BEELDVORMERS

Zou deze vrouw uit Nagorno-Karabach hebben gezien hoe aandoenlijk haar katten naar aandacht hengelen?

De 69-jarige Abovjan Hasmik staat huilend bij de deur van haar woning in het dorpje Nerkin Sus, in Nagorno-Karabach. Beeld Valeri Melnikov
De 69-jarige Abovjan Hasmik staat huilend bij de deur van haar woning in het dorpje Nerkin Sus, in Nagorno-Karabach.Beeld Valeri Melnikov

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: katten.

Ooit hoorde ik van mijn moeder de anekdote over een vriendin, een weduwe op leeftijd, die in het ziekenhuis slecht nieuws had gekregen. De artsen hadden haar op een zomerse dag verteld dat ze ongeneeslijk ziek was en niet meer lang zou leven. Terwijl ze in de tuin zat om bij te komen van het bericht over haar dood op krediet, kwam er lachend een klein meisje aan huppelen, dat haar een kus op haar wang gaf en zonder iets te zeggen verdween. Dat kind, had de (gelovige) weduwe gezegd, was een engel geweest. Een mooie, troostrijke gedachte, ook voor wie niet in God gelooft. Als engelen bestaan, moet je ze wel kunnen herkennen.

Ik moest aan het verhaal denken bij de aanblik van een fotoreportage die woensdag is genomineerd voor World Press Photo, van de Russische Valeri Melnikov. Deze fotograaf, verbonden aan persagentschap Sputnik, was er getuige van hoe de Armeense bevolking in Nagorno-Karabach op de vlucht sloeg nadat het aloude conflict tussen Azerbeidzjan en Armenië over de enclave was opgelaaid, met duizenden doden en tienduizenden vluchtelingen tot gevolg. De Armeniërs staken liever hun woningen in brand dan ze af te staan aan de Azerbeidzjaanse bezetters.

Op een van de foto’s uit de indringende serie staan een Armeense vader en een moeder met een baby op haar arm. Hij heeft de handen in wanhoop voor zijn ogen geslagen, zij kijkt bedrukt voor zich uit: een hopeloze situatie. Dit door de jury geselecteerde beeld maakt kans de nieuwe World Press Photo te worden. Op een andere foto van Melnikov zien we de 69-jarige Abovjan Hasmik, huilend bij de deur van haar woning in het dorpje Nerkin Sus. Het is een schamel onderkomen, de verf bladdert van de kozijnen. Maar: het is háár huis.

Zou de vrouw hebben gezien hoe aandoenlijk haar twee katten op de vensterbank hengelen naar aandacht? Kattengedragsdeskundigen zullen zeggen dat ze hopen op een lekker hapje. Maar zelfs als dat de onsentimentele realiteit zou zijn, zouden de katten, vachtzacht en aanhankelijk als ze zijn, haar een moment van troost kunnen bieden. Een kwestie van engelen in een andere gedaante herkennen.

Ook vroeg ik me af of de Armeniërs hun katten meenamen toen ze op de vlucht sloegen – niet overal hebben ze de beschermde status van volwaardige huisgenoten, zoals in Nederland.

Diezelfde woensdag bood persbureau Reuters een reportage aan uit de omgeving van het Japanse Fukushima. Het was daags voor de tiende verjaardag van de nucleaire ramp (op 11 maart 2011) die volgde op de tsunami. 160 duizend omwonenden van de kerncentrale werden geëvacueerd wegens radioactieve vervuiling. Woningen, winkels en scholen zijn in paniek verlaten, en nog steeds zijn verstilde, dagelijkse routines te ontwaren: het ontbijt op de keukentafel, de etenswaren in de schappen, de rekensom op een schoolbord.

Sakae Kato bleef achter na de nucleaire ramp in Fukushima, om de aan hun lot overgelaten katten te verzorgen. Hij slaapt op een futon op de grond, omringd door dieren en voederbakjes.  Beeld Kim Kyung-Hoon / Reuters
Sakae Kato bleef achter na de nucleaire ramp in Fukushima, om de aan hun lot overgelaten katten te verzorgen. Hij slaapt op een futon op de grond, omringd door dieren en voederbakjes.Beeld Kim Kyung-Hoon / Reuters

In die dystopische omgeving trof Reuters-fotograaf Kim Kyung-Hoon de 57-jarige voormalige bouwaannemer Sakae Kato, die evacuatie weigerde toen de radioactiviteit neerdaalde op zijn huis. Hij bleef, vertelde hij de fotograaf, om voor de aan hun lot overgelaten katten te zorgen. De aanblik van katten die de hongerdood waren gestorven shockeerde hem zo dat hij besloot de rest van zijn leven aan de dieren te wijden.

Nu verzorgt Kato tientallen verwilderde katten, alleen in zijn woning al 41. Overdag zwerft hij over eenzame straten, langs een veld waar grote zakken met nucleair vervuilde grond ligt opgeslagen. Kato zelf slaapt op een futon op de grond, omgeven door dieren, hun voederbakjes als een halo om hem heen. Drinkwater haalt hij uit een beekje in de buurt. Voor sanitaire voorzieningen is hij aangewezen op openbare wasgelegenheden verderop. Hij wil de katten blijven verzorgen tot de laatste de geest heeft gegeven, en daarna wil hij sterven.

Japanners hébben iets met katten, lees Haruki Murakami er maar op na. En Kato, het kan niet anders, heeft ze heilig verklaard. Jammer dat zij de engel niet kunnen herkennen die hen onder zijn vleugels heeft genomen.

Meer over