Hoe cultureel divers zijn de kinderboeken thuis in de kast? Wat je als ouder moet weten én tips voor mooie jeugdboeken

De vorming van stereotypen begint al jong, dus ook kinderliteratuur verdient een kritische blik nu de Black Lives Matter-beweging in volle gang is. Hoe is het gesteld met culturele diversiteit in het Nederlandse kinderboek? En is er een ‘goede’ manier om dit thema in boeken voor de allerkleinsten aan te stippen?

Beeld Melissa de Gier

De meningen over de huidige diversiteit in het aanbod van kinderboeken zijn verdeeld. ‘In kinderboeken komen niet-witte personages voor ‘in de marge, niet zelden gestereotypeerd als de ‘rare’ ander’, schreef Reza Kartosen-Wong, co-auteur van het kinderboek Waar is mijn noedelsoep?!? in een opiniestuk in deze krant. Kinderboekenverkoper Esmee Schenck de Jong liet via een mail aan de redactie weten ‘gefrustreerd’ te zijn door die boodschap omdat er volgens haar juist veel kinderboeken zijn met ‘rolmodellen van kleur, karakters die tegen de traditionele man-vrouwrollen ingaan of zich niet thuis voelen in de norm’.

Hoe zit dat nou? De Universiteit Leiden deed onlangs de eerste studie naar personages van kleur in Nederlandse boeken voor jonge kinderen tot 6 jaar. De onderzoekers van de faculteit Sociale Wetenschappen bestudeerden de hoofdpersonen uit alle kinderboeken die tussen 2009 en 2018 prijzen hebben gewonnen, het vaakst zijn verkocht en het meest zijn uitgeleend in de bibliotheek.

In totaal kon van zo’n 2.053 personages in 64 boeken de huidskleur worden vastgesteld: 84 procent was wit en 16 procent van de personages had een kleur. ‘Vervolgens hebben we deze statistieken vergeleken met de verhouding in de Nederlandse bevolking. Er was sprake van een ondervertegenwoordiging van zwarte personages’, zegt promovendus Ymke de Bruijn. Want als je kijkt naar de Nederlandse bevolking tussen de 0 en 5 jaar (het publiek waarvoor de kinderboeken zijn bedoeld), dan zou je verwachten dat zo’n 19 tot 28 procent van de personages niet wit is. Dit getal loopt nogal uiteen, omdat het uitmaakt of je de tweede generatie migranten meerekent als wit (dan is de bevolkingsgroep met een kleur dus kleiner, namelijk 19 procent) of als niet wit (28 procent).

Ook de rol van het personage werd onder de loep genomen: is het een hoofdrol, bijrol of speelt het personage op de achtergrond? ‘Hierin vonden we geen verschil tussen zwarte en witte personages’, zegt De Bruijn. ‘Iets anders was wel opvallend: vrouwen van kleur vertolkten vaker een rol op de achtergrond dan witte vrouwen.’ Bij mannen was dit verschil er niet.

Stereotypen liggen er niet meer zo dik bovenop, zoals vroeger in kinderboeken het geval was, vertelt De Bruijn. Helemaal verdwenen zijn ze echter niet. ‘In een boek over een klas met kinderen zijn het donkere jongetje en het jongetje met een Marokkaanse achtergrond de druktemakers die de les steeds verstoren. Heel expliciet zijn de vooroordelen niet, maar als je tussen de regels doorleest, kun je wel wat dingen ontdekken.’ De les die De Bruijn hieruit destilleert voor ouders: kies de kinderboeken – ook degene met diverse personages – met zorg uit.

Een zwarte prinses

‘Het is veel beter gesteld met culturele diversiteit in kinderboeken dan twaalf jaar geleden, toen ik met het eerste boek over Arabella kwam’, zegt de bekroonde Nederlands-Amerikaanse kinderboekenschrijver en illustrator Mylo Freeman die dit jaar het prentenboek maakt voor de Kinderboekenweek in oktober. Ze kwam op het idee voor de populaire Arabella-reeks over een zwarte prinses toen ze hoorde dat een klein zwart meisje weigerde om de rol van prinses te spelen in het schooltoneelstuk. ‘Ik ben bruin en heb kroeshaar, prinsessen zijn wit en hebben blond haar en blauwe ogen’, had ze gezegd. ‘Ik was geshockeerd en vond het zo sneu voor haar, en ook voor mezelf. Ikzelf had ook nooit gedacht aan het beeld van een zwarte prinses, dat kwam niet in me op. Het werd een soort missie om die meisjes een donkere prinses te geven. Eigenlijk is het doodeenvoudig om met een fictief karakter een positief beeld te creëren.’

Freeman is het soort auteur dat zich comfortabel voelt bij de meer impliciete diversiteitsboodschap: de hoofdpersoon is zwart, dat is een gegeven, maar verder gaat het niet over huidskleur, discriminatie of racisme. ‘Arabella is gewoon een prinses’, aldus Freeman. Onderzoekers van de Universiteit van Leiden constateerden dat er in het merendeel van de onderzochte kinderboeken weinig werd geschreven over de culturele achtergrond van de personages of over discriminatie.

‘Kinderliteratuur hoeft geen schoolboek of opvoedboek te zijn’, zegt ook Chafina Bendahman, die in 2015 de kleine uitgeverij ROSE Stories oprichtte, die zich richt op culturele diversiteit in verhalen. ‘Ik vind het juist mooi als het verhaal over een stoer meisje gaat met een kleur en niet-Nederlandse naam, zodat alle kinderen zich erin kunnen herkennen, zónder dat je het over diversiteit an sich hebt.’

Er zijn natuurlijk wel kinderboeken waar het thema racisme en discriminatie expliciet aan de kaak wordt gesteld. Neem het boek Van klein tot groots – Rosa Parks van Lisbeth Kaiser en Marta Antelo, over het leven van de vrouw die weigerde haar plek in de bus af te staan aan een witte medereiziger. Volgens pedagoog Minchenu Maduro, geboren op Curaçao en getogen in Nederland, is de boodschap in zo’n boek erg fijn voor zwarte ouders en zwarte kinderen. ‘Ze zullen zich niet alleen in deze helden herkennen, maar ze leren ook hoe je kunt reageren als je onrecht wordt aangedaan op basis van je huidskleur. Een kinderboek over Rosa Parks of Martin Luther King laat zien dat je iets kunt dóén, je kunt er kracht uit putten’, aldus Minchenu.

Vriendschap tussen wit en zwart

Het kinderboek als middel tegen racisme, werkt dat eigenlijk? Het kan zeker helpen, meent Judi Mesman, hoogleraar Diversiteit in opvoeding en ontwikkeling aan de Universiteit Leiden. ‘Als je een kind voorbeelden geeft waarbij mensen uit de eigen groep goed contact hebben met mensen van een andere etniciteit – bijvoorbeeld een vriendschap tussen een wit en een zwart kindje in een boekje – dan heeft dat een positief effect. Kinderen denken: dat kindje lijkt op mij en doet leuke dingen met dat andere kindje, dus dat kan ik ook.’

Volgens Mesman is er een verschil tussen niet-racistisch opvoeden en anti-racistisch opvoeden. ‘Voor een anti-racistische opvoeding moet je ook benoemen dat niet iedereen dezelfde kansen krijgt.’ Daarvoor zijn boeken waarin discriminatie en racisme expliciet worden benoemd van meerwaarde.

De favorieten van kinderboekenschrijver Mylo Freeman:
‘In het boek Julian is een zeemeermin van Jessica Love ziet het jongetje Julian een groepje travestieten als hij in de metro is, ze zijn verkleed als zeemeerminnen. Dat wil ik ook, denkt hij. Dus als zijn oma een dutje doet, verkleedt hij zich met veren en kettingen. Als zijn oma wakker wordt, is het voor de lezer spannend wat ze gaat zeggen. Keurt ze het af? Ze neemt Julian mee naar een festival, waar allerlei prachtige verklede travestieten meelopen in een parade. Het boek heeft donkere personages en het jongetje is misschien wel homo, denk je, maar dat wordt allemaal niet uitgesproken. Er wordt liefdevol mee omgegaan, hij kan zijn hart volgen.’

Ada Dapper Wetenschapper van Andrea Beaty en David Roberts gaat over een donker meisje, Ada, dat heel graag vragen stelt: waarom werkt iets zo? Ze heeft veel belangstelling voor wetenschap en ze gaat op ontdekking. Er zijn weinig boeken met een donker meisje in de hoofdrol dat ook nog eens belangstelling heeft voor wiskunde. Dubbele winst.’

Diversiteit én een goed verhaal

Wordt een educatief doel gekoppeld aan een kinderboek, dan zorgt dat voor ongemak. ‘Ik blijf mij verzetten tegen het kinderboek als opvoedingsinstrument’, schreef kinderboekhandelaar Hanneke Koene in een opiniestuk in de Volkskrant. Volgens haar verschijnen er te veel slecht geschreven, gekunstelde boeken die als doel hadden om kinderen te beïnvloeden. ‘Daar waren ook boeken bij die bedoeld waren om kinderen met een ander uiterlijk of culturele achtergrond naar voren te schuiven.’

‘Een goed verhaal én culturele diversiteit sluiten elkaar natuurlijk niet uit’, zegt kinderboekenrecensent Pjotr van Lenteren. ‘Het probleem is alleen dat mensen die met het motief ‘we moeten nu gaan emanciperen en de wereld verbeteren’ aan de slag gaan, vaak tenenkrommende kinderboeken produceren.’ Oftewel: diversiteit moet niet de insteek zijn. ‘Dan krijg je zo’n toontje en daar is niemand mee geholpen’.

De favorieten van Eline Rottier van Boekwijzer:
‘Het perfecte boek om in deze tijd aan een puber te geven is The Hate U Give van Angie Thomas. Deze young adult gaat over een meisje dat ziet hoe haar vriend wordt doodgeschoten door de politie. Ze besluit te gaan getuigen in de rechtszaak. Dit boek is indringend en laat zien hoe diepgeworteld onze denkbeelden over ras zijn.’

‘In Planeet Omar van Zanib Mian en Nasaya Mafaridik wordt op toegankelijke wijze het verhaal verteld van het jongetje Omar dat moet verhuizen en naar een andere school gaat. Door middel van speelse weetjes leren kinderen veel over moslims en hoe het is om je aan te passen aan de westerse wereld waar mensen vooroordelen over je hebben. Zo kijkt de buurvrouw van Omar altijd over het hekje naar ‘die buitenlanders’. Een prettig boek voor iedereen die weleens het gevoel heeft dat hij ‘anders’ is.’

‘Janneke Schotveld giet in De kikkerbilletjes van de koning sprookjes in een eigen jasje. De levenslessen liggen er soms wat dik bovenop, maar ze zijn charmant en vol humor. Zo schrijft ze over de dappere ridster die ridder Max, die een kleurtje heeft, uit de toren redt. De verhalen laten zien hoe je vastgeroeste denkbeelden kunt doorbreken.’

Talententraject

Iedereen lijkt het er wel over eens dat meer culturele diversiteit in kinderboeken – mits van goede kwaliteit – een goed idee is. Waarom blijft het aanbod achter? Chafina Bendahman van uitgeverij ROSE Stories gelooft niet dat het karige aanbod komt doordat er geen goede auteurs of boeken zijn. ‘Hetzelfde hoor je ook vaak in de theaterwereld, of in de media: goede gekleurde mensen zijn er niet. Dat is te makkelijk.’ Misschien moet er wat meer moeite gedaan worden om die auteurs met de goede verhalen te scouten, denkt ze. Dat doet ROSE Stories, met onder andere een talententraject. ‘Maar het kost wel tijd en geld, wij kunnen het ook alleen doen met steun van bijvoorbeeld het Letterenfonds. De vraag is denk ik ook: hoe belangrijk vindt een uitgeverij deze cultureel-diverse boeken?’

De mensen die de belissingen nemen in de uitgeverijbranche zijn nog steeds wit en die kijken op een andere manier naar verhalen, meent ze.  ‘Dat doen ze onder het mom van kwaliteit, maar ik denk dat ze kwaliteit verwarren met smaak.’ Het grootste succes van ROSE Stories tot nu toe is het kinderboek Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes, met daarin honderd portretten van heldinnen van iedere etniciteit, zoals Nobelprijswinnaar Malala Yousafzai, Serena en Venus Williams en Coco Chanel. In de eerste weken werden er al duizenden boeken verkocht. Wereldwijd is het boek in vijftig talen verschenen en 5,5 miljoen keer verkocht. ‘Niemand anders wilde het boek in Nederland uitgeven, we hebben geluk gehad. Maar alle kinderen zijn gebaat bij meer van dit soort boeken.’

De favoriet van Pjotr van Lenteren, kinderboekenrecensent van de Volkskrant:
De gelukvinder van Edward van de Vendel en Anoush Elman heeft dezelfde kracht als De vliegeraar. Het gaat over een Afghaanse jongen die naar Nederland reist met mensensmokkelaars. De weg hiernaartoe is heel indringend beschreven, en vervolgens is zijn leven hier op de middelbare school juist heel alledaags. Het verhaal is echt meegemaakt door Anoush Elman. Edward van de Vendel heeft het samen met hem geschreven. Dit boek heeft wat mij betreft alles.’

Meer over