Column

Zou Wolkers de Nobelprijs geweigerd hebben?

Was het een eer? Nee. Jan Wolkers weigerde de twee hoogste literaire prijzen.

Onno Blom
De Zweedse vertalingen van Wolkers¿ romans Terug naar Oegstgeest, De perzik van onsterfelijkheid en Kort Amerikaans. Beeld Annabel Miedema
De Zweedse vertalingen van Wolkers¿ romans Terug naar Oegstgeest, De perzik van onsterfelijkheid en Kort Amerikaans.Beeld Annabel Miedema

Jan Wolkers was de Nobelprijs voor Literatuur wel zelf gaan ophalen in Stockholm. Toch was het niet vanzelfsprekend dat hij zich vereerd zou voelen door eerbetoon of lauwerkrans. Integendeel. Wolkers weigerde de twee hoogste literaire prijzen uit het vaderland: de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs. Hij had jarenlang zijn critici verketterd - en vertrouwde de mandarijnen evenmin toen ze hem wilden bekronen.

Op 24 september 1982, zo beschrijft Wolkers in zijn dagboek, werd er aan zijn deur geklopt. Het was de postbode met een gelukstelegram. 'Hij vraagt: 'Ben je jarig?' Ik maak het telegram open en lees het in verbijstering hardop voor. 'Bestuur Jan Campert Stichting heeft u toegekend Constantijn Huygens prijs groot fl. 9000,- voor uw gehele letterkundige werk stop uitreiking 17 december stop brief volgt stop hartelijk gelukgewenst, Spijkers secretaris.' De postbode steekt joviaal en bijna trots zijn arm uit en geeft me een ferme hand. De arme! Hij kan niet weten hoe beledigend dit is, na 20 jaar, bijna ieder jaar een meesterwerk schrijvend en dan pas een prijsje.'

Wolkers vond dat hij beter een rouwtelegram had kunnen ontvangen. Voor de ogen van de verblufte Hugo van Rhijn van het achtuurjournaal trok hij met theatrale gebaren één voor één al zijn zelfverklaarde meesterwerken uit de kast trok en riep: 'Wat heb ik gedaan dat ik deze prijs heb verdiend? Heb ik soms geld aan de juryleden overgemaakt? Heb ik ontucht met ze bedreven? Ben ik plotseling slechter gaan schrijven?'

De 'P.C. Hooftpijn' die op 8 december 1988 aan Wolkers werd toegekend, kon op hetzelfde, warme onthaal rekenen: geweigerd.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor V houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Wolkers' werk was in Zweden ongekend populair. Zijn romans werden er veelal positief besproken en lagen in grote stapels in de boekhandel. In de zomer van 1978 reisde Wolkers naar Stockholm vanwege het verschijnen van Kyssen, de Zweedse vertaling van De kus. Toen hij in Göteborg van boord van de veerboot kwam, werd hij door de knappe, blonde douanebeambte herkend. 'U bent Jan Wolkers! Ik heb al uw boeken gelezen, welkom.'

Wolkers' uitgever, Bertil Käll van Forum, nam hem en Karina in Stockholm mee naar Den Gyldene Freden, de herberg waar elke donderdagavond de jury bijeenkwam die de Nobelprijs voor Literatuur moest toekennen. Jan en Karina aten geen erwtensoep en pannenkoeken, zoals de juryleden schenen te doen, maar gravad lax.

In De Gouden Vrede drong het tot Wolkers door dat Bertil Käll hem beschouwde als serieuze kandidaat voor de Nobelprijs. Aanvankelijk ging Wolkers tekeer tegen de Zweedse Academie. Hij vond dat de juryleden te laf waren geweest om Graham Greene of Alberto Moravia te bekronen. 'In het begin van de eeuw kreeg Selma Lagerlöf hem, die juffrouw van dat jongetje op de zwaan, terwijl Conrad hem moest hebben. Hemingway had hem moeten krijgen na A Farewell to Arms.' Maar nadat hij met smaak zijn gravad lax had gegeten, verdeelde Wolkers vast de 3 miljoen gulden prijzengeld: 'Een miljoen voor jou, Bertil, een miljoen voor het redden van de golden eagle, en een miljoen voor mezelf.'

Meer over