Aangeschoten tijgers

Het heeft lang geduurd tot het in Azië doordrong: er is een economische crisis. Politici, ondernemers en bankiers hoopten dat de malaise vanzelf voorbij zou gaan....

HET ONVERWACHTE ontslag was vier maanden geleden voor Hwan Kye-su zo onwezenlijk dat hij niets anders kon bedenken dan doen of het niet waar was. Net als de negen jaar voor de fatale datum sloeg Hwan (35) elke ochtend even na half acht de voordeur achter zich dicht. Hij maakte zijn korte wandeling langs monotone, genummerde flats naar het metrostation in een zuidoostelijke buitenwijk van Seoul en dacht dat hij snel een andere baan zou vinden. Hij woonde tenslotte in Zuid-Korea en niet in West-Europa.

Het overzichtelijke wereldje van de vrijgezelle geograaf stortte in toen de levensmiddelenfabrikant waar hij dacht zijn pensioen te halen, hem op straat zette. De afdeling Facturen werd ingekrompen. Maar zelfs in een land dat de zwaarste economische crisis in dertig jaar doormaakt, blijft werkloosheid taboe. Hwan dacht geen seconde na: 'Je moet je in moeilijke tijden vastklampen aan je gewoonten.'

Hij hecht aan routine en had nooit gedacht dat het leven anders zou worden. Zijn moeder speelt het spel mee: 'Een man die overdag thuis zit, is zijn familie tot schande.' Ze legt elke avond een gestreken overhemd en schone sokken klaar. Na het opstaan kookt ze witte rijst die Hwan met thee en wat kimchi, het nationale koolgerecht, naar binnen schrokt.

Dan komt het moeilijkste. Hwan, zijn bruine aktetas onder de arm geklemd, geeft buren in het trapportaal een minzaam knikje. Hij groet bekenden op de paarse lijn 5 die hem naar het stadscentrum brengt en troost zich met de gedachte dat er zich onder hen lotgenoten bevinden.

Op het overstapstation Tongdaemun begint het nieuwe, onzekere leven. Van hieruit reist Hwan naar de bergen aan de noordkant van de stad. De hele novemberherfst wandelde hij depressief op de hellingen van de Surak, maar nu vindt hij troost in het winterse wit. 'Ik moest erg wennen, maar ik ben van mijn uitstapjes gaan houden.'

Er zit weinig anders op. Want de economische rampverhalen tuimelen over elkaar heen. Hwan beseft dat de werkloosheid lang gaat duren en dat het afgelopen is met een van de pijlers van het Koreaanse systeem: de levenslange garantie van een baan. 'De grote bazen hebben ons land op de rand van het bankroet gebracht en daarvoor moet ik boeten.'

Hwan legt de schuld voor de economische afgang van het ambitieuze Zuid-Korea bij anderen, hij wil nog niet als man-zonder-baan door het leven. 'Ik kan het mijn moeder niet aandoen.' Hij lacht er verlegen bij: 'Zo is dat nu eenmaal.'

Voor de meeste slachtoffers van de economische crisis in Azië was het rampnieuws zo moeilijk te geloven dat zij eerst een fase van ontkenning doormaakten. Bankiers en ondernemers, maar vooral politici hoopten dat de crisis vanzelf zou overwaaien toen 2 juli vorig jaar de Thaise baht devalueerde.

De Maleisische premier Mahathir Mohamad maakte zich bij westerse bankiers belachelijk door de schuld bij de internationale financier George Soros en andere joden te leggen. Premier Goh Chok-tong van Singapore gebruikte in september nog de legendarische kwalificatie 'oprisping'.

Maar elke keer als de bankiers en politici tegen elkaar zeiden 'de bodem is in zicht, het kan niet meer slechter', doken de valuta- en beurskoersen naar nieuwe diepten en werd 'alle hens aan dek' geroepen om nog erger te voorkomen.

Niet alleen de Aziatische politici, die jaren verwend waren met reusachtige groeicijfers, bleven de crisis onderschatten, ook de strenge rekenmeesters van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waren onaangenaam verrast toen hun recordreddingspakket van zestig miljard dollar voor Zuid-Korea onvoldoende bleek.

De omvang en de diepte van de Aziatische krach blijven ook na een half jaar de leiders verbazen. Enkele bankiers voorspelden in juli dat de valutamarkten nog lang onrustig zouden blijven, maar dat drie grote Aziatische landen zo snel op het randje van bankroet zouden belanden, had niemand gedacht. Nog steeds is er gevaar dat hulpplannen voor Thailand en Indonesië tekortschieten. De Filipijnen en Maleisië hebben het tot nu toe zonder noodhulp kunnen redden.

Schaamte was een belangrijk element bij de moeizame verwerking van de gebeurtenissen. Een Koreaanse professor geneerde zich zo voor het wanbeleid van de politici en fabrieksdirecteuren in zijn land dat hij westerlingen nauwelijks meer onder ogen durft te komen. 'We dachten dat ons systeem het juiste was. Nu weten wij beter.'

De 66-jarige Thaise Chob Malidol vaart zelfs wel bij die verlegenheid. Zij brengt tegen vergoeding de juwelen en mobiele telefoons wegvan voormalige rijken die liever niet bij de lommerd worden gesignaleerd. 'Het is moeilijk wennen als je opeens arm bent,' zegt ze vol begrip.

Ook voor politici. De Indonesische president Soeharto negeerde vorige week bij de presentatie van de landsbegroting doodleuk de problemen en de afspraken met het IMF. Hij werd afgestraft met een nieuwe daling van de roepia, dreigende faillissementen en hamsterwoede onder consumenten.

Elk licht aan het einde van de tunnel blijkt tot nu toe een fata morgana te zijn. Ondanks de interventies van het IMF en westerse politici blijven de geldmarkten ruwe schommelingen vertonen, waarbij op slechte dagen de waarde van een munt tien procent daalt en aandelenkoersen instorten. De steeds onheilspellender waarschuwingen van de internationale financiële gemeenschap hebben tot gevolg dat de slechte boodschap langzaam begint door te dringen: het Aziatische Wonder is aan grondige herziening toe.

'Dit is een van de zwaarste financiële crises van deze eeuw', zegt de Nederlander Pieter Bottelier, hoofd van de Aziatische afdeling van de Wereldbank en tot voor kort de afgezant van de bank in Peking. 'Alleen de krach van 1929 en de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis uit de jaren tachtig hadden deze enorme omvang.'

Het alarmerende voor de politici is dat de pijn van de saneringen nog moet komen. De crisis heeft zich tot nu toe voornamelijk afgespeeld in directiekamers van ondernemingen, burelen van ministeries en computers van investeringsbankiers. Maar binnenkort zal het effect van faillissementen en inkrimpingen het dagelijkse leven beheersen en krijgt Hwan Kye-su gezelschap van miljoenen verschoppelingen. In Zuid-Korea ging vorige week het recordaantal van vijfhonderd bedrijven op de fles. In Bangkok groeien elke dag de rijen ontslagen ongeschoolde plattelanders die 's ochtends hoopvol de koppelbazen aankijken en elkaar bevechten om een nederig klusje te mogen verrichten.

Zelfs de elites, die liefst op de golfbaan zaken deden over het zoveelste winkelcentrum of luxe-appartementencomplex, zijn ruw wakker geschud. Zij merken dat een telefoontje naar de juiste politicus of ambtenaar geen wonderen meer verricht.

De crisis komt op een moment dat het Verre Oosten zijn leiders aan het vervangen is. De generatie Mahathirs en Soeharto's houdt nog vast aan de oude Aziatische waarden, waarbij de onderdanen het gebrek aan democratie slikten zolang de economie welvaart bracht. Maar nu de materiële vooruitgang stokt, is het maar de vraag of verlichte despoten nog langer worden getolereerd.

Nieuwe politici beseffen dat de tijden aan het veranderen zijn. Chuan Leekpai, de in november aangetreden democratisch-gezinde premier van Thailand, geeft toe dat 'de komende maanden een periode van beroering en wispelturigheid' zullen zijn. De vorige maand tot president gekozen Koreaanse oud-dissident Kim Dae-jung wachtte een onaangename verrassing toen hij na zijn overwinning een lege schatkist aantrof: 'Ik was verbijsterd toen ik te horen kreeg dat we geen geld meer hebben.' De vorige regering had het slechte nieuws achtergehouden.

IN VEEL LANDEN heeft de crisis een curieuze alliantie van ontevreden zakenlieden, democraten en werklozen op straat gebracht die woedend zijn over de onbekwaamheid van hun leiders. De politieke gevolgen blijven niet uit. In Thailand en Zuid-Korea zijn regeringen vertrokken als gevolg van wanbeheer. In Japan ligt premier Ryutaro Hashimoto onder vuur omdat hij er maar niet in slaagt het land uit zijn zeven jaar durende stagnatie te halen.

De spanning rond de Indonesische presidentsverkiezingen in maart is groot, nu generaal Soeharto snel aan populariteit inboet. Zelfs over de tot voor kort onaantastbaar geachte Mahathir wordt in Maleisië gemopperd dat hij beter plaats kan maken voor de door hemzelf uitverkoren opvolger, Anwar Ibrahim.

Veel zal afhangen van de mate van sociale ontwrichting. Nu nog leveren Zuid-Koreanen en Thais braaf hun goud in om het land te redden. Maar naarmate de ontslagen en loonsverlagingen om zich heen grijpen, zal het incasseringsvermogen van de bevolking dalen.

'Alle bedrijvigheid in ons land lijdt eronder,' zegt Charnchai Charuvastr, directeur van het tot voor kort snel groeiende Thaise telecommunicatiebedrijf Samart. Hij heeft de salarissen met een kwart verlaagd en alle afdelingen hebben strikte orders om hun kosten met een derde terug te brengen. 'Afslanken of overlijden', is zijn devies.

Dat is even slikken in een regio die tot voor kort gewend was aan makkelijke leningen en grote groei. Maar na overmoedige investeringen in prestigeprojecten als wolkenkrabbers en winkelpaleizen blijkt dat te veel ondernemers in Azië op dezelfde paarden hebben gewed en te veel kredieten hebben opgenomen.

Buitenlandse bankiers zijn unaniem in hun oordeel over de zwakke plek: de voor Oost-Azië kenmerkende duistere vervlechting van politiek, ambtenarij en bedrijfsleven. Zij willen af van de overheidsbemoeienis, die in de eerste ontwikkelingsfase grote groei stimuleerde, maar in een moderne economie verstikkend werkt op nieuw initiatief.

'Het Aziatische model is verdoemd zolang het weigert wanbeheer af te straffen', zegt David Roche, hoofd van Independent Strategy, een veel geraadpleegde Londense denktank over Azië. Hij ergert zich al jaren aan de gewoonte in het Verre Oosten firma's in leven te houden die in feite failliet zijn. 'Kapitalisme zonder bankroet is als het christelijk geloof zonder de hel. Zonden moeten worden bestraft', vindt hij.

Roche is zelfs van mening dat het IMF een zachte heelmeester is die met zijn reddingspakketten stinkende wonden maakt. 'Die miljarden worden gebruikt om het leven te rekken van banken die al lang gesloten hadden moeten zijn.' Roche is een vertegenwoordiger van de school die vindt dat alleen straf en boete Aziatische politici voldoende tot actie kunnen aanzetten. Zij dienen de elites aan te pakken die zich vastklampen aan de status quo.

Sommige van deze haviken wilden zelfs hun handen aftrekken van Zuid-Korea toen het vlak voor kerst kopje onder dreigde te gaan. Enkele weken na de eerste reddingsoperatie kwamen al weer zoveel onbetaalde rekeningen boven water, dat de Verenigde Staten, Japan en het IMF snel een extra noodverband van nog eens tien miljard dollar moesten aanleggen om doodbloeden van de economie te voorkomen.

De regeringen van Clinton en Hashimoto schrokken terug voor de gevolgen van een bankroet. Tokyo vreesde dat het eigen wankele banksysteem het zou begeven, omdat het in Zuid-Korea meer dan 25 miljard dollar aan leningen heeft uitstaan. Washington maakte de rekensom dat een faillissement voor de wereld veel duurder zou uitpakken dan een injectie van tien miljard.

Maar in het kader van de nieuwe orde moest Kim Dae-jung, de pasgekozen president, wel beloven dat hij de 'corrumperende navelstreng tussen zakenlieden en politieke macht' door zou snijden. Hij bezwoer de door de overheid gecontroleerde economie te vervangen door een 'vrijemarkteconomie die openstaat voor buitenlandse investeringen en concurrentie'.

Deze onverbloemde promotie van Amerikaans kapitalisme is koren op de molen van critici die sociale rust en geleidelijkheid vooropstellen. Maar zij heeft nog geen openlijk verzet opgeroepen. 'Het is opmerkelijk hoeveel mensen bereid zijn te slikken', zegt een westerse diplomaat in Kuala Lumpur. 'In het Midden-Oosten zouden ze allang tegen het IMF en de Verenigde Staten de straat zijn opgegaan.'

Van meerdere kanten klinkt kritiek op de strenge saneringseisen van het IMF, die met zijn nadruk op bezuinigingen de crisis alleen maar erger zou maken. Maar veel Aziaten zijn vooralsnog bereid de schuld bij zichzelf te zoeken.

De systeemfout in het Aziatische model is dat politici niet gewoon zijn verantwoording af te leggen. 'Als we het voor elkaar krijgen om onze leiders meer rekenschap te vragen voor hun handelen, boeken we door deze crisis enorme winst,' zegt de Thai Abhisit Vejjajiva, een jonge, talentvolle voorvechter van democratie. Sinds kort is hij adviseur van de premier, met ministerstitel.

Vejjajiva hoopt dat een nieuwe generatie politici de kwaliteit van het landsbestuur kan verbeteren met eerlijk en rechtvaardig beleid. Good governance is de term die in alle getroffen landen opduikt. Hij kreeg bijval van het Amerikaanse zakenblad Businessweek: 'De val van de Berlijnse muur in 1989 had onmiddellijke effecten in Europa. Nu is het Azië's beurt.'

Dit optimisme wordt dankbaar verwelkomd door de honderdduizenden activisten in Zuid-Korea, Thailand, de Filipijnen en Taiwan, die de afgelopen twintig jaar met gevaar voor eigen leven dictators hebben verjaagd. 'Deze crisis biedt een kans die je maar eens in je leven krijgt', zegt Anette Lu Hsiu-lien, oppositieparlementariër in Taiwan, die de ambitie heeft om eerste vrouwelijke president van haar land te worden. 'Taiwan is opener en daardoor minder getroffen, maar laat de ellende van Indonesië een goede waarschuwing zijn voor onze leiders.'

PESSIMISTEN waarschuwen met een verwijzing naar Japan voor te hoge verwachtingen. Door het gebrek aan politieke moed en daadkracht houdt de crisis er veel langer aan dan nodig is. En in de desillusie over de politieke inertie van het vertrekkende Koreaanse bewind, ontstond opeens een cultus rond de autoritaire leider Park Chung-hee, die aan de wieg stond van het economische wonder dat nu ineenstort.

'We kunnen van Azië niet vragen om in een vloek en een zucht een ontwikkeling door te maken waar we zelf een eeuw over deden', zegt een West-Europese diplomaat. Maar sommige politici hebben juist dat op het oog. 'Ons volk heeft het vertrouwen dat de regering zich zal houden aan de beginselen van goed bestuur', zei de Thaise premier Chuan Leekpai.

De crisis biedt zijn regering de mogelijkheid om snel pijnlijke beslissingen te nemen, maar hij heeft weinig tijd. Bedrijven zetten in rap tempo mensen op straat en de vakbonden hebben gewaarschuwd dat massale werkloosheid niet acceptabel is.

De veelgeprezen spaarzin en werklust hebben het Verre Oosten de afgelopen dertig jaar ongekende voorspoed gebracht. Of de uit het confucianisme voortkomende nederigheid om fouten in te zien en het vermogen tot snelle aanpassing voldoende zijn een volgende periode van bloei te creëren, moet de toekomst leren. Hoopvolle democraten verwachten een nieuw Aziatisch Wonder.

Meer over