd met speculatief ingestelde fondsen, maar dat is niet terecht.

high yield obligatiefonds
Beleggingsfonds dat belegt in obligaties met een hoge couponrente. Dat zijn per definitie leningen van bedrijven, instellingen en overheden die een hoger risico met zich meedragen. Zie ook junk bond.

houdstermaatschappij
Holding: een naamloze of een besloten vennootschap die een meerderheid van aandelen heeft in een of meerdere andere vennootschappen.

hypotheek
Lening met onroerend goed als onderpand, zekerheid.

hypotheekgever
Degene die geld leent om de aankoop van onroerend goed te kunnen financieren. Hij 'geeft' het huis als onderpand.

hypotheeknemer
Degene die geld uitleent en daarvoor onroerend goed als onderpand accepteert.

I

index
Een statistisch gemiddelde van de prijzen van een aantal zaken. Elke index kent zijn eigen berekeningswijze, die bepaald wordt door de individuele onderdelen die in de berekening worden meegenomen en het statische gewicht dat die onderdelen meekrijgen. Zelden neemt een index alle onderdelen van de markt in de berekening op. Aandelenindexen bijvoorbeeld bestaan meestal uit enkele tientallen van de honderden of duizenden fondsen die verkrijgbaar zijn op de markt waarvan de index een beeld wil geven. Indices zijn denkbaar op allerlei gebied.

intrinsieke waarde
Veelal gebruikt om de waarde van een zaak aan te geven los van verwachtingen over de toekomstige waarde. De intrinsieke waarde van een aandeel bestaat uit het totale eigen vermogen van de betreffende onderneming per aandeel. De koers van het aandeel zal echter veelal daarboven of daaronder liggen, afhankelijk van het vertrouwen dat de markt heeft in de toekomstige waarde-ontwikkeling. De intrinsieke waarde van een beleggingsfonds bestaat uit de beurswaarde van de effecten die het in portefeuille heeft. Bij open-end fondsen is de koers van het beleggingsfonds gelijk aan de intrinsieke waarde, omdat de aanbieder van het fonds zich verplicht heeft de markt te onderhouden.

J

junk bond
Obligatieleningen met een relatief hoge couponrente, uitgegeven door minder gewaardeerde bedrijven en instellingen. De naam junk bond ontstond in de jaren tachtig en kwam in kwaad daglicht te staan door de escapades van effectenhandelaar Michael Milken op dit terrein. Eind jaren negentig maakte dit soort obligaties een comeback, maar tegenwoordig wordt gesproken over high yield bonds. Bedrijven als UPC, KPN Qwest en Versatel leunen zwaar op junk bonds.

K

kapitaalbelasting
Elke vennootschap die kapitaal bijeenbrengt om daarmee kennelijk te gaan ondernemen betaalt eenmalig 0,9 procent kapitaalsbelasting over dat bedrag. Beleggingsfondsen betalen dat ook bij oprichting en bij het uitgeven van nieuwe aandelen. De kosten worden afgetrokken van het fondsresultaat.

kapitaalmarkt
Markt waarop banken, bedrijven en overheidsinstellingen geld en waardepapieren (vermogenstitels) uitlenen en van elkaar lenen met looptijden vanaf een jaar. De aandelenmarkt valt onder de kapitaalmarkt en ook de meeste obligatiemarkten.

kapitaalverzekering
Verzekering met het doel om op enig moment in de toekomst een bedrag ineens uitgekeerd te krijgen. Dat kapitaal wordt opgebouwd door nu een groot premiebedrag bij de verzekeraar te storten of maandelijks of jaarlijks een (kleinere) premie af te dragen. De premies kunnen meestal op verschillende manieren aangewend worden. Kiest de klant voor sparen dan krijgt hij garanties voor het uit te keren bedrag, kiest hij voor beleggen dan is er een kans op een hoger rendement, maar neemt het risico ook toe.

L

levensverzekering
Tegen betaling van een premie wordt bij overlijden een bedrag uitgekeerd aan de nabestaanden of aan iemand anders die door de verzekerde is aangewezen.

leveraged fund
Een beleggingsfonds dat bij zijn beleggingen ook werkt met geleend geld. Het effect van de beleggingen wordt dan versterkt: het geleende geld werkt als hefboom (lever) voor het rendement.

lijfrenteverzekering
Verzekering met het doel om vanaf enig moment periodiek uitkeringen te ontvangen, hetzij voor een bepaalde periode, hetzij tot het moment van overlijden. Het kapitaal dat opgebouwd moet worden om deze uitkeringen te doen komt tot stand door gedurende een aantal jaren een maandelijkse premie te betalen of eenmalig een premie te storten. Een derde mogelijkheid is om een direct ingaande lijfrente te kopen met een bestaand kapitaal.

lineaire hypotheek
De hypotheeklening wordt afgelost met jaarlijks gelijkblijvende bedragen. De totale lasten van deze hypotheek nemen in de loop van de tijd af omdat de rente die betaald moet worden telkens minder wordt, zowel netto als bruto. Bovendien is de overlijdensrisicoverzekering die veelal aan een lineaire hypotheek is gekoppeld, verbonden aan de (afnemende) hoofdsom zodat ook de premie voor die verzekering elk jaar lager wordt.

liquiditeitenfonds
Beleggingsfonds dat belegt in direct opvraagbaar geld. Ze plaatsen het ingelegde geld bijvoorbeeld op deposito's bij banken.

M

maatschappelijke belegging
Zie ethisch beleggen.

management fee
Engelse term voor de vergoeding voor vermogensbeheer. Nederlandse beleggingsfondsen halen hun vergoeding meestal uit de beheerskosten, Angelsaksische fondsen werken vaker met een apart in rekening gebrachte management fee.

M