De Gidsterrasloeren

Gezien op het terras: kakkineuze doerakken met lak aan de coronaregels

Beeld Saša Ostoja

Terrasloeren is dialect voor stiekem mensen bestuderen. Stijlredacteur Cécile Narinx en zielenknijper Marcus Huibers trainen hun aangeboren Limburgse loerspieren door aan de hand van kleding, gedrag, bestellingen en lichaamstaal nietsvermoedende terrasgangers te determineren.

C (glunderend): Wat een héérlijk gezelschap is dit, pal voor onze neus!

M: Dit clubje heren op leeftijd kent elkaar al lang, dat zie je aan hun lichaamstaal. Ongedwongen en beheerst amicaal. Aan de kakkineuze kleding te zien is dit géén dartclubje of duivenmelkersvereniging. Een maatschap van het een of ander? Studievrinden? Een jaarclub?

C: Ja, dat. Of oud-huisgenoten. Laat me eens goed loeren, ik tel zeven heren en de dominante kleur is beige. Vrijwel iedereen draagt een pochet in de borstzak – opmerkelijk. Allemaal jasjes, waarvan – bingo! – eentje met opgenaaide elleboogstukken. Ik zie overhemden in effen lichtblauw, eentje is lichtroze. Donkerblauwe of ecru chino’s. Qua schoenen óf twee riempjes aan de zijkant óf suède brogues óf loafers met blote enkels. En allemaal bruin. Qua kleding is dit de complete Canon van de Kak. Let ook eens op de lokken. Elke coupe is grijs of grijzend, net iets te lang in de nek, de scheiding vrij ver richting de oren. Ze zitten trouwens wel erg dicht op elkaar, mag dat? Lijkt me namelijk niet dat ze nog steeds in één huis wonen.

M: Die morsige in de hoek met die te korte sokken laat zich het leven goed smaken, te zien aan de vlekken op z’n strakgespannen shirt. De Theo van Gogh van het gezelschap. Die kleine vrolijke met die Pim Fortuyn-das kraait het uit van plezier. Een apotheker, schat ik.

C: Er komt er nog een aan, achter jou. Die hoort erbij, kan niet anders. Let op.

Naderende kakker, op luid volume: ‘Heeeeeeee! Heren van het betere leven!’

M: Godsamme zeg, hij zegt het echt! Stijlvolle figuur wel, in zijn Jort Kelder-kloffie. Hij schrijdt een beetje, zou hij van adel zijn?

C: En daar komt er nog een! Aan de blauwe blazer met gouden knopen te zien de clubgenoot met de grootste boot en de dikste ik.

M: De Jort is als enige een beetje apart gaan zitten met zijn witte wijn. Is zich, gezien zijn benauwde blik, denk ik heel bewust van de coronaregels. Kan ook zijn dat hij een beetje het buitenbeentje is, degene die op jaarclubweekend als eerste naar z’n bed vertrekt met een dichtbundel. 

C: Kijk, de kapitein heeft meteen een discussie met de ober en zwaait onstuimig met zijn sigaar. De apotheker loopt lichtrood aan, eerder van gêne dan van opwinding zo te zien, en Theo klokt snel zijn witbier achterover.

Het gezelschap stapt op en vertrekt, terwijl de kapitein luid: ‘Jeeezus, het lijkt de pést wel!’ roept tegen niemand in het bijzonder. Van de ober begrijpen we dat de heren zijn aangesproken op de coronaregels.

C: Zitten we dan. Een kwartier loeren en ze zijn ’m alweer gepeerd. Het lijken keurige oudere heren, maar spreek ze niet aan op hun gedrag, want dat trekken ze niet. Het blijven diep vanbinnen schelmen. Doerakken! Net zoals eekhoorns eigenlijk gewoon ratjes zijn, maar dan in een elegantere outfit.

M: Wij dragen nog steeds de stammencultuur in ons dna, weten we uit de evolutionaire psychologie. Mannen op leeftijd voelen zich in het diepst van hun gedachten dorpsoudsten en eisen onvoorwaardelijk respect van de jongere generatie. Kijk maar eens naar de pensioendiscussie.

C: Ach wat sneu, daar komt nummer 10 aangelopen in een rode broek en met blossen op de wangen. Die kan zijn clubgenootjes niet vinden. Waarom zou hij zo laat zijn? Zou hij van het lustrumborrelexcuus gebruik hebben gemaakt om een cinq-à-sept met zijn maîtresse te beleven, na maanden opgehokt te zitten met zijn wettige echtgenote?

M: Hij ziet er wel ontzettend blij en opgelucht uit. Alsof hij écht iets kwijt is. Ook dat is evolutionaire psychologie.

Meer over