Zwoele fanfare-gekte van Reinders

Ga d'r maar aan staan: elke voorstelling een première. Gé Reinders speelt elke avond met een ander orkest. Dat kan alleen als je een pure liefhebber bent en niet aan je portemonnee denkt....

Tijdens een Limburgs zondagochtendwandelingetje hoort Reindersde zoete klanken van een fanfare. Hij denkt aan Memphis Soul Stewvan King Curtis, een nummer waarin Curtis de muzikanten van deband introduceert. Hij wil zo'n nummer over de fanfare maken.Bloasmuziek is niet alleen een geweldig, zwoel melancholieknummer geworden, maar ook het begin van de fanfare enharmonie-gekte bij Reinders. Voor de cd Blaos mich nao hoestrommelt hij duizend muzikanten van acht harmonieën, zesfanfares en een brassband bij elkaar om evenzoveel liedjes vaneen prachtige 'blaos-klank' te voorzien. En of dat nog niet mafgenoeg is, gaat hij tot begin juni op tournee met dertigverschillende orkesten.

In Den Haag speelde hij met de Douane Harmonie uit Woerden.Behalve als begeleider van nummers van de Bloas-cd krijgt elkorkest ook de ruimte voor eigen repertoire. De 65Douane-muzikanten gingen flink te keer met Quincy Jones en ChickCorea. Tijdens die nummers zit Reinders aan de zijkant teglunderen en intens te genieten op zijn kruk.

Reinders is een specialist in liedjes over kleine onderwerpenals de geneugten van de tuin of sluitingstijd in het café. Zijnvrome katholieke opvoeding sijpelt in veel teksten lieflijk naarbinnen, maar altijd, ondanks het Roermonds, met een duidelijketoon: 'Maar wie ze oet ginge lègke waat ich geluive mós, toengeluifde ich 't waal.' Toen hij de druk van de pastoor gingervaren, geloofde hij het wel. Dat nummer, Processie, heeft eenprachtig droevige melodie, met zich meesterlijk inhoudendeblazers, waardoor het zeer krachtig klinkt.

De avond in Den Haag had een hoog Toon Hermans-gehalte. Nietalleen door vibrafonist Peter Berk die in de jaren negentig deslagwerker van Hermans was, maar ook in de conferences en muziekvan Reinders, die een aantal cd's van Hermans heeft geproduceerd.In de liedjes horen we de vier seizoenen en in zijn intiemegesprekjes met de zaal praat Reinders over zijn familie op deHermans-manier, van vader die van het semenarie is weggestuurdomdat hij na een ongeluk de hostie niet meer kon uitdelen tot hetvriendinnetje van zijn zus, met haar zalige 4711-geur. En ook dangeldt: liefde voor het kleinschalige, zonder in pietluttigheidte vervallen.

Meer over