ColumnTim Fransen

Zorkianen zwijmelen nooit meer: ze kennen alleen nog universele liefde en compassie

null Beeld

Welk oordeel zouden hyperintelligente en goedaardige buitenaardse wezens over ons vellen? Zouden zij onder de indruk zijn van onze snelle technologische ontwikkeling, of zouden ze versteld staan van onze dwaasheid? Cabaretier en filosoof Tim Fransen beschouwt de mensheid door de lens van de Zorkianen. Deze week: de liefde.

Vanuit hun observatiepost zien de Zorkianen hoe ergens op aarde twee menswezens zich liggend op de bank aan elkaar warmen, lachend om elkaars grapjes, ­nadat ze elkaar net plagend met sneeuwballen hebben bestookt. Op planeet Zork is romantische liefde al een eeuwigheid uitgebannen.

De evolutie daar voltrok zich op een manier die overeenkomt met de theorie van Charles Darwin: voortgestuwd door de constante strijd om voedsel, om territorium, om dominantie. Na een reeks verwoestende oorlogen kwamen de ­Zorkianen tot het besef dat het anders moest.

Zodra ze over de benodigde biotechnologie beschikten, verwijderden ze alle neigingen tot geweld en dominantie uit hun dna. Dat was een grote stap voorwaarts. Wel was het daarna even zoeken naar nieuwe vormen van vermaak. Nu ­niemand er nog iets om gaf als winnaar uit de bus te komen, was de motivatie om überhaupt nog te beginnen aan een uren durend potje Rozk (een soort Risk, maar dan dus ongeveer half zo lang als onze versie) er ook een beetje af.

Vreemd genoeg bleef er nog steeds strijd bestaan. Uiteindelijk kwamen de Zorkianen tot een pijnlijke, en op het eerste gezicht tegenstrijdige, conclusie: alle strijd zou pas helemaal beëindigd worden met het opheffen van de liefde.

Net als bij mensen was de liefde die de Zorkianen kenden voortgekomen uit die eeuwenlange overlevingsstrijd: liefde voor hun stamgenoten had zich ontwikkeld om zich gezamenlijk te verweren tegen vijandige stammen; en de liefde tussen twee individuen diende het voortbrengen van nageslacht. Hoeveel betekenis de Zorkianen ook toedichtten aan de liefde – ook bij hen was die immers een dankbare bron voor dichters en popartiesten – de schaduwzijde was overduidelijk: liefde voor de een sloot liefde voor de ander uit. De liefde zette Zorkianen tegen elkaar op als concurrent en potentiële bedreiging.

Daar kwam nog bij dat die concurrentiestrijd fundamenteel oneerlijk was: de ene Zorkiaan was gezegend met meer uiterlijke schoonheid en gevoel voor humor dan de andere, waardoor de kansen op een leuke partner volstrekt ongelijk verdeeld waren, wat weer zorgde voor onzekerheid, jaloezie en ressentiment.

Dit alles was voorbij na Bio-Update 26.1, zonder twijfel het belangrijkste moment in de Zorkiaanse geschiedenis. Sindsdien kennen de Zorkianen alleen nog universele liefde en compassie; een gevoel van broederschap dat je voor ieder ander in gelijke mate voelt, en niemand uitsluit.

Het maakte dus niet meer uit dat de ene Zorkiaan knapper was dan de andere, of een veel beter gevoel voor humor had. Want ofwel je maakte een grap waarom de rest moest lachen, of je maakte een grap die volledig stilviel en dan kwamen de andere Zorkianen vol compassie toegesneld om je te omhelzen, zodat je je nog steeds even gewaardeerd voelde. De Zorkianen waren nu werkelijk broeders.

Nu kijken de Zorkianen met mededogen toe hoe de aardbewoners nog altijd worstelen met hun primitieve vormen van liefde: de liefde voor hun natie die hen minachting inboezemt voor mensen uit andere landen; de liefde voor hun sportclub die samengaat met het verlangen om supporters van de tegenpartij te vernederen; en een romantische liefde die je in woede doet ontsteken als je partner iets te geamuseerd op een feestje staat te kletsen met diens ex-partner, van wie je altijd zeker hebt geweten dat hun seksleven stomender was dat dat van jullie.

Toch zijn de Zorkianen ook vol verwachting, nu de mensen razendsnel de technologie ontwikkelen om hun eigen biologische revolutie te ontketenen. Binnen enkele decennia zullen ze de ballast van hun hardvochtige evolutieproces achter zich kunnen ­laten. Al moesten ze even afwachten of ze die biotechnologie niet zouden gebruiken voor het creëren van supersoldaten zonder pijn of angst. Of simpelweg voor grotere geslachts­de­len. Met die mensen weet je het nooit.

En toch, terwijl de Zorkianen het zwijmelende stelletje op de bank aanschouwen, voelen ze iets van weemoed en nostalgie. Want ja, op Zork hadden ze wereldvrede bereikt. Maar ten koste waarvan? Zo was de popmuziek er niet beter op geworden. De doorvoelde liedjes van voorheen, over liefde die eeuwig zou duren en over liefdesverdriet waarvan het net zo onvoorstelbaar leek dat het ooit over zou gaan, waren vervangen door een gezapige new age-achtige derrie die niemand echt wist te beroeren, en liedjes over hoeveel pijn het doet als je op een ‘lorkosteentje’ staat (een soort legosteentje).

De Zorkianen zien het mensenstelletje om elkaars grapjes lachen; niet omdat hun grapjes zo scherpzinnig zijn, maar simpelweg omdat ze verliefd zijn. Op zulke momenten kunnen de Zorkianen het niet helpen om te denken: ‘Hebben we niet een verschrikkelijke fout begaan?’

Meer over