De GidsVakantieliefde

De vakantieliefde van Brigitte en Ronald: ‘Het is altijd blijven sluimeren’

Vanaf dat eerste moment bij het zwembad op de Spaanse camping wisten Brigitte en Ronald: dit is liefde. Toch kregen ze, ondanks de brieven en ontmoetingen daarna, nooit een relatie. ‘Misschien is dit wel mooier.’ 

Beeld Max Kisman

Brigitte, 64, Frankrijk 

‘Ik was 16 en een meisje uit Boulogne-sur-Mer, in het Noorden van Frankrijk. Veel ruimte om te experimenteren met jongens had ik niet. Mijn vader hield me kort, maar de camping in Spanje waar we jaarlijks kwamen, bood relatieve vrijheid. Terwijl mijn ouders naast de tent zaten, leefde ik samen met mijn nichtje wekenlang bij het zwembad met jongeren die daar net als wij toevallig met hun ouders verzeild waren geraakt. Zo ontmoette ik Ronald in 1972, een jongen van 13. Hij en zijn vrienden waren vrijer en makkelijker dan Franse jongens. Dat hij drie jaar jonger was, zag ik eerder als een groot voordeel, want het maakte hem in de ogen van mijn vader totaal ongevaarlijk. 

Ik vond hem meteen leuk en ik kan niet eens uitleggen waarom, die leeftijd interesseerde me in ieder geval totaal niet. We maakten plezier samen, waren niet uit op seks. Doken niet met zijn tweeën het bos in, zoals zijn vriend met mijn nichtje, die dan terugkwamen met de wildste verhalen. Nee, het bleef bij een kusje, een omhelzing, hand in hand over de camping. En misschien precies daarom, door het zachte, het voorzichtige, werd Ronald mijn eerste liefde. Een amour d’adolescence, maar eigenlijk een liefde voor het leven. Wekenlang troefden we elkaar die zomer af met grote sprongen in het zwembad, trokken we samen met de anderen aan elkaars zwembroekjes onder water.

Aan het einde van de vakantie was ik ontroostbaar bij het afscheid. Mijn nichtje sloeg haar armen om me heen en ik huilde. Maar Ronald en ik begonnen te schrijven, hij in zijn beste Frans. Zo eens in de paar weken ontving ik een brief, en ik schreef terug. Dat hielden we een heel jaar vol tot de zomer erop, die volgens hetzelfde patroon verliep als die ervoor. Rond het zwembad hangen en kussen. Drie jaar lang zagen we elkaar op deze manier, maar officieel verkering vragen was er niet bij en iets meer dan kussen deden we niet, daarvoor bleef ik te bang voor mijn vader. Daarna verloren we elkaar uit het oog, we gingen allebei studeren, kregen relaties met anderen. Slechts sporadisch hadden we contact en jaren later stond Ronald op zijn 47ste ineens voor de deur. Hij had zijn komst aangekondigd, en ook al morde mijn man, vanzelfsprekend ontving ik mijn jeugdliefde allerhartelijkst. 

Gedurende een paar dagen heb ik hem de omgeving laten zien van Avignon, waar ik woonde. We sliepen samen in één bed, lagen tegen elkaar, maar de rode draad van ons leven bleef bestaan: telkens weer andere omstandigheden maakten dat ik me nooit helemaal durfde overgeven. Eerst was het mijn vader die in de weg stond, toen waren het onze partners; Ronald was jong getrouwd, hij had kinderen, had ik daar allemaal aan voorbij moeten gaan en toegeven aan wat ik misschien achteraf best had gewild: een echte relatie? Nee, het leven loopt zoals het loopt. En tot de dag van vandaag heb ik geen spijt, sterker, ik geloof niet dat ik me ook maar één keer echt heb afgevraagd of we een kans hebben gemist, of ik toch iets had moeten doorbreken, zodat we wel echt samen hadden kunnen zijn.

Toch is het altijd blijven sluimeren. Jaren voordat hij mij opzocht, ben ik bij hem in Nederland langs geweest. Ik was op vakantie met een vriendin, hoogzwanger van mijn zoon, ook niet bepaald het moment alsnog een affaire te beginnen. En als ik nu, op mijn 64ste, aan Ronald denk, is dat als aan een broer. Ergens in ons leven is er een moment geweest dat het verlangen ophield en de vriendschap begon. In zekere zin houd ik meer dan ooit van hem. Zo af en toe bellen we, we maken grapjes, halen herinneringen op, en toch weet ik zeker dat het goed is zoals het is. Ik heb mezelf nooit onnodig pijn willen doen met hoop. Ik heb van niets van wat ik gedaan heb spijt, ook niet van de andere mannen met wie ik wel een aanzienlijk deel van mijn leven heb gedeeld. 

Laatst vertelde Ronald dat hij sinds een paar maanden samenwoont met de vrouw met wie hij vorig jaar bij mij is langs geweest. En vanzelfsprekend gun ik een broer alle geluk ter wereld. Bovendien, ik hoef zelf even geen man meer. Ik heb kortgeleden weer een ruïne gekocht, mijn vijfde, ditmaal in de Vaucluse. Die verbouw ik nu in mijn eentje, en daaraan heb ik mijn handen vol. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat Ronald voor mij altijd de Ronald van de camping gebleven: onschuldig en argeloos en lief en vol genegenheid. Het was een andere tijd. Geïsoleerd door de jaren, door onze kindertijd, worden de verrukkelijke herinneringen als kussen in de velden achter de camping alleen maar mooier. Ronald was mijn eerste liefde, het feit dat ik na hem alleen maar mannen heb liefgehad die jonger waren dan ik, zegt misschien veel.’

Ronald, 61, Nederland 

‘Ik was een jaar of 13 toen ik Brigitte zag staan bij het zwembad van de camping van het Spaanse Santa Cristina, zo’n honderd kilometer boven Barcelona. Ze droeg een gele bikini en had een guitige, schalkse lach die ik typisch Frans noemde. Met hoge sprongen vloog ik van de duikplank en keek achterom of ze me wel had gezien, om vervolgens nog stoerdere jongenscapriolen uit te halen. Ze was samen met haar zus en haar nicht maar ik merkte meteen dat zij het was die me leuk vond, de manier waarop ze mijn naam uitsprak; Ronallddde, daar hoorde ik instant-liefde in. Ik hoefde maar weinig te doen voor de eerste kus, nog diezelfde dag. Ze was vrijer dan de meeste Hollandse meisjes, die eindeloos konden tutten en dralen voor er eindelijk iets gebeurde. Soms maakten we ons los van de groep en liepen we met zijn tweeën naar het bosgebied achter de camping, dan waren we even alleen, maar ook dan kusten we alleen maar en maakten plezier. 

Ik was 13, het uitwisselen van ondeugende woorden in elkaars taal boeide me meer dan seks. Bovendien waren haar ouders behoorlijk streng. Eigenlijk was alles even pril en onschuldig tussen ons en toen het tijd was om afscheid te nemen die zomer, deden we daar luchtig over, want het jaar daarop zouden we elkaar vast weer zien en intussen konden we toch brieven schrijven – een goede oefening in het Frans. Nu ik erop terugkijk is het misschien gek dat we nooit, toen niet en later niet, gespeculeerd hebben over een volwassen relatie. Op een of andere manier zijn we altijd om die vraag heen gelopen. Misschien begreep ik intuïtief dat een relatie met een buitenlands meisje geen levenskans had. Of misschien durfde ik het grote avontuur gewoon niet aan.

We verloren elkaar uit het oog toen zij 19 was en we niet meer met onze ouders op vakantie gingen en kennelijk kwam het niet in ons op elkaar op te zoeken. Ja, ze is nog eens naar Nederland gekomen, hoogzwanger en in het gezelschap van een vriendin. En weer jaren later, ik was 47, zocht ik opnieuw contact. Gedreven door nostalgie of gewoon nieuwsgierigheid belde ik op een dag alle families in Boulogne-sur-Mer met haar achternaam, tot iemand ineens riep: ‘C’est ma fille’. En een paar weken later pakte ik de trein naar Avignon waar ze woonde. Ik zie haar nog komen aanlopen over het lege stationsplein. Ja, ze was ouder geworden, maar in wezen onveranderd en nog altijd even mooi. Ronallddde, zei ze hees. Ik zag dat ze last had van haar rug door de verbouwing waarin ze zich op eenzelfde fanatieke manier had gestort als waarmee ze haar duursporten beoefende, ik gaf haar een rugmassage en de volgende ochtend trokken we samen de bossen in waar we hebben gewandeld en gepicknickt en plezier gemaakt. 

Alles was zoals het geweest was, de jaren losten op, er was geen moment dat we ons ongemakkelijk voelden. De tweede nacht bood ze me een plek naast haar in bed, ook al had haar vriend mijn komst kwaaiig afgekeurd, waarna ze hem een weekendje uit logeren stuurde. Dat is Brigitte: een Franse griet die weet wat ze wil. Maar geen van beiden taalde naar meer dan knuffels, geen van tweeën vroeg zich hardop af of wij levensvatbaar hadden kunnen zijn in een lange relatie. Ook al had ik naar alle naamgenoten gebeld om haar te kunnen vinden, ook na mijn scheiding heb ik niet één keer gedacht: ik moet uitzoeken of het tussen ons iets kan worden. Ik durfde niet. Het kwam gewoon niet zo uit. Dat we om beurten ‘bezet’ waren, hielp ook niet mee.

Maar er is denk ik nog een reden. Wij houden van elkaar, maar niet op de manier van twee geliefden. En als ik eerlijk ben, was dat al zo in Santa Cristina. Waar mijn vriend Hans en haar nichtje Nadine op de camping de wildste avonturen beleefden, bleef het bij ons platonisch. En dat kan je natuurlijk nooit helemaal op het leeftijdsverschil en een strenge vader afwenden. Deze liefde is doordrongen van een intense puurheid, eerst in de vorm van prilheid, later in de vorm van kameraadschap. Onze gesprekken tijdens mijn bezoekjes aan haar, vorig jaar bijvoorbeeld en het jaar ervoor, waar ik haar voorstelde aan mijn nieuwe vrouw, zijn tot de dag van vandaag verschoond van bijbedoelingen, jaloezie en verwachtingen. Geen van beide heeft ooit gezegd: ik heb je nodig, ik kan niet zonder je. Als ik dat afzet tegen de onstuimige jeugdrelaties die ik ook gekend heb, rollercoasters die allemaal crashten door de te hoge druk die we elkaar oplegden, is dit misschien veel meer waard. Ik kijk naar Brigitte en zie nog steeds het drie jaar oudere meisje in haar gele bikini met het prachtige, vrouwelijke figuur. Dan denk je niet aan seks, aan relaties, dan kun je alleen maar bewonderen.’

Meer over