COLUMNSylvia Witteman

Zouden er veel mensen ontwaken als radicaal activist na het lezen van Tofik Dibi’s boekje?

‘Het maakt niet uit wat je leest, als je maar leest’, las ik laatst ergens. Het is waar. Lezen  júist ook van rare, niet per se goede boeken – is altijd een verrijking van de geest; vaak omdat dergelijke schrijfsels een mooi beeld geven van de tijdgeest.

Ik las Het monster van wokeness, het laatste boek(je) van Tofik Dibi. Het bleek een wel héél tijdgeestig werkje, over een groepje jonge activisten dat, voornamelijk op de sociale media, een radicale strijd levert tegen maatschappelijke ongelijkheid, met als hoofdpersoon de bruine journalist Kawtar.

Kawtar en haar vriend(inn)en bedienen zich van een voor buitenstaanders hinderlijk jargon vol afkortingen(‘NBPoC’), nichebegrippen uit de subcultuur (‘microagressie’, ‘cultural appropriation’, ‘colorism’, ‘validisme’) en een met Engelse woorden doorspekt discours (‘Hoe dan ook, niks gaat mijn vibe killen. Die kok is gecanceld’) dat geen ander doel lijkt te hebben dan de boze buitenwereld (het ‘redelijke midden’) buiten te sluiten en de groepsband te versterken.

Alleen wil dat laatste nu juist niet zo vlotten. De rechtvaardigheidsridders krijgen het onderling aan de stok en nemen elkaar de maat: is de ander wel ‘woke’ genoeg? Is Sophie, de blanke hartsvriendin van Kawtar, fout omdat ze een goedgeklede zwarte man op een terrasje inschat als ‘een rapper’? Verrassing: de zwarte man blijkt tandarts. Jaja, die Sophie, met haar vooroordelen! En ze bedoelt het misschien goed, maar ja, ze is ‘wit’, dus écht snapt ze het natuurlijk allemaal niet. Voorbij is de vriendschap.

Het doet me denken aan de manier waarop ik veertig jaar geleden Monopoly speelde met mijn broer en zus: we hadden eigen spelregels die alleen wij kenden en die we telkens veranderden, tot wanhoop van onze meespelende vriendjes. ‘Nee, dat was vorige wéék, dat je zomaar geld van de bank mocht lenen. Maar nu niet meer. Nu moet je eerst een onderpand geven. Onder de 5.000 gulden een koetjesreep, daarboven een stripboek. En de Kalverstraat mag je alleen kopen als je eerst…’, et cetera.

Toen ik Dibi’s boek uit had (met een bespottelijk, ongerijmd einde) werd het tijd voor iets heel anders. Een Vischkookboek van zowat honderd jaar oud. Ik stak er nog heel wat van op: wist u dat een paling pas eetbaar is als hij levend ‘een glas vol azijn krijgt ingegoten’, waarna hij ‘8 à 10 dagen in stroomend water moet verblijven’? En dat men ‘vischbeignets’ op smaak brengt met óf peterselie óf citroenschil; ‘Deze beide nóóit samen gebruiken!’

Daarna las ik het voorwoord, door mevr. Koba M.J. Catenius–van der Meijden. En, toeval bestaat niet: ook Koba bleek een activist! ‘Stellig is: als de huisvrouw, vooral die uit den minderen stand, zich meer bezighield met huishoudelijk werk, vooral wat de degelijke spijsbereiding betreft (…), als zij haar man, na volbrachten dagtaak, zindelijk gekleed ontvangt, met een behoorlijk gedekte tafel, waarop aanstonds een schaaltje dampende visch zal prijken, zal zij daarbij voldoening en tevredenheid, goeden luim en vriendelijke woorden van den man oogsten.’

‘Maar…’, vervolgt visactivist Koba dreigend, ‘velen houden liever van buurpraatjes, bekommeren zich weinig om den man – zijn er kinderen, dan deelen deze hetzelfde lot – en denken wellicht nog meer aan opschik en uitgaan dan aan hare huiselijke plichten. Er zouden véél minder disharmonie en echtscheidingen zijn, als de huisvrouw zich méér van hare plichten kweet en dienovereenkomstig handelde.’

Zouden er veel ‘huisvrouwen uit den minderen stand’ zich iets van Koba’s dringende advies hebben aangetrokken? Zouden er veel mensen uit het ‘redelijke midden’ ontwaken als radicaal activist, na het lezen van Dibi’s boekje?

Hoe dan ook: dat gedoe met azijn, dat vind ik zielig voor die paling.

Meer over